Home

Rechtbank Midden-Nederland, 29-04-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2168, C/16/585988 / KG ZA 24-641

Rechtbank Midden-Nederland, 29-04-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2168, C/16/585988 / KG ZA 24-641

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29 april 2025
Datum publicatie
16 mei 2025
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:2168
Zaaknummer
C/16/585988 / KG ZA 24-641

Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Kort geding. Inschrijving terecht terzijde gelegd vanwege niet voldoen aan geschiktheidseisen. Argumenten in intrekkingsbesluit kunnen deze beslissing dragen. Geen grond voor toewijzing vergoeding van de inschrijfkosten.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/585988 / KG ZA 24-641

Vonnis in kort geding van 29 april 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

advocaat: mr. S. Schuurman,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

PROVINCIE UTRECHT,

zetelend te Utrecht,

gedaagde partij,

advocaat: mr. M.C. Briaire.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de Provincie genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding 19 december 2024;

- de akte overlegging producties aan de zijde van [eiseres]

- de conclusie van antwoord met producties;

- de aan de zijde van [eiseres] nagezonden producties, genummerd 18 en 19;- de pleitnota van [eiseres] ;- de pleitnota van de Provincie.

1.2.

De mondelinge behandeling is gehouden op 15 april 2025. Bij de mondelinge behandeling waren namens [eiseres] aanwezig de heer [A] , directeur van [eiseres] , en de heer de heer [B] , directeur van [bedrijf] B.V., samen met mr. Schuurman. Namens de Provincie waren aanwezig de heer M.G. Rauws, juridisch concernadviseur inkoop bij de Provincie, de heer de heer P. Overtoom, contractmanager bij de Provincie, en de heer de heer G. Tenniglo, specialist civiele constructies bij de Provincie, samen met mr. Briaire. Door en namens partijen zijn de standpunten verder toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de voorzieningenrechter. Van de mondelinge behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3.

Daarna volgt dit vonnis.

2 De kern

2.1.

De Provincie heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd met betrekking tot het reinigen van sporen en spoorgerelateerde objecten op de tramtrajecten Utrecht Science Park – Utrecht CS – Nieuwegein (lijn 20), Utrecht CS – Nieuwegein/IJsselstein-Zuid (lijn 21) en Utrecht CS – Utrecht Science Park (lijn 22) (hierna: de Opdracht). Als gunningscriterium geldt de beste prijs-kwaliteitsverhouding. [eiseres] heeft als enige een inschrijving ingediend.

2.2.

Volgens de Provincie voldoet de inschrijving van [eiseres] niet aan de gestelde geschiktheidseisen (technische uitrustingseis) zodat [eiseres] niet in

aanmerking komt voor gunning van de Opdracht. De Provincie heeft vervolgens de aanbesteding, bij gebreke van andere inschrijvingen, ingetrokken. [eiseres] stelt dat haarinschrijving ten onrechte ongeldig is verklaard en dat daarmee ook ten onrechte tot intrekking van de aanbesteding door de Provincie is overgegaan. Zij vordert dat de Opdracht (alsnog) aan haar wordt gegund. De vorderingen van [eiseres] worden afgewezen, zoals hierna in dit vonnis wordt toegelicht.

3 De achtergrond

3.1.

Op 1 juli 2024 heeft de Provincie de onder 2.1 genoemde aanbesteding gepubliceerd. In dat kader heeft zij een aanbestedingsleidraad (hierna: de Aanbestedingsleidraad) opgesteld. Met de aanbesteding beoogde de Provincie met één opdrachtnemer een overeenkomst te sluiten voor de hiervoor genoemde reinigingsdiensten met een initiële looptijd van vier jaar.

3.2.

Om in aanmerking te kunnen komen voor gunning van de Opdracht diende een inschrijver op het moment van inschrijving aan de door de Provincie in de Aanbestedingsleidraad opgenomen geschiktheidseisen te voldoen. Deze geschiktheidseisen bestonden onder andere uit een technische uitrustingseis. Deze eis hield in dat de opdrachtnemer op het moment van inschrijving moest beschikken over een railreiniger/veegmachine die de beschreven types spoorstaaf en wissels kon reinigen. In de Aanbestedingsleidraad is dit in paragraaf 4.3.2.3 als volgt geformuleerd:

4.3.2.3. Technische uitrusting

Inschrijver dient te beschikken over een voor de uitvoering van de Opdracht adequate technische uitrusting. In relatie tot onderhavige Opdracht wordt hieronder minimaal verstaan: een railreiniger/veegmachine die de beschreven types spoorstaaf en wissels kan reinigen (voorzien van spooronderstel, dan wel op een andere manier in staat om zelfstandig te bewegen en functioneren op vrijliggend spoor), alsmede de beschreven openbare ruimte (verhard en onverhard).

(...)"

3.3.

Volgens paragraaf 4.3 van de Aanbestedingsleidraad diende een inschrijving terzijde te worden gelegd wanneer niet aan de onder 3.2 en de in de Aanbestedingsleidraad andere genoemde geschiktheidseisen werd voldaan.

