Rechtbank Midden-Nederland, 06-12-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6792, UTR 24/213
Rechtbank Midden-Nederland, 06-12-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6792, UTR 24/213
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 6 december 2024
- Datum publicatie
- 9 januari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6792
- Zaaknummer
- UTR 24/213
Inhoudsindicatie
WOZ, woning. Gegrond. De heffingsambtenaar is uitgegaan van de datum van levering van de referentiewoningen en dat leidt tot een onjuiste indexering van de gebruikte referentiewoningen. Schending van art. 40 Wet WOZ in de bezwaarfase. In de uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar nieuwe referentiewoningen gebruikt en daarvan alleen de verkoopdatum, verkoopprijs, gebruiksoppervlakte en het bouwjaar vermeld. De objectonderdelen en KOUDVL-factoren ontbreken. Dat is niet in lijn met de eerdere wijze van onderbouwen van de heffingsambtenaar en heeft ervoor gezorgd dat eiser deze gegevens niet heeft kunnen betwisten in bezwaar. Daarmee heeft de heffingsambtenaar eiser inderdaad gedwongen om beroep in te stellen. Eiser heeft verzocht om te bepalen dat uitbetaling van de proceskostenvergoeding rechtstreeks aan de gemachtigde dient plaats te vinden. De rechtbank is van oordeel dat eiser zich bij een geschil over de uitbetaling van de proceskostenvergoeding zich dient te wenden tot de burgerlijke rechter.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/213
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. J.F.J.M. van Abbe)
en
de heffingsambtenaar van gemeente [plaats] , de heffingsambtenaar
(gemachtigde: H. Mercanoglu).
Inleiding
Deze zaak gaat over het beroep van eiser tegen de WOZ-waarde van een woning aan de [adres 1] in [plaats] (de woning).
De heffingsambtenaar heeft in de beschikking van 28 februari 2023 (het primaire besluit) op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de woning voor het belastingjaar 2023 vastgesteld op € 1.540.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2022. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van deze woning ook aanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd, waarbij de WOZwaarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 18 november 2023 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift met een taxatiematrix ingediend.
De zaak is behandeld op de digitale zitting van 25 oktober 2024. Hieraan hebben deelgenomen: gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar, vergezeld [taxateur] (taxateur).