Home

Rechtbank Midden-Nederland, 24-01-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:221, UTR 22/728 e.v.

Rechtbank Midden-Nederland, 24-01-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:221, UTR 22/728 e.v.

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24 januari 2024
Datum publicatie
6 februari 2024
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:221
Zaaknummer
UTR 22/728 e.v.

Inhoudsindicatie

Wet WOZ, uitspraak over procedeergedrag met standaardstukken. De rechtbank schuift het beroepschrift en de ‘pinpointbrief’ terzijde, nadat de gemachtigde op verschillende manieren is gewaarschuwd. De op de zitting ingenomen standpunten zijn te laat en worden wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten. De redelijke termijn wordt met een jaar verlengd, vanwege de grote hoeveelheid procedures die de gemachtigde aanbrengt.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 22/728, UTR 22/730, UTR 22/731, UTR 22/732, UTR 22/733, UTR 22/734 en UTR 22/735

[eiseres] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE)

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente]

(gemachtigde: B.A. Schras).

Inleiding

Met de beschikking van 28 februari 2021 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waardes van vijf woningen en twee niet-woningen in [vestigingsplaats] voor het belastingjaar 2021 vastgesteld naar de waardepeildatum 1 januari 2020. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiseres (onder haar toenmalige statutaire naam) als eigenaar of gebruiker van deze onroerende zaken ook aanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd, waarbij de waardes als heffingsmaatstaf zijn gehanteerd.

Eiseres is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van 23 december 2021 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard en de vastgestelde waardes gehandhaafd. Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2024 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en de taxateur van de heffingsambtenaar.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep

Bijlage