Rechtbank Midden-Nederland, 02-05-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:2877, UTR 22/5255
Rechtbank Midden-Nederland, 02-05-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:2877, UTR 22/5255
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 2 mei 2024
- Datum publicatie
- 21 mei 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:2877
- Zaaknummer
- UTR 22/5255
Inhoudsindicatie
Woo-verzoek. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het financiële belang van de Staat om de ruimtebrieven voor alle jaren geheim te houden in dit geval zwaarder moet wegen dan het belang van openbaarheid dat de Woo beoogt te beschermen. Dat geldt voor alle jaren waarin de cao-onderhandelingen zijn afgerond. Bovendien moet de minister gelet op de zwaardere motiveringsplicht van artikel 5.3 van de Woo, extra motiveren waarom hij de gevraagde ruimtebrieven ook na vijf jaar niet openbaar maakt. De minister moet dus een beter gemotiveerd besluit nemen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/5255
Vereniging Algemene Onderwijsbond, gevestigd in Utrecht, eiseres
(gemachtigde: R. Vleugels),
en
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(gemachtigde: mr. L. Bouwman).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de (gedeeltelijke) afwijzing van het verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), nu de Wet open overheid (Woo) over de zogeheten ruimtebrieven over de jaren 2011 tot en met 2021 en de documenten die daarmee in relatie staan voor de jaren 2011, 2016 en 2021.
De minister heeft het Wob-verzoek met het besluit van 29 maart 2022 (gedeeltelijk) afgewezen. Met het bestreden besluit van 29 september 2022 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is de minister bij dat besluit gebleven.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 28 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens eiseres: [A] en de gemachtigde en namens de minister: mr. M.G.T van Leyenhorst, mr. drs. J.T. Straten, mr. drs. D. Groeneberg en de gemachtigde van de minister.