Rechtbank Midden-Nederland, 27-03-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1355, C/16/586618 / KG ZA 25-1
Rechtbank Midden-Nederland, 27-03-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1355, C/16/586618 / KG ZA 25-1
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 27 maart 2025
- Datum publicatie
- 27 maart 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:1355
- Zaaknummer
- C/16/586618 / KG ZA 25-1
Inhoudsindicatie
Kort geding. Verkoop gemeentegrond voor ontwikkeling van woningbouw. Geen sprake van strijd met de Didam-regels.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/586618 / KG ZA 25-1
Vonnis in kort geding van 27 maart 2025
in de zaak van
[eisende partij] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaat: mr. M.E. Berends-de Weerd,
tegen
GEMEENTE ZEIST,
te Zeist,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaat: mr. A.C.M. Kusters en mr. H.A. Bijkerk,
met als tussenkomende partij
BPD ONTWIKKELING B.V.,
te Amsterdam,
hierna te noemen: BPD,
advocaat: mr. P. Heijnsbroek en mr. E.S.C. van der Hoek.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 januari 2025 met 13 producties,- de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging van BPD,
- de conclusie van antwoord met 9 producties,
- de akte voor de mondelinge behandeling van BPD met 1 productie,- de mondelinge behandeling van 13 maart 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de spreekaantekeningen van [eisende partij] ,- de spreekaantekeningen van de gemeente.
In de dagvaarding heeft [eisende partij] een incident opgeworpen waarin zij eist dat de gemeente wordt veroordeeld bepaalde stukken te overleggen. De voorzieningenrechter heeft dit incident met partijen besproken tijdens de mondelinge behandeling. Gebleken is dat de gemeente de door [eisende partij] gevraagde documenten bij de conclusie van antwoord al heeft overgelegd, zodat de voorzieningenrechter hierover geen beslissing meer hoeft te nemen.
Tijdens de mondelinge behandeling is het incident tot tussenkomst subsidiair voeging behandeld. De voorzieningenrechter heeft vervolgens beslist dat het BPD wordt toegestaan om in het kort geding tussen te komen en heeft de proceskosten in het incident begroot op nihil.
Aan het einde van de mondelinge behandeling is bepaald dat er op 27 maart 2025 een vonnis (in de hoofdzaak van dit kort geding) zal komen.
2 De kern van de zaak
De gemeente heeft in december 2024 het voornemen bekendgemaakt om een stuk grond aan BPD te verkopen. [eisende partij] is van mening dat zij gelegenheid had moeten krijgen om mee te dingen bij de verwerving van het stuk grond. Volgens [eisende partij] heeft de gemeente in strijd met de Didam-regels gehandeld. De gemeente stelt dat BPD als enige serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop van het stuk grond. Verder stelt de gemeente dat [eisende partij] geen gegadigde voor de koop van het stuk grond zou zijn, in het hypothetische geval dat BPD niet de enige serieuze gegadigde is. Als dat zo is, heeft [eisende partij] geen belang bij haar vorderingen. De voorzieningenrechter volgt dit standpunt van de gemeente. [eisende partij] heeft namelijk niet laten zien dat zij in staat zou zijn geweest om het plan van de gemeente om het gebied te herontwikkelen uit te voeren. Daarom worden de vorderingen van [eisende partij] afgewezen. Ten overvloede zal de voorzieningenrechter ook ingaan op de stelling van de gemeente dat BPD de enige serieuze gegadigde is.
3 De achtergrond van het geschil
In de gemeente Zeist ligt het gebied Dijnselburg. In dit gebied liggen onder andere het Landgoed Dijnselburg, het voormalig recreatiepark Dijnselburg, een zwembad, een sporthal, een atletiekbaan en een restaurant. De gemeente wil dit gebied herontwikkelen. Onderdeel van deze herontwikkeling is dat op het voormalige recreatiepark woningbouw wordt gerealiseerd (circa 120 woningen). Dit gedeelte wordt ‘de Woonkamer’ genoemd. In 2018 is voor het gehele project een Kadernotitie vastgesteld met daarin de kaders die betrokken moeten worden bij de verdere visie- en planvorming van het gebied Dijnselburg. Op 14 november 2024 is de Gebiedsvisie Dijnselburg door de Gemeenteraad vastgesteld.
De gemeente is eigenaar van het perceel met kadastrale aanduiding gemeente Zeist, sectie P, nummer 1756. De gemeente wil een gedeelte van dit perceel, circa 21.300 m2 (hierna: de Grond), verkopen aan BPD. Het gaat om het noordelijke deel van dit perceel.
BPD is eigenaar van het perceel kadastraal aangeduid als gemeente Zeist, sectie P, nummer 1736.
Het voormalige recreatiepark is gelegen op de Grond en het perceel van BPD. Vroeger was hier een camping, inmiddels staan er huisjes.
[eisende partij] is sinds 3 november 2017 eigenaar van het kadastrale perceel met aanduiding gemeente Zeist, sectie P, nummer 1663. Op dit perceel staat Landgoed Dijnselburg.
De Grond ligt tussen het perceel van BPD en Landgoed Dijnselburg in. In de dagvaarding is een luchtfoto opgenomen om de situatie te illustreren, waarbij het Landgoed Dijnselburg met groene arcering is weergegeven, de Grond met rode arcering en het perceel van BPD met blauwe arcering.

De Gemeente heeft het voornemen om de Grond aan BPD te verkopen op 18 december 2024 door middel van publicatie in het Gemeenteblad bekendgemaakt. De gemeente heeft vier criteria geformuleerd, op basis waarvan zij stelt dat BPD als enige serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop van de Grond:
1. BPD heeft een unieke grondpositie;
2. De gemeente wil de ontwikkeling bij één partij houden;
3. De gemeente stelt haalbaarheid en spoedige realisatie als voorwaarden;
4. BPD is een professionele woningbouwontwikkelaar.