Home

Rechtbank Midden-Nederland, 20-01-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:94, C/16/584305 / KL ZA 24-301

Rechtbank Midden-Nederland, 20-01-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:94, C/16/584305 / KL ZA 24-301

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20 januari 2025
Datum publicatie
20 januari 2025
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:94
Zaaknummer
C/16/584305 / KL ZA 24-301

Inhoudsindicatie

Kort geding. Verkoop gemeentegrond voor plaatsen trafostation aan regionale netbeheerder. Geen sprake van strijd met de Didam regels. Gemeente heeft beleidsruimte en mag bepalen voor welk doel zij gemeentegrond wil verkopen. Besluit in redelijkheid kunnen nemen. De te bieden mededingingsruimte wordt ingekaderd door het doel waarvoor de grond wordt verkocht.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: C/16/584305 / KL ZA 24-301

Vonnis in kort geding van 20 januari 2025

in de zaak van

1 [eiser sub 1] , te [woonplaats] ,

hierna: [eiser sub 1] ,2. [eiseres sub 2],

te [woonplaats] ,hierna: [eiseres sub 2] ,3. [eiser sub 3],

te [woonplaats] ,

hierna: [eiser sub 3] ,4. [eiser sub 4] ,

te [woonplaats] ,5. [eiseres sub 5],

te [woonplaats] ,

hierna: [eiseres sub 5] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eiser e.a.] ,

advocaat: mr. M.J. Drijftholt,

tegen

GEMEENTE HUIZEN,

te Huizen,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Gemeente Huizen,

advocaat: mr. R. van der Hulle,

met als tussenkomende partij

LIANDER N.V.,te Arnhem,

hierna te noemen: Liander,advocaten: mrs. F.J.J. Cornelissen en M. Jonkers.

1 De procedure

1.1.

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling van 30 december 2024 zijn de volgende processtukken ingediend:- de dagvaarding,- de producties 1 tot en met 20 van [eiser e.a.] ,- de conclusie van antwoord,- de producties 1 tot en met 8 van Gemeente Huizen,

- de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging, tevens houdende conclusie van eis in de hoofdzaak van Liander,

- het schriftelijke bezwaar tegen de incidentele conclusie van [eiser e.a.] ,

- de conclusie van eis in de hoofdzaak van Liander,

- de producties 1 tot en met 5 van Liander.

1.2.

Tijdens de mondelinge behandeling is eerst het incident behandeld. De voorzieningenrechter heeft beslist dat het Liander wordt toegestaan om in het kort geding te mogen tussenkomen (zie onderdeel 3 van dit vonnis). Daarna is overgegaan tot de behandeling van de hoofdzaak van dit kort geding. [eiser e.a.] en Gemeente Huizen hebben mede aan de hand van een pleitnota hun standpunt toegelicht. Ook hebben zij vragen van de voorzieningenrechter beantwoord.

1.3.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens deze mondelinge behandeling door partijen is gezegd.

1.4.

Aan het einde van de mondelinge behandeling is bepaald dat er op 13 januari 2025 een vonnis (in de hoofdzaak van dit kort geding) zal komen.

2 Waarover gaat het kort geding?

Gemeente Huizen is eigenaar van een stuk grond gelegen tegenover het perceel aan de [adres] in [woonplaats] . Liander (de regionale netbeheerder) heeft Gemeente Huizen verzocht om een gedeelte van die grond, met een afmeting van 22 m2, (hierna te noemen: de gemeentegrond) aan haar te verkopen, zodat zij daarop een transformatorstation1(hierna ook wel te noemen: “trafostation”) kan plaatsen. Gemeente Huizen heeft op 21 oktober 2024 in het Gemeenteblad aangekondigd dat zij het voornemen heeft om de gemeentegrond aan Liander uit te geven/te verkopen2. [eiser e.a.] wonen in de buurt van de gemeentegrond en willen met dit kort geding voorkomen dat Gemeente Huizen uitvoering geeft aan dit voornemen Volgens hen is dit onrechtmatig tegenover hen, onder andere, omdat de voorgenomen levering van de gemeentegrond aan Liander in strijd is met de Didam regels zoals vermeld in het eerste en tweede Didam arrest van de Hoge Raad3. [eiser e.a.] vorderen daarom dat het Gemeente Huizen wordt verboden om de gemeentegrond aan Liander te leveren en/of voorgaand aan die levering aan Liander te verkopen, dit versterkt met een dwangsom4Gemeente Huizen en Liander betwisten dat de voorgenomen levering van de gemeentegrond aan Liander onrechtmatig is tegenover [eiser e.a.] Volgens hen zijn de Didam regels in deze specifieke situatie niet van toepassing, en als dat wel zo is, dan is er volgens hen geen sprake van schending van de Didam regels.

3 Het incident tot tussenkomst en subsidiair voeging

4 De beoordeling in de hoofdzaak

5 De beslissing