Rechtbank Midden-Nederland, 05-11-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:7687, .
Rechtbank Midden-Nederland, 05-11-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:7687, .
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 5 november 2024
- Datum publicatie
- 23 mei 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:7687
- Zaaknummer
- .
Inhoudsindicatie
Machtiging van de Nederlandse rechter-commissaris op verzoek van een Finse curator in een Finse insolventieprocedure. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2024:7658)
Uitspraak
Toezicht
Locatie Utrecht
zaaknummer:
Beschikking van 5 november 2024 op grond van art. 13 lid 2 IVO jo. art. 68 lid 4 Fw
in de zaak van
de heer
[verzoeker] ,
in zijn hoedanigheid van Insolventiefunctionaris (Pesânhoitajan) in de
insolventieprocedure naar Fins recht (Konkurssi) van de rechtspersoon naar Fins recht [onderneming] oy,
kantoorhoudende te Finland,
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker] q.q.,
gemachtigde: mr. J.M. Rommes te Breda.
1 De procedure en het verzoek
Bij uitspraak van 21 oktober 2024 is de vennootschap naar Fins recht [onderneming] OY door de districtsrechtbank van Pirkanmaa, Finland, in staat van faillissement verklaard. In deze uitspraak is verzoeker aangesteld tot insolventiefunctionaris.
[onderneming] Oy (“[onderneming]”) heeft een vestiging in [plaats] , aan de [adres] . Eén werknemer in dienst van [onderneming] is verbonden aan deze vestiging. Haar arbeidsovereenkomst wordt beheerst door Nederlands recht.
De rechter-commissaris is bij beschikking van 1 november 2024 door de rechtbank benoemd, onder verwijzing naar art. 13 lid 2 IVO.
De gemachtigde van verzoeker heeft op 31 oktober 2024 verzocht de rechter-commissaris machtiging te (laten) geven voor het opzeggen van de onder 1.2 genoemde arbeidsovereenkomst.
2 De beoordeling
Ten aanzien van [onderneming] is een insolventieprocedure van toepassing als bedoeld in artikel 2 lid 4 IVO. [verzoeker] q.q. is een insolventiefunctionaris als bedoeld in artikel 2 lid 5 IVO.
De rechter-commissaris van de plaats van de lokale vestiging van de rechtspersoon ten aanzien waarvan in een andere lidstaat een insolventieprocedure is geopend, is op grond van art. 13 lid 2 IVO jo. art. 68 lid 4 Fw jo art. 2 Fw bevoegd om de gevraagde machtiging te verlenen. Het centrum van de voornaamste belangen van [onderneming] is gelegen in Finland, een lidstaat. De lokale vestiging van [onderneming] is gelegen in [plaats] . De rechter-commissaris is dan ook bevoegd om de gevraagde machtiging te verlenen.
De rechter-commissaris moet vervolgens vaststellen of de Finse insolventiefunctionaris op grond van Fins (faillissements)recht (de lex concursus) de bevoegdheid heeft om arbeidsovereenkomsten met werknemers op te zeggen. Uit de namens [verzoeker] q.q. aangeleverde informatie over de toepasselijke bepalingen van Fins recht, leidt de rechter-commissaris af dat [verzoeker] q.q. die bevoegdheid heeft.
De voorwaarden waaronder de Finse curator tot ontslag kan overgaan, worden beheerst het recht dat op de arbeidsovereenkomst van toepassing is (de lex causae). In dit geval is Nederlands recht van toepassing. De rechter-commissaris stelt op basis van de beslissing van de Finse rechtbank vast dat de insolventieprocedure die in Finland is uitgesproken gelijk moet worden gesteld met de Nederlandse faillissementsprocedure. Dit heeft tot gevolg dat de Finse insolventiefunctionaris op grond van art. 40 Fw machtiging nodig heeft van de rechter-commissaris om de arbeidsovereenkomst met mevrouw [A] te beëindigen.
Uit het verzoek volgt dat voortzetting van de arbeidsovereenkomsten niet in het belang van de boedel is. De rechter-commissaris zal de Finse insolventiefunctionaris daarom machtiging verlenen om de arbeidsovereenkomst met [A] op te zeggen met inachtneming van een termijn van ten minste zes weken.
3 De beslissing
De rechtbank:
verleent [verzoeker] q.q. op grond van art. 40 Fw machtiging om over te gaan tot opzegging van de arbeidsovereenkomst met [A] , met inachtneming van een termijn van zes weken.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Konings, rechter-commissaris, op 5 november 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan op grond van art. 67 lid 2 Fw binnen vijf dagen hoger beroep worden ingesteld bij de Rechtbank Midden-Nederland.