Home

Rechtbank Midden-Nederland, 06-12-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:6682, 550726 HA ZA 23-26

Rechtbank Midden-Nederland, 06-12-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:6682, 550726 HA ZA 23-26

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
6 december 2023
Datum publicatie
4 januari 2024
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:6682
Zaaknummer
550726 HA ZA 23-26

Inhoudsindicatie

Toepassing opslagwijzigingsbeding door bank bij Euribor-hypotheek voor financiering commercieel vastgoed. Beding vernietigbaar o.g.v. Richtlijn oneerlijke bedingen? Wel of geen consument? Beding onredelijk bezwarend? Toepassing beding door bank naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Uitleg (toepassing) beding. Dwaling? 6:233 BW, 6:2 BW, 6:248 BW, 6:228 BW, 6:230 BW.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/550726 / HA ZA 23-26

Vonnis van 6 december 2023

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

te [woonplaats] ,2. [eiseres sub 2],

te [woonplaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eisers c.s.] (meervoud),

advocaat: mr. T.J.K. van Santen te ’s-Hertogenbosch,

tegen

COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,

statutair gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Utrecht,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Rabobank,

advocaat: mr. M.B.F. Valk en mr. K.M. van Zwieten te Utrecht.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties; - de conclusie van antwoord met producties; - de brief van 30 juni 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

- de akte overleggen producties van [eisers c.s.] van 27 september 2023 met producties 32 tot en met 42;

- de brief van 27 september 2023 van de bank met producties 33 en 34 (productie 33 is op 4 oktober 2023 opnieuw gestuurd);

- het bericht van 29 september 2023 van [eisers c.s.] met producties 43 en 44; - de mondelinge behandeling van 9 oktober 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;

- de pleitaantekeningen van [eisers c.s.] met uitzondering van de nummers 69 tot en met 72, 76 tot en met 82, 86, 87, 90 tot en met 99, 103 tot en met 119;

- de pleitaantekeningen van Rabobank.

1.2.

Daarna volgt dit vonnis.

2 Waar gaat deze zaak over?

Kern

2.1.

Mocht Rabobank bij haar hypothecaire lening aan [eisers c.s.] renteopslag op de Euribor-rente verhogen? [eisers c.s.] menen om verschillende redenen van niet. Hun vorderingen komen erop neer dat de rechtbank voor recht verklaart dat Rabobank dat niet mocht doen, dan wel alleen onder bepaalde specifieke omstandigheden – die zich niet hebben voorgedaan – en Rabobank veroordeelt om te veel betaalde rente terug te betalen. Rabobank stelt dat zij op grond van de overeenkomst de opslag mocht verhogen.

De beslissing

2.2.

De vorderingen worden afgewezen. [eisers c.s.] worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van Rabobank.

Wat is er gebeurd?

2.3.

[eisers c.s.] exploiteerden als vennoten in een vennootschap onder firma tot in 2004 een supermarkt.

2.4.

Op 22 oktober 2004 hebben zij bij (de rechtsvoorgangster van) Rabobank een ‘Rabobank Roll-Over Lening’ afgesloten voor een hoofdsom van € 1.800.000 met een looptijd van 25 jaar. In het door [eisers c.s.] ondertekende schriftelijke aanbod van Rabobank staat onder ‘Verdere uitwerking financieringsvoorstel’ onder meer dat het 3-maands Euribor-tarief wordt verhoogd met een opslag van 0,8% en dat die opslag door de bank altijd kan worden gewijzigd.1 Artikel 23 van de Algemene voorwaarden zakelijke geldleningen staat ook dat het Eurobor-tarief wordt verhoogd met een door de bank te bepalen opslag.2 Hierna wordt deze bevoegdheid van Rabobank aangeduid als het wijzigingsbeding. Rabobank en [eisers c.s.] hebben voorafgaand aan het tot stand komen van de financiering (hierna ook: de overeenkomst) niet over het wijzigingsbeding gesproken of onderhandeld.

2.5.

[eisers c.s.] hebben de financiering gebruikt om, samen met eigen vermogen een winkelpand aan te kopen voor een bedrag van € 3.320.504,60 inclusief 19% btw. Als zekerheid voor Rabobank is een eerste recht van hypotheek gevestigd op het pand en zijn de huurpenningen (stil) aan haar verpand. Het ging om een 2003 nieuw gebouwd pand voor de exploitatie van een supermarkt. Dit pand is sinds 4 mei 2004 verhuurd aan (de rechtsvoorganger van) een landelijk opererende supermarktketen. De huuropbrengsten bedroegen in 2022 ruim € 320.000.

Wat vorderen [eisers c.s.] ?

2.6.

[eisers c.s.] hebben vijf vorderingen tegen Rabobank ingesteld (van primair tot uiterst subsidiair), met veroordeling van Rabobank in de proceskosten.

De vorderingen bestaan steeds uit drie onderdelen. Het tweede en derde onderdeel van de vorderingen strekken ertoe dat voor recht wordt verklaard dat [eisers c.s.] geen hogere rentevergoeding verschuldigd zijn dan de basiscomponent verhoogd met een opslag van 0,800%-punt en dat Rabobank wordt veroordeeld aan [eisers c.s.] al dat zij meer aan rentevergoeding hebben betaald dan dat zij aan de bank zijn verschuldigd terugbetalen, te vermeerderen met wettelijke rente.

Het eerste onderdeel van de vorderingen spitst zich steeds toe op de reden waarom Rabobank volgens [eisers c.s.] de opslag niet mocht (en mag) verhogen. Die verschilt per vordering. Zij beroepen zich achtereenvolgens op:

  1. de buitengerechtelijke vernietiging van het wijzigingsbeding op grond van art. 6:233, aanhef en onder a, BW

  2. de beperkende werking van de redelijkheid en de billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW)

  3. de uitleg van de overeenkomst

  4. de redelijkheid en de billijkheid (art. 6:2 lid 1 en 6:248 lid 1 BW)

  5. nadeelsopheffing vanwege dwaling (art. 6:228 en 230 BW)

2.7.

Rabobank voert verweer en vraagt afwijzing van de vorderingen met veroordeling van [eisers c.s.] in de proceskosten.

3 Wat oordeelt de rechtbank?

4 De beslissing