Rechtbank Midden-Nederland, 07-03-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:1755, UTR 22/4896
Rechtbank Midden-Nederland, 07-03-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:1755, UTR 22/4896
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 7 maart 2024
- Datum publicatie
- 8 april 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:1755
- Zaaknummer
- UTR 22/4896
Inhoudsindicatie
Meervoudige kamer. WOZ-waardering van een kinderdagverblijf middels de gecorrigeerde vervangingswaarde. Gezien de machtiging in beroep van de verkrijgende rechtspersoon kan er naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs geen misverstand over bestaan dat de aanslag voor de verkrijgende rechtspersoon was bestemd en dat zij dat ook zo heeft begrepen. De rechtbank verbindt daarom geen consequenties aan de onjuiste tenaamstelling van de WOZ-beschikking aan de verdwijnende rechtspersoon. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. Het beroep is ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/4896
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 maart 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres, alsmede haar rechtsvoorganger onder algemene titel [besloten vennootschap], uit [plaats 1] ,
(gemachtigde: mr. M.M. Vrolijk),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats 1] , verweerder
(gemachtigde: mr. C. van Unen).
Inleiding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 22 februari 2022 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [object] in [plaats 1] (het object) vastgesteld op € 997.000,-. Deze waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2021 en geldt voor het belastingjaar 2022. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. Met deze waardevaststelling is aan [besloten vennootschap] als gebruiker van het object ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd voor het belastingjaar 2022. De WOZ-waarde is daarvoor als heffingsmaatstaf gehanteerd.
Met de uitspraak op bezwaar van 8 september 2022 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van [besloten vennootschap] tegen de beschikking ongegrond verklaard en de waarde van de onroerende zaak gehandhaafd.
[besloten vennootschap] heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift en een waarderapport overgelegd.
De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2024 op zitting behandeld. Namens eiseres was haar gemachtigde aanwezig. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [A] en taxateur [taxateur] .