Home

Rechtbank Midden-Nederland, 16-02-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1465, UTR 22/3670

Rechtbank Midden-Nederland, 16-02-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1465, UTR 22/3670

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16 februari 2023
Datum publicatie
7 april 2023
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:1465
Zaaknummer
UTR 22/3670

Inhoudsindicatie

WOZ; asbest; aanwezigheid bekend ten tijde van de verkoop; eiser is de meestbiedende koper geweest; beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/3670

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2023 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente]

(gemachtigde: D. de Winter).

Inleiding

In de beschikking van 28 februari 2022 heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak aan de [adres] in [woonplaats] (de woning) vastgesteld op € 598.000,- naar de waardepeildatum van 1 januari 2021. Verweerder heeft bij deze beschikking aan eiser als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.

In de uitspraak op bezwaar van 21 juni 2022 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld op de zitting van 16 februari 2023 door middel van een Teams beeldverbinding. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [taxateur] , taxateur.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Informatie over hoger beroep