Rechtbank Noord-Holland, 18-06-2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:5374, 7685785 \ VV EXPL 19-69
Rechtbank Noord-Holland, 18-06-2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:5374, 7685785 \ VV EXPL 19-69
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 18 juni 2019
- Datum publicatie
- 26 juni 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2019:5374
- Zaaknummer
- 7685785 \ VV EXPL 19-69
Inhoudsindicatie
Kort geding. Onrechtmatige stopzetting van loon. Onvoldoende aannemelijk dat eiser bij sollicitatie meldingsplicht t.a.v. lichamelijke ongeschiktheid heeft geschonden. Voorts heeft werkgever nagelaten eiser eerst te wijzen op zijn re-integratieverplichtingen.
Uitspraak
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 7685785 \ VV EXPL 19-69
Uitspraakdatum: 18 juni 2019
Vonnis van de kantonrechter in kort geding in de zaak van:
[eiser]
wonende te [woonplaats]
eiser
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. J.P. van Veenendaal
tegen
de besloten vennootschap MicroCash Retail B.V.
gevestigd te Haarlemmermeer
gedaagde
verder te noemen: MicroCash
gemachtigde: mr. P. van Wegen
1 Het procesverloop
[eiser] heeft Microcash op 3 mei 2019 gedagvaard.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 juni 2019. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. MicroCash heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft MicroCash bij brief van 3 juni 2019 nog stukken toegezonden.
2 De feiten
[eiser] , geboren 30 september 1992, is op 17 juli 2018 in dienst getreden bij MicroCash op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 17 juli 2020. Laatstelijk vervulde [eiser] de functie van Programmeur tegen een salaris van € 1.975,90 bruto per maand exclusief vakantiegeld.
Op 11 december 2018 heeft [eiser] zich ziek gemeld bij MicroCash.
Vanaf 1 februari 2019 heeft MicroCash geen loon meer aan [eiser] uitbetaald.
Bij e-mail van 6 februari 2019 heeft de gemachtigde van [eiser] aan MicroCash onder meer geschreven: ‘(...) Cliënt ervaart al enige tijd pesterijen tijdens het werk. Ook zou het normaal zijn dat collega’s elkaar te groeten met een Hitlergroet. Cliënt voelt zich hierdoor bedreigd en niet op zijn gemak wanneer hij aan het werk is. Cliënt heeft namelijk een PTSS door zijn verleden en is daarom erg gevoelig voor dit soort situaties en stress. (...) De klachten van cliënt zijn sterk toegenomen sinds hij werkzaam is bij Microcash Retail BV waardoor cliënt niet meer kan werken. (...)’
Daarop is namens MicroCash bij e-mail van dezelfde datum aan de gemachtigde van [eiser] geschreven: ‘(...) De perceptie van uw cliënt komt niet overeen met de bedoelingen van zijn collega’s en de werkelijkheid. Uw cliënt is nimmer op welke manier dan ook gepest of onheus bejegend. (...) Het komt mij voor dat uw cliënt een stoornis – wellicht de door u genoemde PTSS – heeft, waardoor hij zaken bovenmatig op een negatieve en bedreigende wijze op zichzelf betrekt. (...) Door deze aandoening is uw cliënt feitelijk niet inzetbaar op de functie die hij heeft aanvaard. Het gaat immers om een functie waarbij onder een zekere – normale – druk in een team gewerkt wordt. (...) uw cliënt was vanwege zijn geestelijke gesteldheid reeds bij aanvang van zijn dienstverband arbeidsongeschikt.
Uit uw bericht maak ik op dat uw cliënt tijdens de sollicitatieprocedure reeds wist dat hij deze stoornis had. Van uw cliënt hebben wij vernomen – en dit klinkt ook door in uw e-mail – dat ook bij vorige werkgevers hierdoor grote problemen zijn ontstaan. Daarom ben ik van mening dat uw cliënt opzettelijk heeft verzwegen dat hij arbeidsongeschikt was voor de functie die hij heeft aanvaard. Wij overwegen daarom de loondoorbetaling op te schorten.
Daarnaast stellen wij ons op het standpunt dat uw cliënt zich onvoldoende inspant om tot re-integratie te komen. De arboarts heeft geadviseerd om een drie-gesprek te voeren. Uw cliënt weigert dit tot dusverre. (...)’
