Home

Rechtbank Midden-Nederland, 16-02-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:784, UTR 23/1668

Rechtbank Midden-Nederland, 16-02-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:784, UTR 23/1668

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16 februari 2024
Datum publicatie
8 maart 2024
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:784
Zaaknummer
UTR 23/1668

Inhoudsindicatie

woz, woning. Niet inzichtelijk gemaakt hoe onderlinge verschillen woning en referentiewoningen gecorrigeerd zijn. Niet controleerbaar. Heffingsambtenaar niet aannemelijk gemaakt dat waarde niet te hoog is vastgesteld. Eiser heeft waarde niet onderbouwd. Rb voorziet zelf in de zaak.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/1668

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] (de heffingsambtenaar), verweerder

(gemachtigde: F.W. Hoffman).

Inleiding

1. In deze zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZwaarde van de onroerende zaak aan de [adres 1] in [plaats] (de woning).

1.1

In de beschikking van 25 februari 2022 (het primaire besluit) heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de WOZ-waarde van de woning voor het belastingjaar 2022 vastgesteld op € 425.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2021. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van deze woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd, waarbij de WOZwaarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.

1.2

Eiser heeft tegen het primaire besluit in bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 1 februari 2023 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.

1.3

Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift met een taxatie-opbouw ingediend.

1.4

Het beroep is behandeld op de online zitting van 11 januari 2024. Verschenen zijn: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar samen met [taxateur] , taxateur.

Feiten

De aanleiding voor deze procedure

2. Eiser is eigenaar van de woning, een rijwoning die in 1990 is gebouwd. De woning heeft een berging, een dakkapel aan de achterzijde met zonnepanelen. De woning heeft een gebruiksoppervlakte van 110 m2 en is gelegen op een perceel van 114 m2.

Het geschil

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Informatie over hoger beroep