Home

Rechtbank Midden-Nederland, 02-02-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:718, 22/4063

Rechtbank Midden-Nederland, 02-02-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:718, 22/4063

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
2 februari 2024
Datum publicatie
29 februari 2024
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:718
Zaaknummer
22/4063

Inhoudsindicatie

Verzoek om handhaving camera's buurman. Prioriteringsbeleid AP niet onrechtmatig. In bezwaarfase ten onrechte zienswijze buurman niet overgelegd en eiser niet gehoord. Besluit vernietigd, maar rechtsgevolgen in stand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/4063

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

Autoriteit Persoonsgegevens, de AP

(gemachtigden: mr. E. Nijhof en mr. A. Karimi).

Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om handhaving. Eiser heeft de AP verzocht handhavend op te treden, omdat zijn buurman aan de gevel van zijn huis camera’s heeft opgehangen. Volgens eiser overtreedt de buurman daarmee de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

  2. Bij besluit van 17 maart 2022 heeft de AP het verzoek van eiser afgewezen. Bij beslissing op bezwaar van 11 juli 2022 heeft de AP het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond verklaard en is de AP bij deze afwijzing gebleven. Volgens de AP volgt uit globaal bureauonderzoek naar aanleiding van het verzoek van eiser dat nader onderzoek nodig is om te kunnen vaststellen of daadwerkelijk sprake is van een overtreding van de AVG. Uit het door de AP gehanteerde prioriteringsbeleid volgt in zo’n geval dat getoetst moet worden aan de daarin opgenomen prioriteringscriteria om te bepalen of dat nader onderzoek zal plaatsvinden. Volgens de AP is de bredere maatschappelijke betekenis van nader onderzoek beperkt en is de inzet van de beperkte capaciteit en middelen ten behoeve van dit onderzoek in dit geval niet doeltreffend en doelmatig. Om die reden is volgens de AP onvoldoende voldaan aan de prioriteringscriteria en daarom is besloten geen nader onderzoek te doen.

  3. De AP heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

  4. Bij mails van 10 januari 2023, 8 februari 2023 en 3 maart 2023 heeft de buurman op het beroep gereageerd.

  5. Bij beslissing van 23 februari 2023 heeft de rechtbank het verzoek van de buurman om anoniem te kunnen deelnemen aan de procedure afgewezen. In reactie daarop heeft de buurman de rechtbank gemeld dat hij niet als derde-partij wil deelnemen aan de procedure.

  6. Bij beslissing van 19 mei 2023 heeft de rechtbank het verzoek van AP om beperkte kennisneming van een aantal stukken, in de zin van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), afgewezen.

  7. De rechtbank heeft het beroep op 21 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn partner [A] en de gemachtigden van de AP.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

BeslissingDe rechtbank:

Informatie over hoger beroep