Home

Rechtbank Noord-Holland, 09-04-2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:3013, 7503256 AO VERZ 19-11

Rechtbank Noord-Holland, 09-04-2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:3013, 7503256 AO VERZ 19-11

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
9 april 2019
Datum publicatie
15 april 2019
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2019:3013
Zaaknummer
7503256 AO VERZ 19-11

Inhoudsindicatie

Werkneemster vordert nietigverklaring ontslag en loon. Werkgever is tijdens de procedure failliet verklaard. Zaak geschorst t.a.v. loonvordering maar niet t.a.v. nietigverklaring ontslag, omdat belang hiervoor niet alleen loon hoeft te zijn (art. 28 Fw).

Uitspraak

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 7503256 \ AO VERZ 19-11 (H.K.)

Uitspraakdatum: 9 april 2019

Beschikking in de zaak van:

[verzoekster]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: [verzoekster]

gemachtigde: mr. H.S. Eisenberger, advocaat te Heemskerk

tegen

de stichting Stichting Alkmaarse Begeleiding Service

laatstelijk gevestigd te Alkmaar

verwerende partij

verder te noemen: de stichting ABS

gemachtigde: mr. R.J. van Velzen, advocaat te Alkmaar.

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoekster] heeft – na vermeerdering van eis – een verzoek gedaan strekkende tot:

- vernietiging van het door middel van een e-mailbericht van 30 december 2018
onrechtmatig gegeven ontslag;

- veroordeling van de stichting ABS tot betaling van loon aan [verzoekster] over de maanden

januari, februari en maart 2019 ad in totaal € 4.860,--, te vermeerderen met de wettelijke
verhoging ad € 2.430,--;

- veroordeling van de stichting ABS in de proceskosten.

De stichting ABS heeft een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 7 maart 2019 heeft een zitting plaatsgevonden, waarbij alleen [verzoekster] en haar gemachtigde zijn verschenen. Omdat niet kon worden uitgesloten dat de stichting ABS de oproep voor de zitting niet had ontvangen is de zaak aangehouden om [verzoekster] in de gelegenheid te stellen de stichting ABS bij deurwaardersexploot op te roepen voor een nader te bepalen zitting.

1.3.

Op 26 maart 2019 heeft andermaal een zitting plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen:

[verzoekster] in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde mr. Eisenberger, en de stichting ABS bij haar (voormalig) bestuurder [naam], bijgestaan door haar gemachtigde mr. Van Velzen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

1.4.

Op 7 april 2019 heeft de gemachtigde van [verzoekster] het standpunt van de curator van de stichting ABS meegedeeld in verband met het faillissement van de stichting.

2 De feiten

2.1.

Op 7 juli 2015 is [verzoekster] bij de stichting ABS in dienst getreden als dagbesteding- en activiteitenbegeleidster. Op 1 januari 2017 is deze arbeidsovereenkomst omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

2.2.

Op 30 december 2018 heeft [verzoekster] een e-mailbericht van de stichting ABS ontvangen, waarin [naam] namens de stichting ABS het volgende meedeelt:

“Tot onze spijt moet Stichting ABS per 30 november 2018 al haar personeel ontslaan wegens economische reden. Wij hebben volgens de regels een A+B+C formulier met onderbouwing aan het GAK gestuurd. U bent dus met ingang van 1 december 2018 niet meer in dienst van de Stichting ABS. Wij raden U aan zich z.s.m. te wenden naar het plaatselijke GAK voor het vragen van een uitkering.”

2.3.

Met ingang van 1 januari 2019 heeft [verzoekster] geen salaris meer ontvangen.

2.4.

Bij beslissing van 13 maart 2019 heeft het UWV aan de stichting ABS toestemming verleend om het dienstverband met [verzoekster] te beëindigen wegens bedrijfseconomische redenen, te weten een volledige beëindiging van de activiteiten van de stichting ABS.

2.5.

Bij brief van 20 maart 2019 heeft de stichting ABS, gebruikmakend van de beslissing van het UWV, de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] opgezegd tegen 30 april 2019.

2.6.

Op 26 maart 2019 is de stichting ABS in staat van faillissement komen te verkeren.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster] verzoekt de kantonrechter het bij e-mailbericht van 30 december 2018 gegeven ontslag te vernietigen en de stichting ABS te veroordelen tot doorbetaling van loon.

Aan dit verzoek legt [verzoekster] ten grondslag – kort weergegeven – dat geen sprake is van een rechtsgeldig gegeven ontslag, nu de stichting ABS hiervoor geen toestemming had van het UWV op grond van artikel 7:669 lid 3 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarom is de opzegging nietig, welke nietigheid ex art. 7:686a BW wordt ingeroepen. [verzoekster] betwist dat zij de onder 2.2. geciteerde brief eerder heeft ontvangen dan op 30 december 2018.

[verzoekster] is een gescheiden moeder met 3 jonge kinderen. Zij is voor haar inkomen afhankelijk van het dienstverband met de stichting ABS.

4 Het verweer

5 De beoordeling

6 De beslissing