Rechtbank Midden-Nederland, 06-08-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4789, UTR 24/3373
Rechtbank Midden-Nederland, 06-08-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4789, UTR 24/3373
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2024
- Datum publicatie
- 12 september 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:4789
- Zaaknummer
- UTR 24/3373
Inhoudsindicatie
Woo; artikel 3.1. Rechtmatigheid, noodzaak en evenredigheid van het verwerken van persoonsgegevens ten behoeve van postale direct marketing door derden. De voorzieningenrechter schorst het publicatiebesluit, omdat de sanctiebesluiten van de Autoriteit over de vermeende onrechtmatige verwerking op grond van de AVG, op verschillende punten om een nader debat vraagt en ook nader onderzoek nodig is. De voorzieningenrechter kan nu niet vaststellen of de sanctiebesluiten in rechte in stand zullen blijven en of verzoeksters door de Autoriteit terecht als overtreder van de AVG zijn aangemerkt.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/3373
uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 augustus 2024 in de zaak tussen
1. [verzoekster 1] B.V. en
2. [verzoekster 2] B.V.uit [vestigingsplaats] , verzoeksters
(gemachtigden: mr. N. Wolters Ruckert, mr. M.E. Huisman, mr. P.C.A.J.M Gimbrère, en mr. M. Klijsen),
en
Autoriteit Persoonsgegevens
(gemachtigden: mr. T.N. Sanders en mr. S. Hendriks).
Inleiding
1. Bij besluit van 18 april 2024 (het publicatiebesluit) heeft de Autoriteit besloten om twee sanctiebesluiten voor overtredingen van de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg) openbaar te maken op grond van artikel 3.1 van de Wet open overheid (Woo). Het gaat om een besluit, waarbij aan verzoekster 1 een boete is opgelegd, en om een besluit, waarbij aan verzoekster 2 een last onder dwangsom is opgelegd (de sanctiebesluiten).
Verzoeksters hebben tegen het publicatiebesluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter primair gevraagd om het publicatiebesluit te schorsen.
De Autoriteit heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens verzoekster: [A] en [B] en hun gemachtigden, namens de Autoriteit: mr. [C] , mr. [D] , mr. [E] en hun gemachtigden.