Rechtbank Noord-Holland, 12-04-2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:3068, 6334120 \ Cv EXPL 17-5083
Rechtbank Noord-Holland, 12-04-2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:3068, 6334120 \ Cv EXPL 17-5083
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 12 april 2018
- Datum publicatie
- 12 april 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2018:3068
- Zaaknummer
- 6334120 \ Cv EXPL 17-5083
Inhoudsindicatie
Arbeidszaak. Overgang van onderneming. Albert Heijn kent aan werknemers die zijn overgenomen van een franchisenemer een persoonlijke toeslag toe, om te voldoen aan de wettelijke regels bij overgang van ondernemingen. Die persoonlijke toeslag wordt na de overname echter niet meer verhoogd, maar afgebouwd. Dat is naar het oordeel van de kantonrechter op grond van uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie niet toegestaan.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton - locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 6334120 \ CV EXPL 17-5083
Uitspraakdatum: 12 april 2018
Vonnis in de zaak van:
de vereniging Federatie Nederlandse Vakbeweging, gevestigd te Utrecht, en
[eiseres] , wonende te [woonplaats]
eisers
verder gezamenlijk te noemen: FNV c.s., en afzonderlijk te noemen: de FNV en [eiseres]
gemachtigde: mr. A.A.M. Broos
tegen
de besloten vennootschap Albert Heijn B.V.
gevestigd te Zaandam
gedaagde
verder te noemen: Albert Heijn
gemachtigde: mr. J.M. van Slooten
Samenvatting van de uitspraak
Kantonrechter keurt ‘mandjesvergelijking’ van Albert Heijn bij overname van personeel af.
Albert Heijn neemt soms AH-supermarkten over van franchisenemers. Franchisenemers zijn ondernemers die zelf een supermarkt hebben, maar onder de naam van Albert Heijn. Als Albert Heijn die supermarkt overneemt, wordt ook het personeel daarvan overgenomen.
Op zo’n overname zijn de wettelijke regels voor overgang van ondernemingen van toeppassing. Volgens die regels gaan alle arbeidsvoorwaarden die de werknemers bij de franchisenemer hadden, automatisch over op Albert Heijn. Dat geldt ook voor het loon.
Werknemers die van franchisenemers worden overgenomen, kunnen een hoger loon hebben dan het loon volgens de cao van Albert Heijn. Om in die gevallen te voldoen aan de wettelijke regels bij overgang van ondernemingen, past Albert Heijn de zogenoemde ‘mandjesvergelijking’ toe. Dat houdt in dat het loon dat een overgenomen werknemer volgens de cao van Albert Heijn krijgt, wordt aangevuld met een persoonlijke toeslag.
De kantonrechter oordeelt dat de ‘mandjesvergelijking’ van Albert Heijn niet in overeenstemming is met de wettelijke regels bij overgang van ondernemingen. De persoonlijke toeslag wordt namelijk niet meer verhoogd met de loonsverhogingen van de cao van Albert Heijn, en wordt in de loop van de tijd ook steeds verder verlaagd. Dat is naar het oordeel van de kantonrechter op grond van uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie niet toegestaan.
1. Het procesverloop
1.1. FNV c.s. hebben bij dagvaarding van 6 september 2017 een vordering tegen Albert Heijn ingesteld. Albert Heijn heeft schriftelijk geantwoord.
1.2. Op 12 maart 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten, mede aan de hand van pleitaantekeningen, naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft Albert Heijn met een brief van 28 februari 2018 nog een stuk toegezonden.
2 De feiten
De FNV is een vereniging die als doel heeft om de belangen van haar leden en werknemers, of groepen van werknemers, te behartigen.
Albert Heijn is een onderneming die onder andere de bekende AH-supermarkten exploiteert.
Er zijn AH-supermarkten die worden geëxploiteerd door zogenoemde franchisenemers, voor eigen rekening van die franchisenemers. Bij gelegenheid neemt Albert Heijn dergelijke AH-supermarkten over van franchisenemers. Vanaf 2011 heeft Albert Heijn ongeveer 30 tot 40 AH-supermarkten van franchisenemers overgenomen, bij welke overname per AH-supermarkt ongeveer 70 tot 80 werknemers betrokken waren.
Bij overname door Albert Heijn van een AH-supermarkt van een franchisenemer, en de overname van het daarbij betrokken personeel, hanteert Albert Heijn de methode van de zogeheten ‘mandjesvergelijking’. Met die mandjesvergelijking beoogt Albert Heijn te voldoen aan de wettelijke regels ten aanzien van de rechten van werknemers bij een overgang van onderneming.
De mandjesvergelijking komt erop neer dat Albert Heijn de arbeidsvoorwaarden van een werknemer bij de (ex-)franchisenemer (‘mandje 1’) vergelijkt met de arbeidsvoorwaarden van de werknemer bij Albert Heijn (‘mandje 2’). In het geval dat na een overname van een AH-supermarkt de arbeidsvoorwaarden van een werknemer bij Albert Heijn (in zijn totaliteit) minder zijn dan bij de (ex-)franchisenemer, dan kent Albert Heijn aan die werknemer een persoonlijke toeslag toe. Die toeslag heeft als doel om ervoor te zorgen dat de arbeidsvoorwaarden (in zijn totaliteit) na de overname gelijk zijn aan de arbeidsvoorwaarden vóór die overname.
