Rechtbank Midden-Nederland, 29-10-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6446, UTR 23/4804
Rechtbank Midden-Nederland, 29-10-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6446, UTR 23/4804
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 29 oktober 2024
- Datum publicatie
- 11 december 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6446
- Zaaknummer
- UTR 23/4804
Inhoudsindicatie
WOZ. Hoogte aanslag OZB t.a.v. garagebox. Volgens eiser ten onrechte tarief voor niet-woningen van toepassing. Rechtbank is van oordeel dat de omstandigheden maken dat de garagebox niet volledig dienstbaar is aan woondoeleinden als bedoeld in artikel 220a van de Gemeentewet en daarmee als bedoeld in de Verordening. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4804
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2024 in de zaak tussen
en
de heffingsambtenaar van de belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente], verweerder
(gemachtigde: mr. W.G. Vos)
Inleiding
1. De heffingsambtenaar heeft met de beschikking van 31 maart 2023 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de WOZ-waarde van de onroerende zaak aan de [adres 1] in [plaats] (het object) vastgesteld op € 51.000,-. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2022 en geldt voor het belastingjaar 2023. In hetzelfde geschrift zijn ook de aanslagen onroerende-zaakbelastingen (OZB) 2023 vastgesteld op € 217,77 (eigenaar) + € 175,89 (gebruiker).
2. De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 23 augustus 2023 (de bestreden uitspraak) het bezwaar ongegrond verklaard en de aanslagen OZB gehandhaafd. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden uitspraak. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een taxatiematrix.
3. Het beroep is behandeld op de online zitting van 28 augustus 2024. Hieraan hebben deelgenomen: de echtgenote van eiser, de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en de heer [taxateur] , taxateur.