Home

Rechtbank Midden-Nederland, 18-04-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1870, UTR 22/664

Rechtbank Midden-Nederland, 18-04-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1870, UTR 22/664

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18 april 2023
Datum publicatie
16 mei 2023
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:1870
Zaaknummer
UTR 22/664

Inhoudsindicatie

Onroerendezaakbelasting (gebruik) terecht opgelegd aan bioscoop die was gesloten door coronamaatregelen. De omstandigheid dat de bioscoop niet voor beoogde commerciële activiteiten gebruikt kon worden, maakt niet dat geen sprake was van gebruik.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/664

[eiseres] , te [vestigingsplaats 1] , eiseres

(gemachtigden: mr. A. Dinée en D. Roele MSc)

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] (de heffingsambtenaar),

(gemachtigde: mr. S. Polder).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van 24 december 2021 (het bestreden besluit). In het bestreden besluit is de heffingsambtenaar bij zijn standpunt is gebleken dat terecht een aanslag onroerendezaakbelastingen gebruiker is opgelegd voor de onroerende zaak aan het [adres] in [plaats] (het object).

Bij beschikking van 30 januari 2021 heeft de heffingsambtenaar aan eiseres voor het belastingjaar 2021 onder meer een aanslag onroerendezaakbelastingen gebruiker (OZB-gebruiker) opgelegd voor het gebruik van het object. Ook heeft de heffingsambtenaar bij beschikking van 30 januari 2021 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van het object voor het belastingjaar 2021 vastgesteld op € 7.519.000,-, naar de waardepeildatum 1 januari 2020. De WOZ-waarde is als heffingsmaatstaf gehanteerd voor de OZB-gebruiker.

De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 24 december 2021 (de bestreden uitspraak) het bezwaar van eiseres tegen de hoogte van de WOZ-waarde gegrond verklaart en de waarde van de onroerende zaak verlaagd. De aanslag OZB-gebruiker is dienovereenkomstig verlaagd.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de bestreden uitspraak, voor zover die ziet op de aanslag OZB-gebruiker.

De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft een conclusie van repliek ingediend. De heffingsambtenaar heeft een conclusie van dupliek ingediend. Eiseres heeft op 15 september 2022 en op 23 februari 2023 aanvullende stukken ingediend. De heffingsambtenaar heeft op 18 oktober 2022 een aanvullend stuk ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 7 maart 2023 behandeld op zitting. Namens eiseres is verschenen [A] , senior controller [eiseres] , bijgestaan door zijn gemachtigden. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De beoordeling door de rechtbank

Beslissing

Bent u het niet eens met deze uitspraak?