De persoonlijke toeslag wordt in de methode van de mandjesvergelijking afgebouwd. Die afbouw is gekoppeld aan de loonsverhoging van de collectieve arbeidsovereenkomst voor Personeel van Grootwinkelbedrijven in Levensmiddelen (hierna: de VGL-CAO). Op grond van de VGL-CAO, die van toepassing is op werknemers die in de AH-supermarkten van Albert Heijn werken, hebben die werknemers met enige regelmaat recht op (een procentuele) loonsverhoging. Als sprake is van een loonsverhoging conform de VGL-CAO, wordt de persoonlijke toeslag daarmee niet verhoogd, maar afgebouwd met een deel van die loonsverhoging. Bij werknemers die op het moment van overgang van de onderneming jonger zijn dan 35 jaar, wordt de persoonlijke toeslag afgebouwd met 2/3 van de loonsverhoging, bij werknemers tussen 35 en 45 jaar met 1/2 van de loonsverhoging, en bij werknemers tussen 45 en 50 jaar met 1/3 van de loonsverhoging. Bij werknemers die op het moment van overgang van de onderneming ouder zijn dan 50 jaar, wordt de persoonlijke toeslag niet afgebouwd.
Albert Heijn heeft de mandjesvergelijking ook toegepast bij de overname van een groot aantal C1000-filialen in 2008. Destijds was de mandjesvergelijking als afspraak neergelegd in een Sociaal Kader, overeengekomen met de vakbonden, waaronder de FNV.
[eiseres] , geboren 26 februari 1972, is op 31 juli 1989 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) de vennootschap onder firma V.O.F. De Block Koningshoek (hierna: De Block). De Block was franchisenemer van AH-supermarkten in Maassluis. De laatste functie die [eiseres] bij De Block vervulde, was die van Teamleider Verkoop, op basis van een werkweek van 32 uur, in de AH-supermarkt te Maassluis.
Het salaris van [eiseres] bij De Block bedroeg € 1.834,24 bruto per vier weken. Daarnaast ontving [eiseres] een onkostenvergoeding van € 35,58 bruto per vier weken. In totaal bedroeg het salaris dus € 1.869,82. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst van [eiseres] met De Block van 13 november 2006 is een collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing verklaard, namelijk de CAO voor het Levensmiddelenbedrijf (hierna: de CAO Levensmiddelenbedrijf).
De AH-supermarkten van De Block zijn op of rond 23 november 2015 door Albert Heijn overgenomen. Daarbij zijn ook de werknemers van De Block overgenomen, waaronder [eiseres] .
In een brief van november 2015 heeft Albert Heijn de overgang van de AH-supermarkt aan [eiseres] bevestigd. Daarbij is onder meer ook meegedeeld dat het dienstverband vanwege de overname zal worden voortgezet en dat [eiseres] de functie Senior Medewerker Verkoop gaat uitvoeren. Verder is [eiseres] geïnformeerd dat de VGL-CAO van toepassing is.
In eerdergenoemde brief van november 2015 heeft Albert Heijn ook te kennen gegeven dat de functie van [eiseres] is ingedeeld in salarisschaal B van de VGL-CAO en dat aan haar op basis daarvan een salaris wordt toegekend van € 1.530,88 bruto per vier weken. Verder is meegedeeld dat aan [eiseres] naast het salaris van € 1.530,88 bruto per vier weken een onkostenvergoeding wordt toegekend van € 35,58 bruto per vier weken, een vaste winstuitkering van € 58,37 bruto per vier weken, een doorbetaalde pauze van € 25,94 bruto per vier weken, en een persoonlijke toeslag van € 219,05 bruto per vier weken.
In totaal leidt het hiervoor genoemde en door Albert Heijn toegekende salaris van € 1.530,88 bruto per vier weken, vermeerderd met de onkostenvergoeding, de vaste winstuitkering, de doorbetaalde pauze en de persoonlijke toeslag tot een salaris van € 1.869,82 bruto per vier weken. Dat is hetzelfde bedrag aan salaris dat [eiseres] bij De Block ontving.
Met de hiervoor genoemde toekenning aan [eiseres] van de persoonlijke toeslag van € 219,05 bruto per vier weken heeft Albert Heijn toepassing gegeven aan de methode van de mandjesvergelijking.
Uit de brief van Albert Heijn van november 2015 aan [eiseres] blijkt ook dat de persoonlijke toeslag van € 219,05 bruto per vier weken wordt afgebouwd, met de helft van de loonsverhoging volgens de VGL-CAO.
