Home

Rechtbank Midden-Nederland, 28-02-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1029, UTR 23/4870

Rechtbank Midden-Nederland, 28-02-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1029, UTR 23/4870

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28 februari 2025
Datum publicatie
26 maart 2025
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:1029
Zaaknummer
UTR 23/4870

Inhoudsindicatie

Artikel 15 AVG. Verzoek om overzicht persoonsgegevens in de FSV. De minister heeft onvoldoende informatie verstrekt over de verwerkingsdoeleinden van de persoonsgegevens van eiseres. De minister heeft ook niet gemotiveerd waarom het beperken van het inzagerecht strikt noodzakelijk en evenredig is, zoals artikel 23, eerste lid, van de AVG voorschrijft. Een inzageverzoek op grond van artikel 15 van de AVG mag niet worden beperkt door de fiscale geheimhoudingsplicht uit artikel 67 AWR. De geheimhoudingsplicht van de materiële wet van de opvragende instantie is hier ook niet van toepassing. De minister moet een nieuw besluit nemen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/4870

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. C.N. van der Sluis),

en

de minister van Financiën

(gemachtigden: mr. K. Jarbandhan en mr. A. Talhaoui).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de gedeeltelijke afwijzing van de minister van het verzoek om inzage op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

1.1.

De minister heeft het inzageverzoek van eiseres met het besluit van 25 april 2023 (gedeeltelijk) afgewezen. Met het bestreden besluit van 29 augustus 2023 op het bezwaar van eiseres is de minister bij deze afwijzing gebleven.

1.2.

De minister heeft op het beroep gereageerd met verweerschriften.

1.3.

Op 10 december 2024 heeft de minister aanvullende stukken overgelegd. De minister heeft met een beroep op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat alleen de bestuursrechter kennis mag nemen van de stukken. De bestuursrechter handelt alsof de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, nu de stukken onderdeel zijn van een procedure op grond van de AVG en de stukken daarmee inzet zijn van het geding zijn. Eiseres heeft de rechtbank toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb om bij de beoordeling in dit beroep van de geheimgehouden informatie kennis te nemen.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 11 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep