Rechtbank Noord-Holland, 17-09-2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:10076, C/15/275861 / KG ZA 18-495 en C/15/277862 / KG ZA 18-649
Rechtbank Noord-Holland, 17-09-2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:10076, C/15/275861 / KG ZA 18-495 en C/15/277862 / KG ZA 18-649
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 17 september 2018
- Datum publicatie
- 19 november 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2018:10076
- Zaaknummer
- C/15/275861 / KG ZA 18-495 en C/15/277862 / KG ZA 18-649
Inhoudsindicatie
Twee gevoegde procedures in kort geding. In de ene procedures hebben diverse schuldeisers van een failliete vennootschap, waarvan het faillissement inmiddels is opgeheven, jegens de (voormalig) curator in dat faillissement een vordering ingesteld op grond van artikel 843a Rv tot inzage in rapporten, verslagen en andere documenten waarin de bevindingen van de curator en derden omtrent de oorzaken van het faillissement zijn opgenomen. De bestuurder van de voormalig failliet probeert dit te verhinderen door op zijn beurt een vordering tot afgifte op grond van artikel 193 lid 3 Fw in te stellen en daarnaast een verbod te vorderen tot afgifte aan derden. De voorzieningenrechter heeft de vordering van de schuldeisers toegewezen omdat zij voldoende hadden onderbouwd dat zij, in verband met mogelijk in te stellen vorderingen jegens de voormalige (indirect) bestuurder van de failliet op grond van bestuurdersaansprakelijkheid, een rechtmatig belang hebben bij inzage in de (financiële) administratie van de failliet voor zover die door de accountant in het kader van het oorzakenonderzoek van de curator is beoordeeld. Zij hebben gemotiveerd uiteengezet dat en waarom zij reden hebben om te vermoeden dat en waarom de voormalig (indirect) bestuurder van de failliet jegens hen als schuldeisers van de failliet onrechtmatig heeft gehandeld. Deze bescheiden zijn voldoende bepaald en hebben ook betrekking op de rechtsbetrekkingen die tussen de schuldeisers en de voormalige (indirect) bestuurder van de failliet bestaan, voor zover deze bestaat uit het samenstel van rechtsfeiten dat gezamenlijk het gestelde onrechtmatig handelen zou kunnen vormen. Dat gewichtige redenen zich tegen afgifte van deze bescheiden verzetten is door de curator noch door de voormalige (indirect) bestuurder van de failliet gesteld en is ook overigens niet gebleken. De vordering tot afgifte van de bestuurder van de voormalig failliet wordt eveneens toegewezen, zij het in die zin dat aan hem (slechts) een kopie van de administratie die nog bij de curator in bezit is wordt afgegeven. Het gevorderde verbod tot afgifte aan derden wordt afgewezen.
Uitspraak
vonnis
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/275861 / KG ZA 18-495 en C/15/277862 / KG ZA 18-649
Vonnis in kort geding van 17 september 2018
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CHR.J. BOLLE EN ZOON B.V.,
gevestigd te Haarlem,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HANBANK INSTALLATIETECHNIEK B.V.,
gevestigd te Cruquius,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VERNOOY DAKWERKEN B.V.,
gevestigd te Bennebroek,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BASIC STUC & AFBOUW B.V.,
gevestigd te Bodegraven,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FILIPPO BOUWMATERIALEN HAARLEM B.V.,
gevestigd te Haarlem,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BODU STAALBOUW B.V.,
gevestigd te Bunschoten-Spakenburg,
eiseressen in de hoofdzaak alsmede in het incident tot voeging en interventie,
advocaat mr. L.P. Kortmann en mr. V.G.M. Leferink,
tegen
1 de heerRICARDO JOHANNES HOFF,
wonende te Haarlem,
2. de heer RICARDO JOHANNES HOFF in zijn hoedanigheid van (voormalig) curator in het faillissement van H’LEM AFBOUW B.V.
gedaagden in de hoofdzaak,
in persoon verschenen.
