Rechtbank Midden-Nederland, 17-01-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:593, UTR 23/2151
Rechtbank Midden-Nederland, 17-01-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:593, UTR 23/2151
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 17 januari 2024
- Datum publicatie
- 6 maart 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:593
- Zaaknummer
- UTR 23/2151
Inhoudsindicatie
Parkeerbelasting. Naheffingsaanslag. Een naheffingsaanslag kan niet worden opgelegd zonder dat er parkeerbelasting verschuldigd was. Artikel 20 van de AWR beperkt de mogelijkheid tot naheffing van belasting die op aangifte behoort te worden voldaan, maar niet is betaald. Daarvan in deze zaak geen sprake, omdat niet vaststaat dat er parkeerbelasting moet worden betaald. De naheffingsaanslag is ten onrechte opgelegd.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2151
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder
(gemachtigde: mr. T. Klinkhamer).
Inleiding
Op 9 juli 2022 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting (naheffingsaanslag) opgelegd.
In de uitspraak op bezwaar van 17 maart 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser daartegen ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 6 december 2023 op een online zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.