Rechtbank Midden-Nederland, 27-09-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:5356, UTR 22/3487
Rechtbank Midden-Nederland, 27-09-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:5356, UTR 22/3487
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 27 september 2023
- Datum publicatie
- 25 oktober 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:5356
- Zaaknummer
- UTR 22/3487
Inhoudsindicatie
WOZ waarde winkel. Beroep ongegrond. Vergoeding immateriële schadevergoeding.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/3487
[eiseres] B.V., te [plaats 1] , eiseres
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente] , de heffingsambtenaar
(gemachtigde: P.E. Boersma).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van de WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres 1] in [plaats 2] (het object).
De heffingsambtenaar heeft met de beschikking van 28 februari 2021 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de WOZ-waarde van het object zaak voor het belastingjaar 2021 naar de waardepeildatum van 1 januari 2020 vastgesteld op € 511.000,-. De heffingsambtenaar heeft bij deze beschikking aan eiseres als gebruiker van het object ook een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiseres in de uitspraak op bezwaar van
14 april 2022 (verzonden 25 april 2022) ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de waarde gehandhaafd.
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 18 september 2023 via Teams op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar, bijgestaan door [Taxateur] , taxateur.
Overwegingen
1. In geschil is de WOZ-waarde van het object op de waardepeildatum 1 januari 2020. Het object betreft een winkel, waarvan eiseres gebruiker is. Het object is in 1600 gebouwd en heeft een oppervlakte van in totaal 159 m2.
2. Partijen zijn het niet eens over de waarde van het object. Eiseres bepleit een lagere waarde van € 300.000,-. De heffingsambtenaar handhaaft de vastgestelde waarde van
€ 511.000,-.