Home

Rechtbank Midden-Nederland, 05-11-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6452, UTR 23/4948 Rectificatie

Rechtbank Midden-Nederland, 05-11-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6452, UTR 23/4948 Rectificatie

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
5 november 2024
Datum publicatie
10 december 2024
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:6452
Zaaknummer
UTR 23/4948 Rectificatie

Inhoudsindicatie

Wet politiegegevens. Korpschef heeft ondeugdelijk gemotiveerd waarom de verwerking van politiegegevens noodzakelijk is voor de dagelijkse politietaak. Beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/4948 Rectificatie pagina 8

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

de korpschef van politie Midden Nederland, de korpschef

(gemachtigde: mr. S. Maas).

Waar gaat deze zaak over?

1. In het politiesysteem staat eiseres bij een aantal registraties geregistreerd met de incidentcode E33 – “Overlast door verward/overspannen persoon”. Eiseres heeft inzage gevraagd en gekregen in die registraties. Vervolgens heeft eiseres een verzoek gedaan bij de korpschef om deze, volgens haar onjuiste, registraties en de daarbij vermelde incidentcode E33 (de gegevens) te vernietigen op grond van artikel 28 Wet politiegegevens (Wpg). Deze aanvraag heeft de korpschef met het besluit van 21 augustus 2023 (het bestreden besluit) afgewezen.

2. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag. De korpschef heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 28 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiseres deelgenomen. De gemachtigde van de korpschef is, met melding van verhindering, niet verschenen.

3. De korpschef heeft verzocht om de politieregistraties, die onderdeel van het dossier uitmaken, niet aan eiseres te verstrekken. Wel mag zij ze inzien. De korpschef heeft hierbij een beroep gedaan op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft in de voorfase aangegeven dat er geen beslissing wordt genomen op grond van artikel 8:29 van de Awb, aangezien de verstrekking van de registraties onderwerp van geschil is in deze procedure. De rechtbank heeft daarom gehandeld alsof het verzoek om beperking van kennisneming is gerechtvaardigd. De rechtbank is daarvan tijdens de zitting teruggekomen, omdat het in deze zaak niet gaat om de verstrekking maar om de vernietiging van de gegevens. Tijdens de zitting heeft de rechtbank eiseres de betreffende stukken dan ook laten inzien, zonder deze aan haar mee te geven. De rechtbank heeft ook zelf de onderliggende stukken ingezien.

Oordeel

Overwegingen

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep