Rechtbank Noord-Holland, 16-04-2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:3965, 7555387 AO VERZ 19-20
Rechtbank Noord-Holland, 16-04-2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:3965, 7555387 AO VERZ 19-20
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 16 april 2019
- Datum publicatie
- 13 mei 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2019:3965
- Zaaknummer
- 7555387 AO VERZ 19-20
Inhoudsindicatie
Arbeidszaak. Werknemer komt niet de bescherming toe van de klokkenluidersregeling van artikel 7:653c BW, omdat de gestelde misstand niet naar behoren is gemeld. Het verwijtbare gedrag van de werknemer rechtvaardigt geen ontslag op staande voet, maar wel ontbinding. Geen ernstige verwijtbaarheid aangenomen.
Uitspraak
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 7555387 \ AO VERZ 19-20 WD
Uitspraakdatum: 16 april 2019
Beschikking in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats]
verzoekende partij
verder te noemen: [verzoeker]
gemachtigde: mr. K.M. Janssen
tegen
de coöperatieve handelsvereniging [naam vereniging] U.A.,
gevestigd te [vestigingsplaats]
verwerende partij
verder te noemen: [naam vereniging]
gemachtigde: mr. J.R. Holterman
1 Het procesverloop
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend tot – onder meer – vernietiging van een ontslag op staande voet. [naam vereniging] heeft een verweerschrift ingediend en daarbij (voorwaardelijk) verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. [verzoeker] heeft in reactie op het verzoek om ontbinding een verweerschrift ingediend.
Op 19 maart 2019 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Partijen hebben ook pleitaantekeningen overgelegd. Vóór de zitting heeft [naam vereniging] bij brief van 18 maart 2019 nog stukken toegezonden
2 De feiten
[naam vereniging] is een coöperatieve handelsvereniging. Zij vormt een inkooporganisatie, waarbij inkoopvoordelen voor haar leden worden gerealiseerd. De leden van [naam vereniging] zijn bedrijfsmatig actief als (elektrotechnisch) installateur, loodgieter of dakdekker. Het bestuur van [naam vereniging] wordt gevormd door drie leden, waaronder [naam 1] (hierna: [naam 1] ). Als statutair directeur van [naam vereniging] is aangesteld [naam 2] (hierna: [naam 2] ). [naam 2] is geen lid van [naam vereniging] en evenmin lid van het bestuur van [naam vereniging] .
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1964, is op 1 januari 1997 in dienst getreden bij [naam vereniging] . Zijn laatstverdiende salaris is € 5.043,64 bruto per maand exclusief vakantiegeld en overige emolumenten. De meest recente functie van [verzoeker] is Assistent duurzaam.
Op 24 oktober 2018 en 30 november 2018 hebben tussen [verzoeker] en [naam 2] gesprekken plaatsgevonden. Daarbij is onder andere door [verzoeker] voorgesteld om binnen [naam vereniging] een Chief Operating Officer aan te stellen (COO). Dat heeft [verzoeker] herhaald in een gesprek op 5 december 2018 met [naam 1] .
Op 20 december 2018 heeft [verzoeker] een e-mail aan [naam 1] en [naam 2] gestuurd met daarbij de door [verzoeker] opgestelde verslagen van de gesprekken van 24 oktober 2018, 30 november 2018 en 5 december 2018. De e-mail heeft als onderwerp: “Continuïteit van de onderneming.”
In een e-mail van 22 december 2018 heeft [naam 1] gereageerd op de e-mail van [verzoeker] van 20 december 2018, onder meer als volgt:
“Afgelopen donderdag heb ik van jou de brief in de bijlage ontvangen die je gericht hebt aan [voornaam] [kantonrechter: [naam 2] ] en mij persoonlijk. De wijze waarop je dit aanpakt vind ik onbegrijpelijk en is zeer ongepast gezien de jarenlange relatie. (...)
Alle zaken die jij omschrijft en de kern van het verhaal waar het naar mijn mening over gaat “De continuïteit van de [naam vereniging] ” is een zaak van het bestuur en niet van jou. (...)
Gezien de ernst van de zaak en de manier waarop je dit aanpakt, rest geen andere keuze en ben je hiermee per onmiddellijk op non-actief gesteld. Het is je niet toegestaan om gedurende deze periode met medewerkers van [naam vereniging] of [leden van naam vereniging] op enigerlei wijze te communiceren. Dit zal direct leiden tot ontslag en zal daarbij alle geleden en te leiden schade op jou worden verhaald.
Na het kerstreces zullen we in week 2 direct een intern beraad plannen met het volledige bestuur en onafhankelijke adviseur de heer [naam adviseur] . (Bij dit interne beraad is de heer [naam 2] niet aanwezig).
Dit beraad is dan ook om jou de gelegenheid te geven je verhaal te doen en alles wat je omschrijft duidelijk te maken aan het bestuur.” 2.6. Na ontvangst van de e-mail van 22 december 2018 van [naam 1] heeft [verzoeker] in een e-mail van 22 december 2018, gericht aan de directie en het bestuur van [naam vereniging] , het volgende meegedeeld, voor zover hier van belang:
“Geachte [naam vereniging] bestuursleden
In de afgelopen jaren hebben er meerdere malversaties bij [naam vereniging] plaatsgevonden. Geld van de coöperatie waar alle leden bij verdeling van het resultaat – naar rato van de omzet – recht op hebben (...)
1. “De brief van [naam 3] ”(...) De 3 bestuursleden hebben niet bijgedragen aan de afschrijving. (...)
