Rechtbank Noord-Holland, 11-12-2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:10092, 6395206
Rechtbank Noord-Holland, 11-12-2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:10092, 6395206
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 11 december 2017
- Datum publicatie
- 18 december 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2017:10092
- Zaaknummer
- 6395206
Inhoudsindicatie
Onregelmatige opzegging; transitievergoeding; billijke vergoeding; achterstallig loon
Uitspraak
Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton - locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 6395206 \ AO VERZ 17-137
Uitspraakdatum: 11 december 2017
Beschikking in de zaak van:
Magdalena Catharina Maria Verkade-Pronk, h.o.d.n. Bewind voor jou, wonende en zaakdoende te Avenhorn, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam 1], wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij
verder te noemen: Verkade q.q. en [naam 1]
gemachtigde: mr. I.M. Thieme, advocaat
tegen
de besloten vennootschap HB Andijk B.V.,
gevestigd te Andijk
verwerende partij
verder te noemen: HB Andijk
gemachtigde: mr. H.R. Kant, advocaat
1 Het procesverloop
Verkade q.q. heeft een verzoek gedaan om HB Andijk te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding, een billijke vergoeding en nevenverzoeken. HB Andijk heeft een verweerschrift ingediend.
Op 13 november 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Verkade q.q. heeft ter zitting een aangepast overzicht met ontvangsten per bank overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft Verkade q.q. bij brief van 7 november 2017 nog stukken toegezonden.
2 De feiten
Verkade q.q. is bij beschikking van de rechtbank de dato 6 april 2017 tot bewindvoerder benoemd over de goederen toebehorende aan [naam 1] .
[naam 1] geboren op [geboortedag] 1975, is sedert medio 2014 bij HB Andijk in dienst. De laatste functie die [naam 1] vervulde, is die van houtbewerker.
[naam 1] en de directeur aandeelhouder van HB Andijk, mevrouw [naam 2] , zijn althans waren bevriend.
Voordat de goederen van [naam 1] formeel onder bewind gesteld waren heeft HB Andijk, in de persoon van [naam 2], [naam 1] geholpen bij zijn financiële zaken.
HB Andijk heeft aan schuldeisers van [naam 1] een aantal betalingen gedaan, welke in mindering strekten op het hem toekomende loon.
Blijkens loonstroken bedroeg het loon in 2015 € 2.200,00 per vier weken bruto en in 2016 € 2.244,17 bruto per vier weken, hetgeen conform de toepasselijke C.A.O. voor de houtverwerkende industrie is.
Tussen partijen werd geen loonsverlaging in 2017 overeengekomen.
Bij brief van 19 juli 2017 heeft HB Andijk aan [naam 1] het navolgende bericht: “Na ampel beraad is de beslissing genomen u geen nieuwe arbeidsovereenkomst aan te bieden. Uw werkzaamheden eindigen derhalve op 21 – 08- 2017. (...)”
Bij vonnis van de kantonrechter in kort geding de dato 1 augustus 2017 is HB Andijk veroordeeld onder meer tot betaling van achterstallig loon over de periode januari 2015 tot en met juni 2017 van een bedrag groot € 15.000,00, welke bedrag inmiddels is voldaan.
3 Het verzoek
Verkade q.q. verzoekt HB Andijk:
I. te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 2.626,00;II. te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding;III. te veroordelen tot betaling van het achterstallig loon over de periode 1 juni 2017 tot en met 1 september 2017, uitgaande van € 2.244,17 per vier weken;IV. te gebieden over te gaan tot het verstrekken van deugdelijke salarisspecificaties over 1 juni 2017 tot en met 1 september 2017, alsmede een jaaropgaaf over 2017 en een deugdelijke eindafrekening, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag;V. te gebieden over te gaan tot het voldoen van een bedrag dat voortvloeit uit de uitbetaling van 11,7 vakantiedagen en 290,7 roostervrije uren uit hoofde van de eindafrekening;VI. te veroordelen tot betaling van het achterstallig loon over januari 2015 tot en met juni 2017 zijnde – na wijziging van eis ter zitting – € 18.686,20 (= € 19.605,95 - € 919,75);VII. te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over de hiervoor genoemde bedragen;VIII. te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de hiervoor genoemde bedragen;IX. te veroordelen in de proceskosten.
Aan dit verzoek legt Verkade q.q. – kort gezegd – het navolgende ten grondslag.
Omdat [naam 1] meer dan 24 maanden in dienst is geweest komt hem krachtens het bepaalde in artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een transitievergoeding toe, welke, door Verkade q.q. uitgaande van een loon van € 2.244,17 per vier weken wordt berekend op € 2.626,00.
[naam 1] meent verder dat hem een billijke vergoeding toekomt omdat de arbeidsovereenkomst, welke gold voor onbepaalde tijd, onregelmatig is opgezegd. [naam 1] verwijst naar het bepaalde in artikel 7:681 BW en 7:672 lid 9 BW.
HB Andijk is in gebreke gebleven het loon te betalen over de maanden juni tot en met augustus 2017. Ter zake komt hem € 2.244,17 per vier weken toe. Ook is HB Andijk in gebreke gebleven het loon over 2015 tot en met 1 juni 2017 te voldoen. Ter zake het achterstallig loon heeft Verkade aangevoerd dat [naam 1] € 62.218,68 netto had behoren te ontvangen, dat [naam 1] € 21.069,32 (hierbij is rekening gehouden met het bedrag van € 919,75 dat op 25 juli 2017 is ontvangen) per bank heeft ontvangen en € 7.463,16 netto ten behoeve van [naam 1] aan derden is betaald. Ook is naar aanleiding van het kort geding vonnis € 15.000,00 ontvangen. Een achterstand van € 18.686,20 resteert.
[naam 1] heeft nog vakantiedagen en roostervrije uren open staan welke nu de arbeidsovereenkomst tot een einde is gekomen moeten worden uitbetaald, krachtens het bepaalde in artikel 25 van de C.A.O. Op grond van het bepaalde in de C.A.O. resteert te betalen een vergoeding voor 11,7 vakantiedagen en 290,7 roostervrije uren.