Home

Rechtbank Midden-Nederland, 30-10-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6431, UTR 23/3987

Rechtbank Midden-Nederland, 30-10-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6431, UTR 23/3987

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30 oktober 2024
Datum publicatie
9 december 2024
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:6431
Zaaknummer
UTR 23/3987

Inhoudsindicatie

PARKBL, naheffing parkeerbelasting: berekening kosten naheffing, uurtarief BOA, kosten ter zake van het opleggen van een naheffing. De naheffingsaanslag is ten onrechte opgelegd. Het beroep is gegrond. Vernietiging uob, vernietiging naheffingsaanslag, veroordeling heffingsambtenaar in proceskosten en vergoeding griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/3987

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amersfoort, verweerder

(gemachtigde: P. Blokhuis).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 1 augustus 2023.

2. De heffingsambtenaar heeft op 10 februari 2023 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [aanslagnummer] . Eiser heeft hier bezwaar tegen gemaakt dat is ontvangen op 13 maart 2023. De heffingsambtenaar heeft, met de uitspraak op bezwaar van 1 augustus 2023 (de bestreden uitspraak), het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiseres heeft op 7 augustus 2023 beroep ingesteld.

3. De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2024 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Feiten

Juridisch kader

Geschil in beroep

Beoordeling van het geschil

Conclusie

Griffierecht en proceskostenveroordeling

Beslissing

Informatie over hoger beroep