Deze zaak wordt hierna ook aangeduid als Bolle/Hoff q.q.
en
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
H'LEM BOUW B.V.,
gevestigd te Haarlem,
eiseres in de hoofdzaak,
2. [eiser2/verweerder2],
wonende te [woonplaats],
eiser in de hoofdzaak en in het incident tot voeging,
verweerder in het incident,
advocaat mr. M.S.F. Loor te Zaandam,
tegen
de heer mr. RICARDO JOHANNES HOFF in zijn hoedanigheid van (voormalig) curator in het faillissement van H’LEM AFBOUW B.V.
wonende te Haarlem,
gedaagde in de hoofdzaak,
in persoon verschenen.
Deze zaak wordt hierna ook aangeduid als [eiser2/verweerder2]/Hoff q.q.
Partijen zullen hierna (gezamenlijk) Bolle en Zoon B.V. c.s. en Hoff q.q. en [eiser2/verweerder2] c.s. genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure in de zaak Bolle/Hoff q.q. blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 9 juli 2018 met producties
- -
-
de incidentele conclusie tot voeging ex artikel 222 en incidentele conclusie tot interventie ex artikel 217 Rv
- -
-
de brief van mr. Willemse van 31 augustus 2018
- -
-
de mondelinge behandeling
- -
-
de pleitnota m.b.t. verzoek voeging zaken en interventie van Bolle en Zoon B.V. c.s.
- -
-
de pleitnota (in de hoofdzaak) van Bolle en Zoon B.V. c.s.
- -
-
de pleitnota van [eiser2/verweerder2] c.s.
Het verloop van de procedure in de zaak [eiser2/verweerder2]/Hoff q.q. blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 23 augustus 2018 met producties
- -
-
de brief van mr. Loor van 30 augustus 2018 met aanvullende producties 9 en 10 en een vermeerdering van eis
- -
-
de brief van mr. Loor van 31 augustus 2018 inhoudende een vermindering van eis
- -
-
incidentele conclusie tot voeging ex artikel 2017
- -
-
de mondelinge behandeling
- -
-
de pleitnota van mr. Loor.
Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling op 3 september 2018 zijn verschenen namens Bolle en Zoon B.V. c.s. mrs. Kortmann en Leferink, voornoemd namens Hoff q.q. mr. Hoff en namens [eiser2/verweerder2] c.s. mr. Loor, voornoemd.
De voorzieningenrechter heeft ter zitting beslist in de incidenten. Beide zaken zijn gevoegd en gelijktijdig behandeld en de vorderingen tot voeging en tussenkomst zijn over en weer toegewezen. De gronden voor die beslissingen zijn hierna onder 4 vermeld.
2 De feiten
H’lem Bouw B.V. was bestuurder en enig aandeelhouder van H’lem Afbouw B.V. De heer [eiser2/verweerder2] (hierna: [eiser2/verweerder2]) was bestuurder en enig aanhouder van H’lem Bouw B.V. Op 9 september 2018 is het faillissement van Haarlem Afbouw B.V. uitgesproken met benoeming van Hoff q.q. als curator. Haarlem Afbouw B.V. was een aannemersbedrijf.
Bolle en Zoon B.V. c.s. zijn actief in de bouwsector. Chr.J. Bolle en Zoon B.V. (hierna: Bolle) is ontwikkelaar van verschillende bouwprojecten, waaronder een project aan de Kromme Elleboogsteeg te Haarlem betreffende de realisatie van acht appartementen. De andere eisers zijn onderaannemers dan wel leveranciers. Bolle en Zoon B.V. c.s. hebben in dit kader samengewerkt met Haarlem Afbouw B.V.
Bolle en Zoon B.V. c.s. waren allen concurrent schuldeisers in het faillissement vanHhaarlem Afbouw B.V.
