Home

Rechtbank Midden-Nederland, 03-07-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4119, UTR_23_965

Rechtbank Midden-Nederland, 03-07-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4119, UTR_23_965

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
3 juli 2024
Datum publicatie
30 juli 2024
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:4119
Zaaknummer
UTR_23_965

Inhoudsindicatie

WOZ. MK. Uitvaartcentrum. Beroep gegrond. De bewijslast voor de onderbouwing van de hoogte van de restwaarde rust op de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar heeft de restwaarde met de enkele verwijzing naar de bandbreedtes uit de taxatiewijzer onvoldoende onderbouwd. De heffingsambtenaar heeft ook niet aan de hand van de huurwaardekapitalisatiefactor aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Partijen hebben de waardes die zij voorstaan beiden niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank stelt de waarde schattenderwijs vast. Immateriële schadevergoeding in verband met schending van de redelijke termijn. Vergoeding griffierecht en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/965

[eiseres] B.V., uit [plaats 1] , eiseres

(gemachtigde: G. Gieben),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar

(gemachtigde: B. Olieman).

Inleiding

1.1.

In een beschikking van 19 februari 2022 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van het object aan de [adres] te [plaats 2] (het object) voor het belastingjaar 2022 vastgesteld op € 646.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2021. De heffingsambtenaar heeft bij deze beschikking aan eiseres als eigenaar van het object ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de WOZ-waarde van het object.

1.2.

In een uitspraak op bezwaar van 7 februari 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en heeft de heffingsambtenaar de waarde gehandhaafd.

1.3.

Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.4.

De zaak is behandeld op de zitting van 10 april 2024. Eiseres is vertegenwoordigd door [A] namens haar gemachtigde, vergezeld door taxateur [taxateur] . De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Beslissing

Informatie over hoger beroep