Rechtbank Midden-Nederland, 26-04-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:2357, UTR 22/3800
Rechtbank Midden-Nederland, 26-04-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:2357, UTR 22/3800
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 26 april 2023
- Datum publicatie
- 7 juni 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:2357
- Zaaknummer
- UTR 22/3800
Inhoudsindicatie
WOZ (woning). Ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/3800
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: J.H. Maas),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] (de heffingsambtenaar)
(gemachtigde: T. Houkes).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ-waarde van de woning aan [adres 1] in [woonplaats] (de woning).
De heffingsambtenaar heeft met de beschikking van 25 februari 2022 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de WOZ-waarde vastgesteld op € 654.000,-. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2021 en geldt voor het belastingjaar 2022. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) opgelegd. De WOZ-waarde is daarvoor als heffingsmaatstaf gehanteerd.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 16 juni 2022 (de bestreden uitspraak) de waarde van de woning en de daarop gebaseerde aanslag gehandhaafd.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden uitspraak.
Het beroep zou oorspronkelijk worden behandeld op de zitting van 30 november 2022. Daarbij was namens eiser A. de Graaf aanwezig, als waarnemer voor zijn gemachtigde. De gemachtigde van de heffingsambtenaar was daarbij samen met taxateur [A] verschenen. Omdat eiser en de rechtbank niet beschikten over de aan het bestreden besluit voorafgaande stukken en het verweerschrift ontbrak, is besloten de besloten de zaak aan te houden. De heffingsambtenaar heeft de stukken en het verweerschrift daarna op 14 december 2022 ingediend.
Het beroep is behandeld op de online zitting van 16 maart 2023. Eiser heeft zich op de zitting laten vertegenwoordigen door A. de Graaf, als waarnemer voor zijn gemachtigde. Namens de heffingsambtenaar zijn T. Houkes en taxateur [A] verschenen.