Hoff q.q. heeft de advocaat van Bolle en Zoon B.V. c.s. op 10 april 2017 het volgende bericht:
“Ik kan je mededelen dat een accountant de administratie heeft beoordeeld. Aan de hand van zijn onderzoek kan de conclusie worden getrokken dat de bestuurder na het eerste kwartaal de stekker uit de onderneming had moeten trekken. Toen was immers voor hem duidelijk dat de onderneming niet meer levensvatbaar was. In een gesprek met de bestuurder heb ik dit aangegeven maar vooralsnog wijst hij elke aansprakelijkheid af. Ik zal op korte termijn een dagvaarding voorbereiden.”
Hoff q.q. heeft onderzoek gedaan naar de oorzaken van het faillissement. In het laatste openbare faillissementsverslag van Hoff q.q. van 15 november 2017 staat onder het kopje ‘Onbehoorlijk bestuur’ het volgende opgenomen:
“In onderzoek
1-5-2017
De curator meent dat de bestuurder de onderneming te lang heeft voortgezet. Als gevolg hiervan is failliet doorgegaan met het aangaan van verplichtingen terwijl de bestuurder wist of behoorde te weten dat failliet deze verplichtingen niet meer kon nakomen. Hierdoor hebben schuldeisers schade geleden waarvoor de bestuurder aansprakelijk is, zo meent de curator. De curator is hierover in overleg getreden met de bestuurder. Deze wijst echter elke aansprakelijkheid af. De curator beraadt zich op te ondernemen stappen.
31 juli 2017
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator overleg gevoerd met de bestuurder ter zake de stelling van de curator dat de bestuurder de onderneming te lang heeft voortgezet en dat de bestuurder als gevolg hiervan aansprakelijk is. De bestuurder heeft uitgebreid tekst en uitleg gegeven en heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van onrechtmatig handelen en aansprakelijkheid. Omdat de bestuurder van dit geschil af wil zijn, is door de bestuurder € 120.000,-- aan de boedel betaald tegen finale kwijting over en weer.
15-11-2017
De bestuurder heeft in de afgelopen periode het bedrag van € 120.000 aan de boedel voldaan.”
Op 4 december 2017 heeft Hoff q.q. [eiser2/verweerder2] verzocht om een twaalftal mappen met administratie op te halen met het verzoek deze als bestuurder te bewaren. [eiser2/verweerder2] heeft de mappen met administratie opgehaald, hetgeen Hoff q.q. bij e-mailbericht van 13 februari 2018 aan [eiser2/verweerder2] heeft bevestigd.
Het faillissement van Haarlem Afbouw B.V. is op 21 februari 2018 opgeheven. Uit de slotuitkeringslijst volgt dat de concurrente schuldeisers, waaronder Bolle en Zoon B.V. c.s., geen uitkering uit het faillissement hebben ontvangen.
Bij e-mail van 1 augustus 2019 is [eiser2/verweerder2] door Hoff q.q. bericht dat hij door een aantal crediteuren van Haarlem Afbouw B.V. in kort geding was gedagvaard. Hoff q.q. heeft [eiser2/verweerder2] in dat kader gevraagd of hij akkoord kon gaan met het verstrekken van de bescheiden zoals hierna genoemd in 3.3 aan de crediteuren. [eiser2/verweerder2] heeft aangegeven dat hij hiermee niet akkoord kon gaan.
[eiser2/verweerder2] heeft Hoff q.q. bij e-mails van 8 en 9 augustus 2018 verzocht om de gehele administratie aan [eiser2/verweerder2] te verstrekken. Hoff q.q. heeft hierop op 9 augustus 2018 gereageerd door te stellen dat de administratie reeds in het bezit is van [eiser2/verweerder2] met uitzondering van één enkele map. Hoff q.q. heeft aangegeven de map onder zich te houden totdat de voorzieningenrechter in kort geding op de hierna te noemen vordering van
Bolle en Zoon B.V. c.s. heeft beslist.
[eiser2/verweerder2] heeft Hoff q.q. daarop op 10 augustus 2018 gesommeerd ook de laatste map aan hem af te geven. Hoff q.q. heeft niet aan die sommatie voldaan.