Rechtbank Noord-Holland, 10-04-2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:7027, C/15/271200/KG ZA 18-170
Rechtbank Noord-Holland, 10-04-2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:7027, C/15/271200/KG ZA 18-170
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 10 april 2018
- Datum publicatie
- 10 augustus 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2018:7027
- Zaaknummer
- C/15/271200/KG ZA 18-170
Inhoudsindicatie
Kort geding. Vordering tot het verkrijgen van toegang van de bank tot het onderpand in verband met bezichtigingen. De bank heeft geen belang bij haar vordering voor zover zij beoogt een machtiging ex artikel 3:267a lid 3 BW te krijgen. In dit artikel wordt de hypotheekgever verplicht om belangstellenden de gelegenheid te geven de onroerende zaak te bezichtigen, zonder dat daarvoor een door de rechter af te geven machtiging is vereist. Voor zover de vordering moet worden aangemerkt als een vordering tot het geven van machtiging tot binnentreden van een woning zonder toestemming van de bewoners, overweegt de voorzieningenrechter dat de in artikel 3:267a BW opgenomen machtiging niet wegneemt dat het huisrecht en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de hypotheekgever bij het afdwingen van de bezichtigingsverplichting in het geding kan zijn. Artikel 3:267a BW in samenhang met artikel 12 Grondwet en artikel 2 Awbi levert geen bevoegdheid op voor de hypotheekhouder en/of belangstellenden om de onroerende zaak zonder toestemming van de bewoner te betreden. De vordering van de bank komt de voorzieningenrechter op dit punt onrechtmatig of ongegrond voor en wordt afgewezen. Overweging ten overvloede waarin alternatieven worden genoemd om alsnog te bewerkstelligen dat de onroerende zaak kan worden bezichtigd.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht
Zittingsplaats Alkmaar
NMB/JG
zaaknummer / rolnummer: C/15/271200 / KG ZA 18-170
Vonnis in kort geding van 10 april 2018
in de zaak van
de naamloze vennootschap
ING BANK N.V., HANDELEND ONDER DE NAAM WESTLANDUTRECHT BANK,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
advocaat: mr. C.C.M. Ewalds te Rosmalen,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
wonend te [woonplaats 1] ,
2. [gedaagde 2],
wonend te [woonplaats 2] ,
3. [gedaagde 3] ,
wonend te [woonplaats 3] ,
4. ÉÉN OF MEER ANDERE ONBEKENDE BEWONERS,
wonend te [woonplaats 4] ,
gedaagden,
niet verschenen.
Eiseres wordt hierna aangeduid als WestlandUtrecht Bank. Gedaagden worden ieder afzonderlijk aangeduid als [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en de onbekende bewoners en tezamen (ook) als [gedaagden] ..
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 28 maart 2018 - met 9 producties -
- -
-
de mondelinge behandeling op 3 april 2018
- -
-
het tijdens de behandeling tegen [gedaagden] . verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Uitgangspunten
Tussen WestlandUtrecht Bank en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is een overeenkomst van geldlening gesloten. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben bij notariële akte van 16 oktober 2003 aan WestlandUtrecht Bank een eerste recht van hypotheek verleend op de onroerende zaak staande en gelegen aan de [adres] (verder: de woning).
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben een achterstand in de betaling van de hypotheek laten ontstaan. Hierop heeft op 7 november 2017 overleg plaatsgevonden tussen WestlandUtrecht Bank en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , althans hun dochter [gedaagde 3] . Een vervolgafspraak op 13 november 2017, waarbij [gedaagde 1] en [gedaagde 2] betalingsbewijzen zouden overleggen, is door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] afgezegd. WestlandUtrecht Bank heeft [gedaagde 1] en [gedaagde 2] vervolgens niet meer persoonlijk kunnen bereiken.
WestlandUtrecht Bank heeft bij brief van 21 december 2017 de geldlening opgezegd en het uitstaande saldo van € 122.570,05 opgeëist. De betalingsachterstand bedroeg op dat moment € 6.070,05.
[gedaagde 3] heeft per e-mail betalingstoezeggingen aan WestlandUtrecht Bank gedaan, die niet zijn nagekomen (op een eenmalige betaling van € 499,- na).
Bij brieven van 6 maart 2018 heeft WestlandUtrecht Bank [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gesommeerd om haar vóór 9 maart 2018 te berichten of zij willen meewerken aan taxatie van de woning uiterlijk op 16 maart 2018. [gedaagde 3] heeft hierop bericht dat zij van 12 tot en met 16 maart 2018 afwezig zijn in verband met een behandeling van [gedaagde 2] in het ziekenhuis.
[gedaagde 3] heeft bij e-mail van 3 april 2018 aan WestlandUtrecht Bank geschreven dat zij niet eerder kon reageren in verband met de ziekenhuisopname van [gedaagde 2] , dat zij zullen meewerken aan taxatie/bezichtiging en een bedrag van € 499,-zullen betalen.
WestlandUtrecht Bank is voornemens om tot executoriale verkoop van de woning over te gaan via een internet-only-veiling op 6 juni 2018. WestlandUtrecht Bank zal de executie op korte termijn aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aanzeggen.