Home

Rechtbank Midden-Nederland, 03-07-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4043, 591625

Rechtbank Midden-Nederland, 03-07-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4043, 591625

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
3 juli 2025
Datum publicatie
5 augustus 2025
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:4043
Zaaknummer
591625

Inhoudsindicatie

Kort geding. Gedaagde zou in haar rol als adviesbureau aanbestedende diensten adviseren om eiseres bij meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedures voor buitenreclame structureel niet uit te nodigen. Niet gebleken is dat gedaagde bij haar advisering onjuiste criteria hanteert die in strijd zijn met de Aanbestedingswet dan wel toepasselijke beginselen. Van onrechtmatig handelen is daarom geen sprake. De vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/591625 / KG ZA 25-144

Vonnis in kort geding van 3 juli 2025

in de zaak van

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

eisende partij,

advocaat: mr. R.F. Vonk,

tegen

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

gedaagde partij,

advocaat: mr. A.F.D. Iedema en mr. R.J.F. Wigman.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding 16 april 2025 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- de akte overlegging producties tevens houdende akte vermeerdering van eis aan de zijde van [eiseres] met producties;

- de aanvullende akte overlegging producties aan de zijde van [eiseres] met producties;- de pleitnota van [eiseres] ;- de pleitnota van [gedaagde] .

1.2.

De mondelinge behandeling is gehouden op 16 juni 2025. Bij de mondelinge behandeling waren namens [eiseres] aanwezig de heer [A] , eigenaar/bestuurder van [eiseres] en mevrouw [B] , eigenaar/bestuurder van [eiseres] , samen met mr. Vonk. Namens [gedaagde] waren aanwezig de heer [C] , eigenaar/bestuurder van [gedaagde] en de heer [D] , eigenaar/bestuurder van [gedaagde] , samen met mr. Iedema en mr. Wigman. Door en namens partijen zijn de standpunten verder toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de voorzieningenrechter. Van de mondelinge behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3.

Daarna volgt dit vonnis.

2 De kern

2.1.

[eiseres] exploiteert diverse vormen van out-of-home reclame. Onderdeel daarvan is de exploitatie van zogenaamde A0-reclamedisplays. Gemeenten sluiten overeenkomsten met private partijen om in de buitenruimte reclame te mogen exploiteren en organiseren in dat verband aanbestedingsprocedures. [gedaagde] is een adviesbureau op het gebied van buitenreclame en adviseert gemeenten bij voormelde aanbestedingsprocedures.

2.2.

Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] een doorslaggevende invloed op het uitnodigen van potentiële inschrijvers in het kader van een door een gemeente te organiseren meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure voor de exploitatie van buitenreclame. [eiseres] stelt dat [gedaagde] bij de advisering aan gemeenten onjuiste criteria hanteert, waardoor zij stelselmatig niet wordt uitgenodigd voor het doen van een inschrijving. Daarmee handelt [gedaagde] volgens [eiseres] onrechtmatig jegens haar. Op basis van het door [eiseres] gestelde onrechtmatig handelen heeft [eiseres] in dit kort geding diverse vorderingen ingesteld die erop neerkomen dat zij wordt uitgenodigd voor het doen van een inschrijving en daarmee een gelijke kans heeft op de (concessie)opdracht als andere aanbieders van buitenreclame. De vorderingen van [eiseres] worden afgewezen, zoals hierna in dit vonnis wordt toegelicht.

3 De achtergrond

3.1.

[eiseres] is voor het verwerven van een concessieopdracht voor de exploitatie van buitenreclame nagenoeg afhankelijk van door gemeenten te organiseren voormelde aanbestedingsprocedures.

3.2.

[gedaagde] begeleidt gemeenten bij dergelijke procedures. De begeleiding betreft onder andere het opstellen van een aanbestedingsleidraad, waarin de procedure, gunningscriteria en programma van eisen zijn opgenomen. Ook het procedureel begeleiden van de aanbesteding kan, afhankelijk van de wens van de aanbestedende dienst, tot de opdracht van [gedaagde] behoren. In het bijzonder adviseert [gedaagde] op basis van de door de gemeente beschikbaar gestelde informatie, marktkennis van [gedaagde] en openbaar beschikbare data de betreffende gemeente over de te nemen strategische en operationele keuzes. Het gaat dan bijvoorbeeld om de prijsstelling, aantal te plaatsen displays en technische eisen.

3.3.

