Home

Rechtbank Midden-Nederland, 28-06-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:3415, 10213414

Rechtbank Midden-Nederland, 28-06-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:3415, 10213414

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28 juni 2023
Datum publicatie
22 augustus 2023
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:3415
Zaaknummer
10213414

Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Studiekostenbeding (art. 7:611a BW); Voldoet het studiekostenbeding aan de criteria van HR 10 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AC2816 ([onderneming 2]/[achternaam])? Is het studiekostenbeding nietig op grond van artikel 7:611a lid 4 BW?

Uitspraak

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 10213414 UC EXPL 22-7709 MTE/44959

Vonnis van 28 juni 2023

inzake

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

verder ook te noemen [eiser sub 1] ,

2 [eiser sub 2] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

verder ook te noemen [eiser sub 2] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. R. Janssen,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. V. Liemburg.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] hierna gezamenlijk te noemen [eiser sub 1] c.s.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 22 november 2022 met producties;

-

de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties;

-

de brief van de griffier van 25 januari 2023 waarmee partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling;

-

de conclusie van antwoord in reconventie met producties;

-

de e-mail met producties van [gedaagde] van 24 april 2023.

1.2.

De mondelinge behandeling is aangevangen op 17 april 2023. Omdat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] door hun gemachtigde per abuis niet op de hoogte waren gesteld van de datum van de mondelinge behandeling en daarom niet op de mondelinge behandeling zijn verschenen, heeft de kantonrechter de mondelinge behandeling na hoor en wederhoor voortgezet op 25 april 2023. Op die laatste datum zijn namens [eiser sub 1] c.s. verschenen: [eiser sub 1] , [eiser sub 2] en hun gemachtigde mr. Janssen. Namens [gedaagde] zijn verschenen: [A] , directeur van [gedaagde] , [B] , [C] en haar gemachtigde mr. Van Liemburg. Door of namens partijen zijn de standpunten toegelicht. [gedaagde] heeft dat mede gedaan aan de hand van door haar overgelegde spreekaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de mondelinge behandeling is besproken.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing