Home

Rechtbank Midden-Nederland, 04-03-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:932, 25/128 F

Rechtbank Midden-Nederland, 04-03-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:932, 25/128 F

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
4 maart 2025
Datum publicatie
25 maart 2025
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:932
Zaaknummer
25/128 F

Inhoudsindicatie

WHOA: Homologatie van een onderhands akkoord met één weigerende schuldeiser.

Uitspraak

vonnis

Team Insolventie – meervoudige kamer

Vonnis op grond van artikel 383 Faillissementswet (Fw)

rekestnummer: 25/128

uitspraakdatum: 4 maart 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap

[verzoekster] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats 1] ,

verzoekster,

hierna te noemen: “ [verzoekster] ”,

advocaten: mrs. A.W. de Man, J.P. Postma en M.G. Anneveld te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de beschikking van 14 februari 2025.

1.2.

Het verzoek is op 27 februari 2025 middels een online videoverbinding in raadkamer behandeld. Daarbij zijn verschenen:

- de heer [A] , bestuurder,

- de heer [B] , bestuurder,

- de heer [C] , controller,

- de heer [D] , [onderneming 1] B.V. / [onderneming 2] B.V., aandeelhouder/ financier van het akkoord,

- de heer [E] , adviseur ( [onderneming 3] ),

- de heer mr. A.W. de Man, advocaat,

- de heer mr. J.P. Postma, advocaat,

- mevrouw mr. M.G. Anneveld, advocaat.

2 De feiten

2.1.

[verzoekster] is statutair gevestigd te [plaats 1] en houdt kantoor in [plaats 2] . [verzoekster] is onderdeel van de [onderneming 1] . Dit is een gespecialiseerde leverancier van bereikbaarheidsdiensten via telefoon, e-mail, chat en sociale media. De groep neemt (een deel van) het klantcontact over van organisaties die ervoor kiezen deze activiteiten niet zelfstandig uit te voeren of deze willen uitbesteden. De dienstverlening is met name gericht op helpdeskondersteuning, waarbij klanten worden bijgestaan met vragen over producten en diensten, facturen, verkoopinformatie en het oplossen van technische storingen. Daarnaast houdt de [onderneming 1] zich bezig met directe (tele-)marketing. [verzoekster] is binnen de groep verantwoordelijk voor het leveren van klantcontactdiensten op operationeel niveau. De groep heeft circa 700 medewerkers in dienst, verdeeld over zes locaties in Nederland. Bij [verzoekster] zijn 187 werknemers in dienst.

2.2.

De juridische- en kapitaalstructuur van [verzoekster] is als volgt. De besloten vennootschap [onderneming 4] B.V. houdt alle aandelen in het kapitaal van [verzoekster] . De aandelen van [onderneming 4] worden gehouden door de besloten vennootschap [onderneming 1] B.V. Vanaf juli 2024 houdt de besloten vennootschap [onderneming 2] B.V. 93,55 % van de aandelen in het kapitaal van [onderneming 1] . De groep kan schematisch als volgt worden weergegeven:

2.3.

[verzoekster] houdt alle aandelen in het kapitaal van de naamloze vennootschap [onderneming 5] N.V. en de besloten vennootschap [onderneming 6] B.V. In [onderneming 6] vinden geen bedrijfsactiviteiten meer plaats. In het kader van de vereenvoudiging van de structuur en processen binnen de groep, zal [onderneming 6] worden afgewikkeld door ontbinding en liquidatie. De schulden van de [naam onderneming 5] entiteiten zijn dusdanig hoog dat de aandelen die [verzoekster] houdt, geen waarde vertegenwoordigen.

Financiering

2.4.

De groep is gefinancierd door BNP Paribas door middel van een factoringfaciliteit, met een limiet van € 3 miljoen. Op 1 september 2024 was een totaalbedrag van ruim € 800.000 opgenomen door de groep. [verzoekster] had op voormelde datum een positief saldo van ongeveer € 300.000. BNP Paribas kan positieve en negatieve saldi van de verschillende rekeningen binnen de groep verrekenen. Hierdoor bedroeg de netto uitstaande schuld van de groep aan BNP Paribas op 1 september 2024 € 38.415. BNP Paribas heeft een pandrecht op debiteuren van de groep, welke vorderingen de waarde van de netto uitstaande schuld verregaand overstijgen. BNP Paribas is om die reden buiten het akkoord gelaten. [verzoekster] zou, in het geval BNP Paribas zou gaan uitwinnen, een regresvordering krijgen op groepsleden.

2.5.

Op 1 september 2024 heeft [verzoekster] intercompany schulden voor een totaalbedrag van € 2.108.193.

2.6.

[verzoekster] vormt samen met [onderneming 6] een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. De schuld aan de Belastingdienst bedraagt € 5.405.609. Deze schuld bestaat onder meer uit nog te betalen loonbelasting (€ 890.004), omzetbelastingschuld (€ 3.155.092) en in verband met Corona uitgestelde loonbelastingen (€ 585.360) en omzetbelasting (€ 750.153).

2.7.

[verzoekster] heeft een totale schuldenlast per 1 september 2024 van € 8,3 miljoen.

Oorzaken en operationele herstructurering

2.8.

De financiële en operationele problemen van [verzoekster] vinden hun oorzaak in een aantal factoren. Door de gevolgen van COVID-19 is de schuldenlast van [verzoekster] onevenredig toegenomen. Daarbij is sprake van sterk toegenomen inflatie, met name door aanzienlijke loonstijgingen in de jaren 2022 en 2023. Deze kostenstijgingen konden door [verzoekster] niet volledig worden doorberekend aan haar klanten. De aflossingen van de loon- en omzetbelastingen (gezamenlijk € 5.380.609) en de schuld naar SZW (ter hoogte van € 75.880) moeten naar verwachting in 60 maanden worden afgelost.

2.9.

De groep heeft een aantal maatregelen genomen, waaronder kostenbesparingen in het personeelsbestand, een aanscherping van de strategie, het vereenvoudigen van de groepsstructuur, het sluiten van een van de vier locaties en het afstoten van een verdieping op een andere locatie. Daarnaast is er een kostenbesparingsprogramma op ICT-gebied uitgevoerd om de operationele kosten verder te verlagen. Als gevolg hiervan wordt vanaf maart 2025 een reductie van de vaste kosten op loongebied gerealiseerd van € 1,1 miljoen per jaar. De huurkosten worden omlaag gebracht met een bedrag van € 200.000 per jaar.

2.10.

Management heeft een prognose opgesteld waarbij wordt uitgegaan van een beperkte omzetgroei (1,9%). De EBITDA zal zich ontwikkelen van € 155.276 (2025) tot € 233.942 (2027). Op basis hiervan verwacht [verzoekster] een operationele geldstroom van € 154.602 (2025) tot € 177.147 (2027). [verzoekster] is op basis van deze prognose niet in staat haar schulden te voldoen, zonder financiële herstructurering.

Reorganisatie- en liquidatiewaarde

2.11.

[verzoekster] heeft haar reorganisatie- en liquidatiewaarde laten bepalen. De liquidatiewaarde is bepaald op een bedrag van € 1.157.322. Daarbij is [verzoekster] uitgegaan van de volgende aanname:

Bij een hypothetisch faillissement zal men de bezittingen van de vennootschap onder druk verkopen. Het is niet aannemelijk dat de vennootschap een doorstart zal maken danwel dat gegeven de beperkte omvang hier enige goodwill uit zal voortkomen.

2.12.

