Home

Rechtbank Midden-Nederland, 09-05-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:2187, 555146

Rechtbank Midden-Nederland, 09-05-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:2187, 555146

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
9 mei 2023
Datum publicatie
3 juli 2023
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:2187
Zaaknummer
555146

Inhoudsindicatie

Kort geding. Geschil tussen twee bestuurders/aandeelhouders van vennootschap. In dit geval betekent opzegging van de managementovereenkomst ook het einde van het bestuurderschap. Verkoop aandelen moet via de regeling in de statuten.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: C/16/555146 / KL ZA 23-101

Vonnis in kort geding van 9 mei 2023

in de zaak van

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 1] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats 1] ,2. [eiser sub 2],

wonend in [woonplaats] ,

eisende partijen in conventie,

verweerders in reconventie,

hierna afzonderlijk te noemen: [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] ,

en gezamenlijk: [eiseres sub 1] c.s.,

advocaat: mr. C. Dullaart in Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats 2] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partijen in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. S. Hartog in Alkmaar.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met als bijlagen producties 1 tot en met 12;

- de conclusie van eis in reconventie tevens houdende akte overlegging producties met als bijlagen producties 1 tot en met 11; - de mondelinge behandeling op 12 april 2023 in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht; - de pleitnota van [eiseres sub 1] c.s.; - de pleitnota van [gedaagde] .

1.2.

De zaak is na de mondelinge behandeling aangehouden zodat partijen alsnog tot overeenstemming konden komen. Bij e-mail van 25 april 2023 heeft de advocaat van [eiseres sub 1] c.s. laten weten dat partijen niet tot overeenstemming zijn gekomen en gevraagd om alsnog vonnis te wijzen.

2 Waar gaat deze zaak over?

2.1.

[eiser sub 2] is bestuurder en enig aandeelhouder van [eiseres sub 1] . De heer [A] (hierna: [A] ) is bestuurder en enig aandeelhouder van [gedaagde] . Op 18 maart 2021 hebben [eiseres sub 1] en [gedaagde] gezamenlijk [onderneming 1] B.V. opgericht (hierna: [onderneming 1] ). [eiseres sub 1] en [gedaagde] zijn allebei bestuurder en zelfstandig bevoegd [onderneming 1] te vertegenwoordigen. Bij de oprichting van [onderneming 1] zijn statuten opgesteld (hierna: de statuten).

2.2.

[onderneming 1] is bestuurder en enig aandeelhouder van de vennootschappen [onderneming 2] B.V. (hierna: [onderneming 2] ), [onderneming 3] B.V. en [onderneming 4] B.V. (hierna gezamenlijk te noemen: [onderneming 1] c.s.).

2.3.

Bij oprichting van [onderneming 1] is tussen [gedaagde] , [A] , [eiseres sub 1] , [eiser sub 2] en [onderneming 1] een aandeelhoudersovereenkomst (hierna: de aandeelhoudersovereenkomst) gesloten.

2.4.

[onderneming 1] en [eiseres sub 1] hebben op 18 maart 2021 ook een managementovereenkomst (hierna: de managementovereenkomst) gesloten. Hierbij is afgesproken dat [eiseres sub 1] als manager van [onderneming 1] wordt aangesteld en dat [eiser sub 2] de daaraan verbonden werkzaamheden feitelijk uitvoert.

2.5.

Kort nadat [onderneming 1] is opgericht ontstonden problemen in de samenwerking tussen [eiseres sub 1] c.s. en [gedaagde] ( [A] ). [eiseres sub 1] heeft bij brief van haar advocaat van 24 november 2022 de managementovereenkomst opgezegd tegen 28 februari 2023. In die brief is vermeld dat deze opzegging voor [eiseres sub 1] uitdrukkelijk niet betekent dat zij ontslag neemt als bestuurder van [onderneming 1] . In diezelfde brief heeft [eiseres sub 1] haar aandelen aan [gedaagde] te koop aangeboden voor € 400.000,‐.

2.6.

Na de opzegging van de managementovereenkomst zijn de aandelen niet verkocht aan [gedaagde] . Omdat [eiseres sub 1] c.s. nog steeds gebonden zijn aan het non-concurrentiebeding uit de aandeelhoudersovereenkomst hebben zij haast bij verkoop van de aandelen. Inmiddels heeft [eiseres sub 1] de aandelen voorwaardelijk verkocht aan de eenmanszaak van de moeder van [eiser sub 2] . De voorwaarde is dat [gedaagde] niet alsnog instemt met de aankoop van de aandelen tegen de geldende vraagprijs.

2.7.

