Home

Rechtbank Midden-Nederland, 10-04-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:2150, 23_1968

Rechtbank Midden-Nederland, 10-04-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:2150, 23_1968

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10 april 2024
Datum publicatie
26 april 2024
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:2150
Zaaknummer
23_1968

Inhoudsindicatie

AVG-verzoek persoonsgegevens in FSV. Beroep gegrond; in aanvullend besluit ruimer inzage gegeven en nieuwe weigeringsgrond. Weigeringsgrond niet/onvoldoende gemotiveerd. Vw moet nieuw besluit nemen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Almere

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/1968

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. K. Bozia),

en

Minister van Financiën

(gemachtigden: mr. A. van der Linden, J. Kintz en K. van der Pas).

Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser over zijn verzoek om inzage in zijn persoonsgegevens als bedoeld in artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Het verzoek ziet op zijn persoonsgegevens die zijn verwerkt in de zogenoemde Fraude Signaleringsvoorziening (FSV).

  2. De minister heeft dit verzoek met het besluit van 24 maart 2022 gedeeltelijk toegewezen. Met het bestreden besluit van 16 februari 2023 op het bezwaar van eiser is de minister bij de gedeeltelijke toewijzing van het verzoek gebleven.

  3. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

  4. Op 26 januari 2024 heeft de rechtbank aan de minister verzocht om (al dan niet onder geheimhouding) alle gegevens die zijn aangetroffen over eiser in de FSV over te leggen.

  5. Bij brief van 2 februari 2024 heeft de minister op dit verzoek gereageerd. Hij heeft een print-screen van de registratie van eiser in de FSV overgelegd waarvan diverse gedeelten zwart zijn gemaakt. Ook heeft de minister in een schema een overzicht gegeven van de verwerkte persoonsgegevens van eiser, met een (nadere) toelichting op de weigeringsgronden. Met een beroep op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de minister verder onder geheimhouding een ongeschoonde versie van deze print-screen en een bijlage aan de rechtbank toegestuurd.

  6. Op 14 februari 2024 heeft eiser toestemming gegeven aan de rechtbank om de geheime stukken bij de beoordeling van de zaak te betrekken.

  7. De rechtbank heeft op 16 februari 2024 aan partijen medegedeeld dat zij handelt alsof de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is nu de stukken onderdeel zijn van een procedure op grond van de AVG en de stukken daarmee inzet van het geding zijn. De rechtbank verwijst daartoe naar artikel 2.8, zesde lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken.

  8. De rechtbank heeft het beroep op 28 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en haar kantoorgenoot mr. F.C.T.J. Hunink en de gemachtigden van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep