Rechtbank Midden-Nederland, 27-06-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4177, UTR 23/2081
Rechtbank Midden-Nederland, 27-06-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4177, UTR 23/2081
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 27 juni 2024
- Datum publicatie
- 1 augustus 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:4177
- Zaaknummer
- UTR 23/2081
Inhoudsindicatie
WOZ (woning); beroep ongegrond; proceskostenveroordeling vanwege schending artikel 40 Wet WOZ
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2081
[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: W.H. Verdouw),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder
(gemachtigde: ing. P.J.G. Jansen RT RDMW).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van 2 maart 2023 (de bestreden uitspraak) van de heffingsambtenaar, die betrekking heeft op de hoogte van de WOZ-waarde van de onroerende zaak aan de [adres 1] in [plaats] (de woning).
Procesverloop
2. De heffingsambtenaar heeft met de beschikking van 25 februari 2022 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de WOZ-waarde van de woning vastgesteld op € 345.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2021 en geldt voor het belastingjaar 2022. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd. De WOZ-waarde is daarvoor als heffingsmaatstaf gehanteerd. Met de bestreden uitspraak is de heffingsambtenaar bij deze beslissing gebleven.
3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden uitspraak. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
4. Het beroep is behandeld op de online zitting van 22 februari 2024. Partijen hebben zich op de zitting laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.