[gedaagde] is van mening dat door de opzegging van de managementovereenkomst [eiseres sub 1] ook ontslag heeft genomen als bestuurder van [onderneming 1] . Omdat [eiseres sub 1] c.s. dat anders zien heeft [gedaagde] zekerheidshalve aangekondigd op 13 april 2023 een algemene vergadering van [onderneming 1] te houden waarop het ontslag van [eiser sub 2] staat geagendeerd. Deze vergadering is voorafgaand aan de behandeling van dit kort geding geannuleerd, maar [gedaagde] heeft laten weten nog steeds van plan te zijn het ontslag van [eiseres sub 1] als bestuurder op een algemene vergadering te agenderen. Inmiddels heeft [gedaagde] [eiseres sub 1] c.s. de toegang tot de systemen van [onderneming 1] c.s. ontzegd.

vorderingen [eiseres sub 1] c.s.

2.8.

[eiseres sub 1] c.s. vorderen daarom in dit kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

I. [gedaagde] te verbieden om zonder instemming en medewerking van [eiseres sub 1] een algemene vergadering van [onderneming 1] bijeen te roepen en [gedaagde] te verbieden om in of buiten vergadering zonder instemming en medewerking van [eiseres sub 1] een besluit te nemen over het ontslag van [eiseres sub 1] en/of [eiser sub 2] als bestuurder van [onderneming 1] totdat [eiseres sub 1] al haar aandelen in [onderneming 1] heeft verkocht en geleverd aan [gedaagde] of enige andere derde, op straffe van een dwangsom van €100.000,- per overtreding met een maximum van € 1.000.000,-;

II. [gedaagde] te veroordelen om [eiseres sub 1] dan wel [eiser sub 2] met onmiddellijke ingang onbeperkte en volledige toegang te verlenen tot de administratie van [onderneming 1] c.s. in de breedste zin van het woord en daarnaast toegang te geven tot alle camerasystemen van [onderneming 1] c.s., toegang tot het automatische hek van het bedrijfspand van [onderneming 1] en toegang tot datzelfde pand via de app Bold, op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag dat niet aan deze veroordeling wordt voldaan;

III. [gedaagde] te veroordelen met onmiddellijke ingang mee te werken aan de levering van aandelen door [eiseres sub 1] aan de derde aan wie zij de aandelen heeft verkocht, op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag dat niet aan deze veroordeling wordt voldaan;

subsidiair:

IV. [gedaagde] te veroordelen tot het verstrekken van een schriftelijke verklaring dat zij niet langere gegadigde is voor de aankoop van de door [eiseres sub 1] ten verkoop aangeboden aandelen in [onderneming 1] , op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag dat niet aan deze veroordeling wordt voldaan;

V. te bepalen dat de werking van de non-concurrentiebepaling zoals opgenomen in artikel 10 van de Aandeelhoudersovereenkomst wordt opgeschort totdat [eiseres sub 1] haar aandelen definitief heeft geleverd aan [gedaagde] of een andere verkoper;

meer subsidiair:

VI. een alomvattende regeling of andere ordemaatregel te treffen ter voorkoming van verdere schade aan [onderneming 1] en beëindiging van het geschil;

in alle gevallen:

VII. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten, de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

vorderingen [gedaagde]

2.9.

heeft een tegenvordering ingediend en vordert, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [eiseres sub 1] c.s. te verbieden om zonder instemming en medewerking van [eiseres sub 1] (de voorzieningenrechter leest: [gedaagde] ) haar aandelen in [onderneming 1] te verkopen c.q. te leveren, op straffe van een dwangsom van € 200.000,- per overtreding;

  2. [eiseres sub 1] c.s. te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis haar aandelen in [onderneming 1] te koop aan te bieden aan haar medeaandeelhouders conform artikel 14 c.q. 15 van de staten van de vennootschap [onderneming 1] , op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat zij in gebreke blijft, met een maximum van € 200.000,-;

  3. [eiseres sub 1] te schorsen als bestuurder, althans [eiseres sub 1] c.s. de toegang te ontzeggen tot bestuursvergaderingen, het pand en het bedrijfsterrein van [onderneming 1] en [onderneming 2] , op straffe van een dwangsom € 5.000,- per overtreding;

  4. [eiseres sub 1] c.s. te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het vonnis de mobiele telefoon en laptop in te leveren, met daarop al haar inhoud, zonder dat de daarop staande bestanden gewist mogen worden, zijnde onder meer de communicatie en gegevens met de klanten en leveranciers van [onderneming 2] , op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat zij in gebreke blijven, met een maximum van € 50.000,-;

  5. [eiseres sub 1] c.s. te veroordelen tot betaling van de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

2.10.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 Wat oordeelt de voorzieningenrechter?

4 De beslissing