Rechtbank Midden-Nederland, 26-04-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:2355, UTR 22/4053
Rechtbank Midden-Nederland, 26-04-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:2355, UTR 22/4053
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 26 april 2023
- Datum publicatie
- 7 juni 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:2355
- Zaaknummer
- UTR 22/4053
Inhoudsindicatie
WOZ (woning); gegrond + proceskostenveroordeling; de heffingsambtenaar heeft onvoldoende onderbouwd waarom de waarde van de woning gelet op de staat van het dak niet te hoog is vastgesteld; de rechtbank stelt de waarde schattenderwijs vast.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/4053
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: B.A.M. Slockers)
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente]
(gemachtigde: T. Houkes).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ-waarde van de woning aan de [adres 1] in [woonplaats] (de woning).
De heffingsambtenaar heeft met de beschikking van 25 februari 2022 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de WOZ-waarde vastgesteld op € 657.000,-. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2021 en geldt voor het belastingjaar 2022. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd. De WOZ-waarde is daarvoor als heffingsmaatstaf gehanteerd.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 28 juni 2022 (de bestreden uitspraak) het bezwaar ongegrond verklaard en de waarde van de woning en de daarop gebaseerde aanslag gehandhaafd.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden uitspraak.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en taxatiekaarten.
Het beroep is behandeld op de online zitting van 16 maart 2023. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.