Rechtbank Midden-Nederland, 17-11-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:7082, UTR 23/950
Rechtbank Midden-Nederland, 17-11-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:7082, UTR 23/950
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 17 november 2023
- Datum publicatie
- 17 januari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7082
- Zaaknummer
- UTR 23/950
Inhoudsindicatie
woz, woning, eigen verkoopcijfer, ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/950
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 november 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: P. Verdouw),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente]
(gemachtigde: W.G. Vos).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van 11 januari 2023.
De heffingsambtenaar heeft in zijn beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak op het adres [adres] te [plaats] (de woning) voor het belastingjaar 2022 vastgesteld op
€ 1.598.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2021. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
In de uitspraak op bezwaar van 11 januari 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift en een taxatiematrix ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 1 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en taxateur [taxateur] .