Home

Rechtbank Midden-Nederland, 19-09-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5561, C/16/578915 / KG ZA 24-392

Rechtbank Midden-Nederland, 19-09-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5561, C/16/578915 / KG ZA 24-392

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19 september 2024
Datum publicatie
3 oktober 2024
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:5561
Zaaknummer
C/16/578915 / KG ZA 24-392

Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Kort geding. De door de Gemeenten aangedragen argumenten om de Aanbestedingsprocedure in te trekken kunnen deze beslissing niet dragen. Evenmin zijn er andere gronden aanwezig die intrekking van de Aanbestedingsprocedure rechtvaardigen.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/578915 / KG ZA 24-392

Vonnis in kort geding van 19 september 2024

in de zaak van

KVDM INFRA B.V.,

gevestigd te Bleijswijk,

eisende partij,

advocaat: mr. R.J. Kwaak,

tegen

1 GEMEENTE OUDEWATER,

zetelend te Oudewater,2. GEMEENTE WOERDEN,

zetelend te Woerden,

gedaagde partijen,

advocaat: mrs. D. Britsemmer en M.C.B. Beck

Partijen zullen hierna KVDM en de Gemeenten worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 29 juli 2024, met producties;

-

de conclusie van antwoord van de Gemeenten, met producties;

-

de pleitnota van KVDM;

-

de pleitnota van de Gemeenten.

1.2.

De mondelinge behandeling is gehouden op 5 september 2024. Bij de mondelinge behandeling waren namens KVDM aanwezig de heer [A] , [functie 1] van KVDM, en de heer [B] , [functie 2] bij KVDM, bijgestaan door

mr. R.J. Kwaak. Namens de Gemeenten waren de heer [C] , [functie 3] bij de Gemeenten, en de heer [D] , [functie 4] bij de Gemeenten, samen met

mr. D. Britsemmer en mr. M.C.B. Beck aanwezig.

Door en namens partijen zijn de standpunten verder toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de voorzieningenrechter. Van de mondelinge behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3.

Daarna volgt dit vonnis.

2 Het geschil

Achtergrond

2.1.

De Gemeenten hebben de Europese openbare aanbestedingsprocedure ‘’Raamovereenkomst elementenonderhoud 2024’’ (hierna: de Aanbestedingsprocedure) georganiseerd met het doel een contractspartij te vinden voor de uitvoering van deelopdrachten met betrekking tot elementenonderhoud. Het werk is gelegen binnen de gemeentegrenzen van de Gemeenten en op enkele locaties aansluitend op voornoemde gemeentegrenzen. Uit paragraaf volgt 1.2 van de Aanbestedingsleidraad volgt dat wordt gegund op basis van de laagste prijs.

2.2.

De Gemeenten hebben oorspronkelijk een negental inschrijvingen ontvangen op de aanbesteding. Nadat door de Gemeenten bij een aantal inschrijvingen onvolkomenheden zijn ontdekt zijn uiteindelijk twee inschrijvingen door de Gemeenten terzijde gelegd. Dit heeft ervoor gezorgd dat de Aanbestedingsprocedure een maand vertraging heeft opgelopen ten opzichte van de oorspronkelijke planning, zoals opgenomen in paragraaf 2.1 van de Aanbestedingsleidraad. Het door de Gemeenten opgestelde, proces-verbaal van inschrijving luidt als volgt:

Inschrijver

Inschrijfprijs

1

[bedrijf 1] B.V.

€ 1.896.518,20

2

[bedrijf 2] B.V.

€ 1.945.000,00

3

KVDM Intra B.V.

€ 2.843.427,84

4

[bedrijf 3] B.V.

€ 2.899.879,10

5

[bedrijf 4] B.V.

€ 3.843.724,64

6

[bedrijf 5]

€ 3.893.086,34

7

[bedrijf 6] B.V.

€ 3.924.513,63

2.3.

Op 7 juni 2024 hebben de Gemeenten in de voorlopige gunningsbeslissing bekend gemaakt dat de inschrijving van [bedrijf 1] B.V. is aangemerkt als de inschrijving met de laagste prijs en dat de Gemeenten voornemens zijn om de opdracht aan [bedrijf 1] B.V. te gunnen. In reactie op de voorlopige gunningsbeslissing hebben de Gemeenten van [bedrijf 1] B.V. het bericht ontvangen dat het voor haar onmogelijk is om de opdracht uit te voeren. Aanleiding hiervoor was de vertraging die de Aanbestedingsprocedure heeft opgelopen waardoor zij ander werk heeft aangenomen.

De Gemeenten hebben vervolgens contact gezocht met de nummer twee in rangorde, [bedrijf 2] B.V., en aan haar gevraagd of zij wel in staat is om de opdracht uit te voeren. Ook [bedrijf 2] B.V. heeft aangegeven inmiddels een ander project te hebben aangenomen en niet langer in staat te zijn om de opdracht uit te voeren.

2.4.

De Gemeenten zijn vervolgens tot de conclusie gekomen dat de resultaten van de Aanbestedingsprocedure 1) onvoldoende zekerheid bieden op een verantwoorde uitvoering van de opdracht die leidt tot het gewenste resultaat en 2) in haar huidige vorm niet leiden tot zo veel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke middelen. Om deze redenen hebben de Gemeenten besloten tot intrekking van de Aanbestedingsprocedure. Deze intrekking is middels een bericht van 10 juli 2024 op TenderNed aan de inschrijvers gecommuniceerd. Het bericht luidt als volgt:

“Geachte heer/mevrouw,

Met deze brief informeert de aanbestedende dienst u over haar besluit om de

Europese openbare aanbestedingsprocedure betreffende

‘’Raamovereenkomst elementenonderhoud 2024’’ in te trekken.