Bij e-mail van 21 februari 2019 heeft de gemachtigde van MicroCash aan de gemachtigde van [eiser] geschreven: ‘(...) Volgens Microcash gaat het hier om een voor de functie relevante gezondheidskwaal, die is verzwegen bij de sollicitatie. Zodoende verliest werknemer zijn loonaanspraak krachtens artikel 7:629 lid 3 sub a BW. (...) Eerder maakte de werkgever zelf melding van een eventuele opschorting van loon. De werkgever is thans echter voornemens het loon dus stop te zetten.
In het kader van de zorgvuldigheid en de norm van goed werkgeverschap verneem ik graag uw reactie op dit voornemen op uiterlijk vrijdag 22 februari om 12:00. Verneem ik niet (tijdig) dan zal het loon zeker deze maand nog worden stopgezet. (...)’
Bij brief van 12 april 2019 heeft een GZ-psycholoog aan [eiser] geschreven:
‘(...) Bij intake op 8 februari 2019 zijn uw klachten conform DSM-5 geclassificeerd:
Diagnose volgens DSM-5:
(...) Posttraumatische stress stoornis
(...) Paniekstoornis
(...) Persisterende depressieve stoornis (...)
(...) Aandachtsdefiecientie-/ hyperactiviteitsstoornis overwegened oplettend type (ADD)
(...)’
Naar aanleiding van een afspraak op 25 april 2019 heeft een inzetbaarheidscoach van Zorg van de Zaak in een advies aan MicroCash geschreven: ‘(...) U gaf aan geen reactie van uw werknemer dhr. [eiser] te ontvangen op uw verzoeken tot het gezamenlijk opstellen van een Plan van Aanpak in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter. (...) Weigert uw medewerker om zich in te zetten voor re-integratie, dan moet u daar tegen optreden als werkgever. Dat moet wel in het redelijke zijn. Allereerst moet u de medewerker aanspreken op het onwillige gedrag. (...) Ook moet u zeker weten dat er onwil in het spel is in plaats van onmacht. (...) brengt ook een redelijke aansporing uw medewerker niet op andere gedachten, dan is een berisping op zijn plaats. (...) In het uiterste geval mag u de loonbetaling opschorten of loon inhouden (ik begreep van u dat dit al aan de orde is). Dit is een zwaar middel, dus moet u hele goede argumenten hebben om hiertoe over te gaan. (...)’
De bedrijfsarts heeft naar aanleiding van de periodieke evaluatie op 9 mei 2019 in zijn advies geschreven: ‘(...) In de klachten- en beperkingen aard en ernst heeft zich nog geen verbetering voorgedaan ondanks opgestarte behandel activiteiten. Deze ontwikkeling wordt mede in verband gebracht met de aanhoudende spanningsklachten welke betrokkene ervaart vanuit aanwezige werkproblematiek. Gezien deze constatering acht ik thans een poging raadzaam om met behulp van mediation de vicieuze cirkel te doorbreken. (...)’
3 De vordering
[eiser] vordert dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening Microcash bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot:
I. het binnen twee dagen na het te wijzen vonnis met terugwerkende kracht betalen van het loon van [eiser] , te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente vanaf februari 2018, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per week voor iedere week dat MicroCash zich niet aan de beslissing van de kantonrechter houdt;
II. vergoeding van de juridische kosten van [eiser] , zijnde twee keer de eigen bijdrage van in totaal € 1.031,00 (€ 196,00 + € 835,00);
III. het binnen twee dagen na het te wijzen vonnis vergoeden van de (immateriële) schade van [eiser] ter hoogte van € 5.000,00, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per week voor iedere week dat MicroCash zich niet aan de beslissing van de kantonrechter houdt;
IV. betaling van de proces- en nakosten.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat MicroCash het loon van [eiser] per 1 februari 2019 onrechtmatig heeft stopgezet.
Nu MicroCash (i) een zieke werknemer belast met onjuiste beschuldigingen omtrent het verzwijgen van zijn ziekte PTSS, (ii) er voor zorgt dat [eiser] ernstig in de financiële problemen komt en (iii) de privacy van [eiser] heeft geschonden, is MicroCash schadeplichtig jegens [eiser] .