[eiseres] heeft bij gemeenten waar de looptijd van de concessieopdracht voor de exploitatie van buitenreclame was afgelopen navraag gedaan over de selectie en uitnodiging van potentiële inschrijvers voor de nieuwe concessieopdracht. In dat kader heeft zij vernomen dat dit is gebeurd naar aanleiding van door [gedaagde] aan de gemeenten geadviseerde partijen. [eiseres] is daarbij niet uitgenodigd tot het doen van een inschrijving.

3.4.

Bij brief van 24 januari 2025 heeft [eiseres] bij [gedaagde] geïnformeerd wat de reden is dat zij niet wordt uitgenodigd. Namens [gedaagde] is bij e-mail van 11 februari 2025 gereageerd dat de gevraagde redenen niet worden verstrekt omdat niet [gedaagde] maar de aanbestedende dienst (gemeenten) de keuze maken welke partijen worden uitgenodigd tot het doen van een inschrijving.

Standpunt en vordering van [eiseres]

3.5.

Na kennisneming van het bericht van [gedaagde] van 11 februari 2025 is [eiseres] van mening dat [gedaagde] ten onrechte stelt dat zij geen (overwegende) invloed heeft op de keuze van gemeenten van de uit te nodigen partijen. Volgens [eiseres] is het formeel de aanbestedende dienst die partijen uitnodigt tot het doen van een inschrijving, maar materieel is het [gedaagde] die door haar advisering bepaalt wie wel en wie niet wordt uitgenodigd. Daarbij zou [gedaagde] volgens [eiseres] criteria hanteren die in strijd met de Gids Proportionaliteit zien op de omvang van eerder uitgevoerde concessieopdrachten. Het gevolg daarvan is dat zij stelselmatig niet wordt uitgenodigd, aldus [eiseres] .

3.6.

Door dit onjuiste advies handelt [gedaagde] volgens [eiseres] onrechtmatig jegens haar. [eiseres] stelt voorts dat [gedaagde] onrechtmatig handelt door zich negatief over haar uit te laten.

3.7.

Gezien het voorgaande vordert [eiseres] , na vermeerdering van eis,– samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt:

-

te verplichten in haar advisering aan gemeenten [eiseres] te noemen als potentiële inschrijver;

-

te verbieden over de hiervoor genoemde verplichting mededeling te doen;

-

te verbieden gemeenten te adviseren [eiseres] niet uit te nodigen vanwege de omvang van de concessie;

-

te verbieden gemeenten te adviseren [eiseres] niet uit te nodigen op basis van een omzeteis, althans dat alleen met zwaarwegende argumenten een omzeteis mag worden gesteld;

-

te verplichten gemeenten te berichten dat wanneer [eiseres] niet wordt uitgenodigd daarvoor een motivering wordt gegeven;

-

te verplichten een opgave te verstrekken van de onderhandse aanbestedingen waarbij [gedaagde] gemeenten heeft geadviseerd en [eiseres] niet is uitgenodigd;

-

tot betaling van een dwangsom van € 25.000,00 per overtreding; en

-

tot betaling van de proceskosten.

Standpunt en verweer van [gedaagde]

3.8.

[gedaagde] stelt zich – kort gezegd – op het standpunt dat zij door aanbestedende diensten wordt ingehuurd als adviseur. Volgens [gedaagde] heeft zij kennis van de materie en de markt maar is het de aanbestedende dienst die aangeeft welke voorwaarden voor de concessieopdracht worden gehanteerd. [gedaagde] benadrukt dat de Gids Proportionaliteit ook op meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedures van toepassing is en het gemeenten verplicht om zorgvuldig en gemotiveerd te handelen bij het uitnodigen van partijen. Volgens [gedaagde] mag een gemeente ervoor kiezen om alleen grote exploitanten uit te nodigen mits dit is onderbouwd op basis van objectieve criteria (zoals schaalgrootte of bewezen ervaring in vergelijkebare steden).

3.9.

[gedaagde] stelt voorts dat zij adviseert over de markt, de spelers, de wensen en eisen die een gemeente kan en mag stellen en over de te volgen procedure. Uiteindelijk is het aan de aanbestedende dienst welke partijen uit te nodigen tot het doen van een inschrijving. In dat kader stelt [gedaagde] dat zij [eiseres] in diverse aanbestedingsprocedures heeft voorgedragen als potentiële inschrijver. Van een onrechtmatige handelwijze aan haar zijde zou niet zijn gebleken. Zij concludeert dan ook tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] met veroordeling van [eiseres] in de proces- en nakosten.

4 De beoordeling

5 De beslissing