Van belang is verder dat in de liquidatiewaarde wordt gerekend met een waarde van verpande vorderingen op debiteuren ten bedrage van € 499.987. Hierover wordt opgemerkt:

Voor de verdere bespreking wordt aangenomen dat het positieve saldo van de factoring faciliteit alswel de uitwinning van de debiteuren in de boedel worden opgenomen. De lezer dient bewust te zijn dat dus wordt uitgegaan van het meest gunstige scenario.

2.13.

De reorganisatiewaarde van de onderneming is bepaald op een bedrag van € 1.408.236. Deze reorganisatiewaarde is vastgesteld op basis van de DCF-methode. Hierbij is gerekend met een disconteringsvoet van 10,83% en een groei van 2%.

3 Het akkoord en de stemming

3.1.

[verzoekster] heeft op 18 december 2024 een eerste concept van het akkoord toegezonden aan schuldeisers. Het akkoord gaat uit van de volgende klassenindeling en aanbod aan schuldeisers:

Klasse

Vordering

Aanbod

Uitkering cash

I: Belastingdienst

€ 5.405.609

€ 1.430.726 (26,5%)

waarvan: (i) 60% direct

(ii) juni 2025: € 300.000

(iii) restant 12 termijnen

€ 858.436

II: MKB-schuldeisers

€ 317.677

€ 63.535 (20%)

€ 63.535

III: Concurrente schuldeisers

€ 270.562

€ 32.468 (12%)

€ 32.468

IV: Gelieerde partijen

€ 2.108.193

-

-

Totaal

€ 8.102.041

€ 1.526.729

€ 954.438

3.2.

De volgende schulden worden buiten het akkoord gelaten:

- een btw-schuld die ontstaat door de totstandkoming van het akkoord van € 73.840,

- schuldeisers met een vordering van minder dan € 250 (excl. btw) van totaal € 1.516,

- het pensioenfonds met een vordering van € 20.890, en

- vorderingen van verhuurders (€ 61.796), wiens vordering volledig is gedekt door een verstrekte waarborgsom.

3.3.

De aandeelhouder van [verzoekster] wordt ook niet in het akkoord betrokken. Dit wordt in het akkoord niet vermeld.

3.4.

Voor de financiering van het akkoord is een bedrag van € 1.254.438 beschikbaar. Hiermee kan de totale cashuitkering op basis van het akkoord worden voldaan en het bedrag dat in juni 2025 aan de belastingdienst zal worden betaald (€ 300.000). [onderneming 2] is bereid dit bedrag te financieren in de vorm van een agio storting.

3.5.

De stemgerechtigden hebben 14 dagen de gelegenheid gehad om hun stem

kenbaar te maken. De stemperiode liep af op 3 februari 2025, om 23.59 uur. De uitslag van de stemming is dat alle klassen hebben ingestemd met het akkoord. Eén schuldeiser, [onderneming 9] (€ 6.318), heeft tegen het akkoord gestemd.

Klassen

Totaal

Gestemd

Voor

Uitslag

I: Belastingdienst

Vordering

€ 5.405.609

€ 5.405.609

€ 5.405.609

100%

Stemmen

1

1

1

II: MKB-schuldeisers

Vordering

€ 317.677

€ 317.677

€ 317.677

100%

Stemmen

9

9

9

III: Concurrente schuldeisers

Vordering

€ 268.8801.

€ 268.8802

€ 262.562

98%

Stemmen

20

20

19

IV: Gelieerde partijen

Vordering

€ 2.108.193

€ 2.108.193

€ 2.108.193

100%

Stemmen

4

4

4

1. Een schuldeiser uit klasse III (€ 568) bleek te zijn voldaan en heeft daarom niet meegestemd. De vordering van [onderneming 9] (klasse III) stond in het akkoord opgenomen voor een bedrag van € 7.432. Het correcte bedrag is € 6.318. Voor dit bedrag heeft [onderneming 9] gestemd.

2. In het stemverslag staat bij klasse 3 een fout bedrag opgenomen, namelijk: € 262.562.

4 Het verzoek

5 De beoordeling

6 De beslissing