Met een brief van 23 januari 2017 heeft de advocaat van de FNV aan Albert Heijn meegedeeld dat Albert Heijn ten aanzien van [eiseres] niet juist heeft gehandeld waar het gaat om de salarisbetaling. In die brief is toegelicht dat [eiseres] op grond van de wettelijke regels bij overgang van onderneming volgens de FNV recht heeft (behouden) op het hogere salaris dat zij bij De Block ontving, dat dit loon moet worden verhoogd met de (procentuele) loonsverhoging van de VGL-CAO, en dat een afbouw van de door Albert Heijn toegekende persoonlijke toeslag niet is toegestaan. De FNV heeft verzocht de salarisbetaling aan te passen, niet alleen wat betreft [eiseres] , maar ook wat betreft haar collega’s en andere werknemers die daarmee te maken hebben gekregen bij een overgang van onderneming.
Albert Heijn heeft geen gehoor gegeven aan het verzoek van de FNV.
3 De vordering
FNV c.s. vorderen dat de kantonrechter voor recht verklaart dat Albert Heijn de persoonlijke toeslagen, die zij na de mandjesvergelijking toekent aan werknemers die na een overgang van onderneming bij haar in dienst zijn gekomen, niet mag afbouwen, en moet verhogen met loonsverhogingen op grond van de VGL-CAO. Verder vordert de FNV dat Albert Heijn wordt veroordeeld om aan alle werknemers die sinds 2011 te maken hebben gehad met de mandjesvergelijking te berichten dat de persoonlijke toeslag niet mocht worden afgebouwd en moet worden verhoogd met de loonsverhoging van de VGL-CAO, en om aan al die werknemers berekeningen te verstrekken van de verschuldigde achterstallige persoonlijke toeslag en die toeslag alsnog te betalen. De FNV c.s. vorderen daarnaast dat ook aan [eiseres] alsnog de achterstallige toeslag wordt betaald.
De FNV legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de mandjesvergelijking die Albert Heijn toepast en de daarmee gepaard gaande afbouw van de persoonlijke toeslag, in strijd is met de wettelijke regels over de rechten van werknemers bij overgang van een onderneming, met name artikel 7:662 e.v. van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en de Europese Richtlijn 2001/23/EG van 12 maart 2001 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen (hierna: Richtlijn 2001/23/EG).
Wat betreft de vorderingen ten behoeve van alle werknemers die sinds 2011 te maken hebben gehad met de mandjesvergelijking, stelt de FNV dat zij op grond van artikel 3:305a BW bevoegd is om bij wijze van collectieve actie vorderingen voor deze werknemers in te dienen.
4 Het verweer
Albert Heijn betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat de mandjesvergelijking in zijn algemeenheid niet in strijd is met de wettelijke regels voor overgang van ondernemingen, ook niet ten aanzien van [eiseres] , en dat de FNV in dit geval geen collectieve vordering kan indienen zoals bedoeld in artikel 3:305a BW.
Albert Heijn wijst erop dat de mandjesvergelijking tot doel heeft en er ook voor zorgt dat het totale pakket aan arbeidsvoorwaarden van een werknemer niet verslechtert bij overname door Albert Heijn van een AH-supermarkt van een franchisenemer. Daaruit volgt volgens Albert Heijn dat geen sprake kan zijn van strijd met de wettelijke regels voor overgang van ondernemingen, omdat de werknemers er nooit op achteruit gaan bij een overgang naar Albert Heijn.
Albert Heijn heeft verder gesteld dat de persoonlijke toeslag die in het kader van de mandjesvergelijking aan een overgenomen werknemer wordt toegekend, niet hoeft te worden verhoogd met de loonsverhogingen van de VGL-CAO, omdat die toeslag niet onder het begrip ‘loon’ van de VGL-CAO valt. Daarbij heeft Albert Heijn er ook op gewezen dat slechts de rechten en verplichtingen die op het moment van overgang uit de arbeidsovereenkomst van de werknemer voortvloeien, van rechtswege op Albert Heijn overgaan. Tot die rechten behoort volgens Albert Heijn niet een aanspraak op toekomstige loonsverhoging volgens de CAO Levensmiddelenbedrijf, omdat die CAO op het moment van overgang op 23 november 2015 niet van toepassing was en pas in 2016 een loonsverhoging in de (nieuwe) CAO Levensmiddelenbedrijf is overeengekomen. Een aanspraak op loonsverhogingen volgens de VGL-CAO bestond niet op het moment van overname voor [eiseres] en andere werknemers die zijn overgenomen van een franchisenemer, zodat dit geen recht is dat is overgaan.
Ten aanzien van [eiseres] stelt Albert Heijn dat met haar een andere functie is overeengekomen dan die zij vóór de overname had en dat [eiseres] in dat kader ook heeft ingestemd met nieuwe arbeidsvoorwaarden. Om die reden kan [eiseres] volgens Albert Heijn geen beroep meer doen op artikel 7:662 e.v. BW, terwijl [eiseres] ook niet tijdig heeft geklaagd over de wijze van vaststelling van haar arbeidsvoorwaarden na de overname.
Over de collectieve vordering van de FNV heeft Albert Heijn opgemerkt dat deze niet kan worden ingediend of toegewezen, omdat geen sprake is van gelijksoortige belangen, zoals vereist volgens artikel 3:305a BW. De belangen van de betreffende werknemers lenen zich niet voor bundeling in één procedure, omdat er vele verschillen kunnen zijn tussen individuele werknemers bij een overgang, aldus Albert Heijn.