Home

Rechtbank Midden-Nederland, 07-02-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:618, 560798 / FA RK 23/652

Rechtbank Midden-Nederland, 07-02-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:618, 560798 / FA RK 23/652

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
7 februari 2024
Datum publicatie
20 februari 2024
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:618
Zaaknummer
560798 / FA RK 23/652

Inhoudsindicatie

Beroep ex artikel 67 Fw tegen beslissing rechter-commissaris van 23 juli 2023. Vernietigd beslissing rechter-commissaris. Rechter-commissaris maakt op dit moment misbruik van zijn bevoegdheid op grond van artikel 66 Faillissementswet.

Uitspraak

beschikking

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/560798 / FA RK 23/652

Beschikking van de enkelvoudige kamer van 7 februari 2024

Op het op 28 juli 2023 bij de griffie ingekomen beroepschrift als bedoeld in artikel 67 lid 1 van de Faillissementswet (Fw), dat is ingediend door:

de naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd in Amsterdam,

voor zichzelf en als lasthebber van:

ABN AMRO N.V.,

COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,

BNPPARIBAS FORTIS S.A./N.V.,

hierna gezamenlijk te noemen: de banken,

advocaat mr. R.J. van Galen en mr. H.A.W. Ruiter,

in het faillissement van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[onderneming 1] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: [onderneming 1] ,

waarin als curatoren zijn aangesteld

mr. [A],

kantoorhoudend in [plaats 1] , en

mr. [B],

kantoorhoudend in [plaats 2] ,

hierna gezamenlijk te noemen: de Curatoren.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het beroepschrift van 28 juli 2023 tegen de beslissing van de rechter-commissaris van 24 juli 2023,

-

de brief van de rechter-commissaris van 10 augustus 2023,

-

het aanvullend beroepschrift van 17 augustus 2023,

-

de oproepingsbrief van 17 augustus 2023,

-

de mondelinge behandeling van 22 september 2023, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt,

-

de pleitnota van de banken.

1.2.

De beslissing op dit beroep is aangehouden. De banken hebben onderzocht of een afspraak met de rechter-commissaris mogelijk was. Zij hebben de rechtbank bericht dat dit niet is gelukt. Zoals is besproken op de mondelinge behandeling zal de rechtbank dan uitspraak doen.

2 De kern van de zaak

2.1.

De rechter-commissaris heeft de heer [C] (hierna: [C] ) opgeroepen om te worden gehoord in een zogenoemd faillissementsverhoor. De banken verzoeken de rechtbank om deze beslissing te vernietigen. Zij voeren daarvoor onder meer aan dat sprake is van misbruik van bevoegdheid. Deze beroepsgrond slaagt. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.

3 Wat er is gebeurd

3.1.

[onderneming 1] was tot 2013 onderdeel van de [onderneming 2] N.V. (hierna: [onderneming 2] ). In het kader van een management buy-out heeft [onderneming 2] een geldlening aan [onderneming 1] verstrekt. Als zekerheid voor terugbetaling van die lening heeft [onderneming 1] haar activa aan [onderneming 2] verpand. Op 7 oktober 2014 is [onderneming 1] in staat van faillissement verklaard met aanstelling van de curatoren als zodanig. De curatoren hebben vervolgens de activa van [onderneming 1] verkocht. [onderneming 2] heeft in een gerechtelijke procedure (hierna: de procedure) afdracht van die verkoopopbrengst gevorderd. De curatoren hebben zich daartegen verzet omdat de pandovereenkomst tussen [onderneming 1] en [onderneming 2] volgens hen paulianeus1 is.

3.2.

Na het faillissement van [onderneming 2] in december 2015 hebben de curatoren van [onderneming 2] de procedure voortgezet. De banken hebben belang bij de uitkomst van de procedure, omdat de vordering van [onderneming 2] is verpand aan ING als security agent ter zekerheid van de vorderingen van de banken op [onderneming 2] . De banken zijn daarom met de curatoren in gesprek gegaan. Naar aanleiding van dat gesprek zijn de banken, [onderneming 2] , de belastingdienst, [onderneming 1] en de curatoren in 2019 een regeling overeengekomen ter afwikkeling van het faillissement van [onderneming 1] (hierna: de regeling). Onderdeel van de regeling is dat [onderneming 1] een faillissementsakkoord aanbiedt aan haar concurrent schuldeisers en dat de curatoren de aanname en homologatie van het akkoord zullen bevorderen. Verder is het geschil dat ten grondslag ligt aan de procedure in de regeling geschikt. De procedure is geparkeerd in afwachting van de uitvoering van de regeling.

3.3.

Op 2 oktober 2020 heeft de toenmalige advocaat van de banken een e-mail gestuurd aan de curatoren. Bij die e-mail zat (onbedoeld) correspondentie tussen de advocaat en de banken waarin de advocaat zijn mening geeft over de liquiditeitsruimte die voor [onderneming 1] beschikbaar was onder de door [onderneming 2] verstrekte lening. Daarbij verwees hij naar berekeningen die hij door [onderneming 3] (in de persoon van [C] ) had laten maken. De curatoren hebben op basis van deze correspondentie het standpunt ingenomen dat zij door de banken onjuist zijn voorgelicht en dat zij daarom niet meer gehouden zijn de regeling na te komen, dan wel dat zij de regeling kunnen vernietigen vanwege dwaling en/of bedrog.

3.4.

De banken (met ING als formele procespartij) hebben de procedure daarna overgenomen van de curatoren van [onderneming 2] . Zij vorderen:

- primair: afdracht van de opbrengst van de zekerheden,

- subsidiair: ontbinding van de regeling en schadevergoeding,

- meer subsidiair: nakoming van de regeling.

De banken hebben daarbij het conceptrapport van [onderneming 3] ingebracht.

3.5.

De curatoren hebben op 14 juni 2023 een antwoordconclusie genomen waarin zij gebruikmaken van de e-mail van 2 oktober 2020. Omdat de Raad van Discipline de curatoren op 19 juni 2023 heeft berispt vanwege kennisneming en herhaald gebruik van deze e-mail, zijn de curatoren in de gelegenheid gesteld om hun conclusie op te schonen. De curatoren hebben van die gelegenheid gebruikt gemaakt en op 26 juli 2023 een nieuwe conclusie genomen. In die conclusie bespreken zij (net als in de eerdere versie) het conceptrapport van [onderneming 3] .

3.6.

Intussen had de rechter-commissaris [C] per brief van 10 juli 2023 opgeroepen om te worden gehoord in een faillissementsverhoor. De banken hebben die brief op 24 juli 2023 via [C] ontvangen.

4 De beoordeling van het beroepschrift

5 De beslissing