2. In de ALV wordt ieder jaar de betalingsregeling en de voorwaarden van de verdeling van het resultaat bekrachtigd. Dit geldt voor alle leden. Behalve voor de ex Penningmeester van [naam vereniging] . Dit is (...) geaccordeerd door de directie.
3. In de ALV wordt ieder jaar bekrachtigd dat er niet wordt uitgekeerd over CV, Zonnepanelen en Levering Derden. (...) Dit geldt voor alle leden. Door de directie is een al jarenlange uitzondering gemaakt voor de Voorzitter van het bestuur. (...)”
U heeft de keuze:
-
Noordhollands Dagblad; voorpagina nieuws: “Leden van de coöperatie [naam vereniging] sturen het bestuur en de directie weg na Malversaties.”
-
Brief aan alle Saloleden: “Door een langlopend onoplosbaar conflict hebben zowel het [naam vereniging] bestuur als de directie besloten op te stappen.”
Mag ik u erop attenderen dat valsheid in geschrifte een strafbaar feit is, die een gerechtelijke veroordeling tot gevolg kan hebben?
Voorstel: Dinsdagavond 08-01-2019 om 20.00 uur bestuursvergadering bij [naam vereniging] (...)
Het geld wat is verdwenen dient wel terug gegeven te worden aan de coöperatie.”
[verzoeker] heeft bij de hiervoor genoemde e-mail van 22 december 2018 verschillende stukken meegestuurd, waaronder correspondentie met twee leden over jaarafspraken, jaarafrekeningen en kortingen. [verzoeker] heeft de e-mail van 22 december 2018 ook aan [naam 4] (hierna: [naam 4] ) gestuurd, die via zijn onderneming [naam onderneming] lid is van [naam vereniging] .
Bij brief van 24 december 2018 is [verzoeker] op staande voet ontslagen. In die brief staat onder andere het volgende:
“Uw hiervoor omschreven handelswijze kan op meerdere gronden gekwalificeerd worden als een of meer dringende reden voor ontslag op staande voet op grond van artikel 7:677 en 7:678 BW . Allereerst is hier sprake van chantage van bestuursleden in al dan niet strafrechtelijke zin door hen voor de keuze te stellen om zelf op te stappen door middel van een brief aan alle leden of afgezet te worden met een voorpagina-artikel in de krant. Daarnaast heeft u onrechtmatig gehandeld door vertrouwelijke stukken door te sturen naar [naam vereniging] -leden. Tot slot heeft u zich hiermee schuldig gemaakt aan bedreiging, al dan niet in strafrechtelijke zin.”
Op 31 december 2018 heeft [verzoeker] een gesprek gehad met [naam 4] en een adviseur van [naam 4] , [naam 5] (hierna: [naam 5] ). In dit gesprek heeft [verzoeker] zijn vermoedens omtrent misstanden bij [naam vereniging] besproken.
Bij brief van 30 januari 2019 is [verzoeker] nogmaals op staande voet ontslagen. Die brief bevat de volgende passage:
“Nieuwe feiten
Gistermiddag heeft cliënte een gesprek gevoerd met mevrouw [naam 5] . Zij heeft cliënte tijdens dit gesprek bevestigd dat de vier leden die zij vertegenwoordigt door uw cliënt zijn benaderd. Daarnaast heeft zij cliënte geïnformeerd over het feit dat uw cliënt haar en deze vier leden heeft voorzien van de notulen van bestuursvergaderingen in 2014 en 2015. Het is cliënte een raadsel hoe uw cliënt aan deze documenten is gekomen. Cliënte heeft deze niet aan uw cliënt verstrekt en houdt het er dan ook voor dat uw cliënt deze op onrechtmatige althans oneigenlijke wijze in bezit heeft gekregen. Vast staat dat uw cliënt deze documenten niet in zijn bezit had mogen hebben, laat staan dat het hem was toegestaan deze te delen met derden.
Deze nieuwe feiten vormen op zichzelf een nieuwe dringende reden. Op grond hiervan geeft cliënte uw cliënt voorwaardelijk (indien en voor zover het eerdere ontslag zal worden vernietigd) wederom ontslag op staande voet. Dit ontslag op staande voet zal door cliënte tevens rechtstreeks aan uw cliënt worden bevestigd.”
Namens [naam 4] en drie andere leden van [naam vereniging] is een procedure bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam aanhangig gemaakt, waarbij is verzocht om een onderzoek in te stellen naar het beleid en de gang van zaken bij [naam vereniging] . Op dat verzoek is nog niet beslist.
3 Het verzoek
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om het ontslag op staande voet van 24 december 2018 en 30 januari 2019 te vernietigen, [naam vereniging] te veroordelen om [verzoeker] toe te laten tot de werkvloer teneinde de bedongen werkzaamheden te verrichten, en om [naam vereniging] te veroordelen het overeengekomen loon te betalen. Ook is verzocht om [naam vereniging] te gebieden een bericht aan alle personeelsleden en leden van [naam vereniging] te sturen, waarin moet worden meegedeeld dat [verzoeker] onterecht is ontslagen en zo snel mogelijk zijn functie weer zal oppakken. Daarnaast heeft [verzoeker] subsidiaire verzoeken gedaan, onder andere om [naam vereniging] te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 537.106,12 bruto en een transitievergoeding van € 67.964,45 bruto.
Aan dit verzoek legt [verzoeker] ten grondslag – samengevat – dat hij ten onrechte op staande voet is ontslagen, omdat hij op 22 december 2018 op rechtmatige wijze melding heeft gemaakt van vermoedens van misstanden bij [naam vereniging] en hij daarom als zogenoemde klokkenluider tegen ontslag beschermd moet worden.