De aanbestedende dienst heeft naar aanleiding van de voorlopige

gunningsbeslissing van de voorlopig gegunde partij vernomen dat het voor

haar onmogelijk is om de opdracht uit te voeren. Ook de nummer twee in

rangorde heeft aangegeven de opdracht niet meer uit te kunnen voeren.

Aanleiding daarvoor is de vertraging die de aanbestedingsprocedure heeft

opgelopen als gevolg waarvan beide partijen in de tussentijd ander werk

hebben aangenomen. Het voorgaande heeft geleid tot het besluit de

onderhavige aanbestedingsprocedure in te trekken.

De aanbestedende dienst heeft moeten constateren dat thans onvoldoende

zekerheid bestaat op een verantwoorde uitvoering van de opdracht die leidt

tot het gewenste resultaat. Gelet op het feit dat de aanbestedende dienst op

grond van artikel 1.4 lid 2 Aanbestedingswet 2012 verplicht is om zorg te

dragen voor zo veel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke

middelen, kiest de aanbestedende dienst voor een heraanbesteding en zal zij

zich beraden over een nieuwe/gewijzigde aanbestedingsprocedure.

Het besluit van de aanbestedende dienst om de aanbestedingsprocedure in

te trekken vindt zijn rechtvaardiging in het beginsel van contractsvrijheid.

Daar komt bij dat de aanbestedende dienst zich in paragraaf 2.9 van de

aanbestedingsleidraad het recht heeft voorbehouden om de

aanbestedingsprocedure geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of definitief te

stoppen. Door een inschrijving in te dienen heeft u met deze bepaling

ingestemd.

Indien u zich niet kunt verenigen met het besluit van de aanbestedende

dienst, dient u – op straffe van niet-ontvankelijkheid en verval van recht –

binnen een termijn van twintig (20) kalenderdagen na dagtekening van de

verzending van de mededeling van het intrekkingsbesluit, door betekening

van een dagvaarding, een kort geding procedure aanhangig te hebben

gemaakt tegen het besluit om de aanbestedingsprocedure in te trekken, bij

de voorzieningenrechter te Midden-Nederland, alsook de aanbestedende

dienst via inkoop@woerden.nl daarvan in kennis te hebben gesteld.

Met vriendelijke groet

[C]

Gemeente Woerden”

Standpunt en vordering van KVDM

2.5.

Na kennisneming van het bericht van de Gemeenten is KVDM van mening dat er onvoldoende grond bestaat voor intrekking van de Aanbestedingsprocedure. KVDM stelt dat de contractsvrijheid van een aanbestedende dienst niet onbegrensd is, waar bij een intrekking de beginselen van gelijke behandeling en transparantie in acht moeten worden genomen. In dat kader is volgens KVDM de stelling van de Gemeenten dat onvoldoende zekerheid bestaat op een verantwoorde uitvoering van de opdracht die leidt tot het gewenste resultaat, onbegrijpelijk. Daarnaast stelt KVDM dat onterecht dan wel op onjuiste gronden door de Gemeenten een beroep wordt gedaan op artikel 1.4 lid 2 van de Aanbestedingswet 2012 (Aw), dat ziet op het leveren van zo veel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke middelen.

2.6.

Gezien het voorgaande vordert KVDM– samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de Gemeenten veroordeelt:

Primair

 i) te verbieden (verdere) uitvoering te geven aan de intrekkingsbeslissing van 10 juli 2024; ii) te verbieden de Aanbestedingsprocedure daadwerkelijk in te trekken; iii) te verbieden over te gaan tot heraanbesteding van de Raamovereenkomst elementenonderhoud 2024; iv) te gebieden de overeenkomst Raamovereenkomst elementenonderhoud 2024 te gunnen aan KVDM; v) te verbieden de opdracht te gunnen aan een ander dan KVDM;

Subsidiair

 i) te verbieden (verdere) uitvoering te geven aan de intrekkingsbeslissing van 10 juli 2024; vii) te verbieden de Aanbestedingsprocedure daadwerkelijk in te trekken; viii) te verbieden over te gaan tot heraanbesteding van de Raamovereenkomst elementenonderhoud 2024; ix) te gebieden de Aanbestedingsprocedure te vervolgen in de stand waarin deze zich bevindt met inachtneming van dit vonnis; x) te gebieden binnen zeven dagen na dagtekening van het vonnis de gunningsbeslissing te nemen en mede te delen aan de inschrijvers;

Primair en subsidiair

 xi) tot een andere maatregel te nemen die redelijk is en recht doet aan de belangen van KVDM; xii) tot betaling van de proces- en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

Standpunt en verweer van de Gemeenten

2.7.

De Gemeenten stellen zich – kort gezegd – op het standpunt dat een aanbestedende dienst een grote mate van vrijheid geniet bij het intrekken van een aanbestedingsprocedure. Volgens de Gemeenten zijn zij wel gehouden inschrijvers zo spoedig mogelijk over dit besluit te informeren met opgave van redenen om een minimaal transparantieniveau en de naleving van het beginsel van gelijke behandeling te waarborgen.

2.8.

In hun bericht van 10 juli 2024 hebben de Gemeenten de redenen voor hun

intrekkingsbeslissing opgenomen. Zij stellen daarmee te hebben voldaan aan de van toepassing zijnde aanbestedingsrechtelijke beginselen. Dat sprake zou zijn van een

gebrekkige motivering en dat er onvoldoende grond zou bestaan om de

aanbestedingsprocedure in te trekken wordt door de Gemeenten betwist.

2.9.

De Gemeenten concluderen dan ook tot afwijzing van de vorderingen van KVDM met veroordeling van KVDM in de proces- en nakosten.

3 De beoordeling

4 De beslissing