Home

Rechtbank Midden-Nederland, 01-11-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:5728, C/16/560325 / HA ZA 23-472

Rechtbank Midden-Nederland, 01-11-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:5728, C/16/560325 / HA ZA 23-472

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
1 november 2023
Datum publicatie
2 november 2023
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:5728
Zaaknummer
C/16/560325 / HA ZA 23-472

Inhoudsindicatie

Incidentele vordering om de NZa te verbieden gegevens te verwerken totdat het eindvonnis is gewezen.

De vordering wordt afgewezen omdat Eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de verplichting tot gegevenslevering en de verwerking daarvan evident in strijd is met hoger recht en daardoor gestaakt moet worden.

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/560325 / HA ZA 23-472

Vonnis in incident van 1 november 2023

in de zaak van

1 [eiseres sub 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

2. [eiseres sub 2],

wonende te [woonplaats 2] ,

3. [eiseres sub 3],

wonende te [woonplaats 3] ,

4. [eiseres sub 4],

wonende te [woonplaats 4] ,

5. [eiseres sub 5],

wonende te [woonplaats 5] ,

6. [eiser sub 6],

wonende te [woonplaats 2] ,

7. [eiseres sub 7],

wonende te [woonplaats 2] ,

8. [eiser sub 8],

wonende te [woonplaats 6] ,

9. [eiseres sub 9],

wonende te [woonplaats 7] ,

10. de stichting [eiseres sub 10], gevestigd te [vestigingsplaats] ,

11. de stichting STICHTING LOC WAARDEVOLLE ZORG,

gevestigd te Utrecht,

12. de stichting STICHTING PLATFORM BESCHERMING BURGERRECHTEN,

gevestigd te Amsterdam,

eisers in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. A.H. Ekker te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon NEDERLANDSE ZORGAUTORITEIT,

zetelend te Utrecht,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaten mrs. M.M.C. van Graafeiland en F.J.H. van Tienen te 's-Gravenhage.

Partijen zullen hierna Eisers en NZa genoemd worden.

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

­ de dagvaarding tevens houdende incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv van 18 juli 2023, met 21 producties;

­ de conclusie van antwoord in het incident met 23 producties;

­ de ingezonden stukken aan de zijde van Eisers met producties 22 tot en met 27.

1.2.

De mondelinge behandeling van het incident heeft plaatsgevonden op 29 september 2023. Namens Eisers zijn verschenen mevrouw [eiseres sub 2] , mevrouw [eiseres sub 7] , de heer [A] (namens Stichting Platform Bescherming Burgerrechten), de heer [eiser sub 6] , mevrouw [eiseres sub 1] , mevrouw [eiseres sub 4] , mevrouw [eiseres sub 5] , de heer [eiser sub 8] , mevrouw [eiseres sub 9] ; de heer [B] (namens [eiseres sub 10] ) en de heer [C] (namens Stichting LOC Waardevolle zorg) vergezeld door mr. Ekker.

Namens NZa zijn verschenen de heer [D] , de heer [E] en de heer [F] vergezeld door mrs. Van Graafeiland en Van Tienen.

Mr. Ekker en mr. Van Tienen hebben een pleitnota overgelegd en voorgedragen. Van hetgeen verder is besproken heeft de griffier aantekeningen bijgehouden.

1.3.

Vervolgens is bepaald dat er in het incident vonnis zal worden uitgesproken.

2 Waar gaat het om?

2.1.

Om het probleem van lange wachtlijsten – met name voor patiënten met een complexe zorgvraag – in de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg (ggz) aan te pakken, is in 2022 een nieuwe bekostigingsstructuur voor de ggz geïntroduceerd: “Het zorgprestatiemodel”. Onder dit model wordt de bekostiging van de zorg gebaseerd op de feitelijke inzet van zorgverleners.

2.2.

De bedoeling is dat voor de bekostiging onder het zorgprestatiemodel volledig wordt uitgegaan van de zorgvraag van de patiënt. Daarvoor wordt de “zorgvraagtypering” ontwikkeld. De zorgvraagtypering is bedoeld om een verband te leggen tussen de zorgvraag van de patiënt en de inzet van zorg die daarvoor nodig is.

2.3.

Voor de zorgvraagtypering wordt gebruik gemaakt van HoNOS+ vragenlijsten en een algoritme op basis waarvan de zorgaanbieder wordt geadviseerd over het zorgvraagtype voor op de factuur. HoNOS is een onderzoeksinstrument om de psychische gezondheid en het functioneren van mensen met psychische klachten te onderzoeken. Op basis van deze vragen wordt ingeschat welke zorg de patiënt nodig heeft en hoe het met de patiënt gaat tijdens de behandeling.

2.4.

Op grond van artikel 4.2 lid 4 van de Regeling geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg1 (hierna: de Regeling) dienen zorgaanbieders uiterlijk 31 augustus 2023 éénmalig aan de NZa gegevens omtrent de zorgvraagtypering over de periode van 1 juli 2022 tot 1 juli 2023 aan te leveren, waaronder de HoNOS+ vragenlijsten. Deze vragenlijsten worden door zorgverleners ingevuld op basis van hun inschatting van een patiënt. De HoNOS+ vragen hebben veelal betrekking op gevoelige gegevens, zoals bijvoorbeeld middelengebruik, zelfmoordgedachten, automutilatie etc. De scores op deze vragen worden naar mate van aanwezigheid/ernst met een oplopend cijfer weergegeven. Patiënten vrezen dat de gegevensuitvraag door NZa tot gevolg heeft dat hun behandelaren in de spreekkamer gedeelde informatie doorgeven aan een derde (NZa), behandelaren dat zij de vertrouwelijkheid tussen behandelaar en patiënt niet langer kunnen garanderen.

2.5.

In de hoofzaak vorderen Eisers – samengevat – dat de NZa wordt verboden voornoemde verplichting tot gegevensaanlevering op te leggen althans deze gegevens te verwerken. Volgens hen is artikel 4.2 lid 4 van de Regeling onverenigbaar dan wel in strijd is met hoger recht. In het bijzonder met artikel 8 EVRM en/of artikel 10 lid 1 Grondwet, en/of artikel 5 en 6 Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en/of artikel 65 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg).

3 De incidentele vordering

3.1.

In dit incident vorderen Eisers dat het de NZa, totdat in de hoofdzaak vonnis is gewezen, wordt verboden om de in artikel 4.2 lid 4 van de Regeling genoemde Informatie-elementen te verwerken. Daaronder wordt begrepen het in ontvangst nemen van deze Informatie-elementen en/of het verder verwerken hiervan voor analyse-doeleinden.

3.2.

De NZa voert gemotiveerd verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Eisers in hun incidentele vordering, althans tot afwijzing daarvan.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in het incident

5 De beslissing