In paragraaf 4.3 van de Aanbestedingsleidraad staat:

4.3 Stap 3: Toetsen of aan de geschiktheidseisen is voldaan

Indien op de Inschrijver geen uitsluitingsgronden van toepassing zijn, wordt zijn geschiktheid beoordeeld aan de hand van een aantal eisen die gesteld worden aan zijn financiële en economische draagkracht, technische en beroepsbekwaamheid en/of beroepsbevoegdheid. De Aanbestedende dienst stelt deze eisen met het doel een Opdrachtnemer te contracteren die over de juridische capaciteiten, financiële capaciteiten en de technische en beroepsbekwaamheid beschikt om de Opdracht uit te kunnen voeren.

Als de Inschrijver niet aan de gestelde geschiktheidseisen voldoet, zal de Inschrijving ter zijde worden gelegd. (...)”

3.4.

Nadat [eiseres] op de Opdracht had ingeschreven heeft de Provincie naar aanleiding van die inschrijving aan [eiseres] diverse vragen gesteld. Vervolgens hebben er tussen partijen twee verificatieoverleggen plaatsgevonden. Na een eerdere beslissing tot intrekking van de aanbesteding op 8 november 2024, waartegen [eiseres] bezwaar heeft gemaakt, heeft de Provincie op 29 november 2024 een nieuwe intrekkingsbeslissing genomen. Volgens de Provincie voldeed [eiseres] niet aan in de in paragraaf 4.3.2.3 van Aanbestedingsleidraad gestelde geschiktheidseis (technische uitrustingseis) en is zij bij gebreke van andere inschrijvingen tot intrekking overgegaan. Ook tegen deze beslissing heeft [eiseres] bezwaar gemaakt. Daarop heeft de Provincie niet meer inhoudelijk gereageerd.

Standpunt en vordering van [eiseres]

3.5.

Na kennisneming van het bericht van de Provincie van 29 november 2024 is [eiseres] van mening dat de Provincie ten onrechte stelt dat [eiseres] niet aan gestelde technische uitrustingseis uit de Aanbestedingsleidraad voldoet. Zij voert daartoe een viertal redenen aan.

3.6.

Ten eerste stelt [eiseres] dat de Provincie nooit heeft verzocht om een beschrijving van de door [eiseres] voor de Opdracht in te zetten machine. De Provincie zou haar beoordeling daarom hebben gebaseerd op onjuiste aannames. Ten tweede stelt [eiseres] dat zij volgens de Provincie in de verificatieoverleggen de technische vragen naar tevredenheid heeft beantwoord en daarom verder kon worden gegaan met de procedure. In dit kader stelt [eiseres] als derde punt dat het tabblad “Prijs” door de Provincie is ontgrendeld en de prijsinformatie van de inschrijving van [eiseres] is bekeken. Op grond van hoofdstuk 4 en 5 van de Aanbestedingsleidraad was dat alleen mogelijk indien een inschrijving niet was uitgesloten en na de beoordeling van het gunningscriterium G1 kwaliteit. [eiseres] stelt voorts dat zij de Provincie herhaaldelijk te kennen heeft gegeven over een voertuig te beschikken dat voldoet aan de gestelde technische uitrustingseis.

3.7.

Volgens [eiseres] bevat de intrekkingsbeslissing van de Provincie van

29 november 2024 een onjuiste motivering die het terzijde leggen van de inschrijving van [eiseres] alsmede de intrekking van de aanbesteding niet kan rechtvaardigen. Van een zorgvuldige beoordeling van haar inschrijving zou niet zijn gebleken.

3.8.

Gezien het voorgaande vordert [eiseres] – samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de Provincie veroordeelt:

Primair

I. te verbieden uitvoering te geven aan de intrekkingsbeslissing van 29 november 2024;

II. te verbieden de Opdracht aan een ander dan [eiseres] te gunnen;

Subsidiair

III. te gebieden de inschrijving van [eiseres] opnieuw te beoordelen dan wel [eiseres] in de gelegenheid te stellen de fout in haar inschrijving te herstellen;

Meer subsidiair

IV. te gebieden de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en, voor zover de Provincie de Opdracht nog wenst te gunnen, opnieuw aan te besteden;

V. tot betaling van de door [eiseres] gemaakte inschrijfkosten van € 21.350,- met wettelijke rente;

Primair en (meer) subsidiar

VI. tot iedere andere maatregel in goede justitie te bepalen;

VII. tot betaling van de proces- en nakosten, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente.

Standpunt en verweer van de Provincie

3.9.

De Provincie stelt zich – kort gezegd – op het standpunt dat [eiseres] bij inschrijving niet voldeed aan de technisch uitrustingseis, zoals geformuleerd in paragraaf 4.3.2.3 van de Aanbestedingsleidraad. Volgens de Provincie beschikte [eiseres] op het moment van haar inschrijving niet over een railreiniger die de beschreven types spoorstaaf en wissels kan reinigen en die zelfstandig kan voortbewegen op vrijliggend spoor.

3.10.

De Provincie is van mening dat zij op grond van het gelijkheids- en transparantiebeginsel gehouden was de door haar gestelde voorwaarden onverkort toe te passen. Zij stelt dat om die reden [eiseres] terecht is uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure. Een herbeoordeling of herstel van de inschrijving van [eiseres] is volgens de Provincie daarom niet aan de orde. Doordat [eiseres] als enige had ingeschreven was er sprake van een mislukte aanbesteding en moest de aanbesteding worden ingetrokken, aldus de Provincie.

3.11.

De Provincie concludeert dan ook tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] met veroordeling van [eiseres] in de proces- en nakosten met rente.

4 De beoordeling

5 De beslissing