Rechtbank Noord-Holland, 25-06-2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:5722, 7618031 AO VERZ 19-36
Rechtbank Noord-Holland, 25-06-2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:5722, 7618031 AO VERZ 19-36
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 25 juni 2019
- Datum publicatie
- 3 juli 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2019:5722
- Zaaknummer
- 7618031 AO VERZ 19-36
Inhoudsindicatie
Arbeidszaak. De arbeidsovereenkomst wordt op verzoek van de werkgever ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Aan de werknemer wordt een billijke vergoeding toegekend van € 108.000,00 bruto, omdat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.
Uitspraak
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./repnr.: 7618031 \ AO VERZ 19-36 (PA)
Uitspraakdatum: 25 juni 2019
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
de stichting Stichting Ketenzorg West-Friesland
gevestigd te Hoorn
verzoekende partij
verder te noemen: Ketenzorg
gemachtigde: mr. M.A. van Haelst
tegen
[verweerster]
wonende te [woonplaats]
verwerende partij
verder te noemen: [verweerster]
gemachtigde: mr. N.C. Six-Scheffer
1 Het procesverloop
Ketenzorg heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerster] heeft een verweerschrift ingediend.
Op 28 mei 2019 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Ketenzorg en [verweerster] hebben ook pleitaantekeningen overgelegd.
2 De feiten
Ketenzorg is onderdeel van de Stichting Zorgkoepel West-Friesland (hierna: Zorgkoepel). Zorgkoepel organiseert eerstelijns zorg in de regio West-Friesland en Wieringermeer.
[bestuurder Zorgkoepel] (hierna: [bestuurder Zorgkoepel] ) is (enig) bestuurder van Zorgkoepel.
Het managementteam (hierna: MT) van Zorgkoepel bestaat uit [verweerster] , [MT lid 1] , [MT lid 2] , [MT lid 3] , [MT lid 4] en [MT lid 5] .
[verweerster] , geboren [geboortedag] 1967, is sinds 1 september 1994 in dienst bij Ketenzorg. De functie van [verweerster] is Zorgmanager met een salaris van € 6.738,00 bruto per maand.
In 2017 is het MT van Zorgkoepel gestart met coachingssessies.
Op 10 oktober 2018 heeft [verweerster] in een gesprek met [bestuurder Zorgkoepel] opgemerkt dat zij zich zorgen maakte over het ICT-project HIX, omdat zij daarin geen voortgang zag, terwijl daarvoor wel een medewerker beschikbaar was gesteld. [MT lid 3] was de verantwoordelijke manager voor het ICT-project HIX. Dit punt is op de agenda van het MT-overleg van 11 oktober 2018 gezet.
Op 11 oktober 2018 heeft een MT-overleg plaatsgevonden en is de voortgang in het ICT-project HIX besproken.
In een e-mail van 11 oktober 2018 meldt [MT lid 3] aan [MT lid 1] het volgende:“Naar aanleiding van het MT en de zorg die daar werd uitgesproken over het ontbreken van beschreven werkprocessen van het huidige Callmanager heb ik zojuist met [naam 1] gesproken. Vooropgesteld echt fijn dat [naam 1] dit wil doen! (...)”
Op 12 oktober 2018 heeft er telefonisch contact plaatsgevonden tussen [bestuurder Zorgkoepel] en [verweerster] over het MT-overleg van 11 oktober 2018.
Op 18 oktober 2018 heeft een volgend MT-overleg plaatsgevonden. In de notulen van dit MT-overleg staat onder meer: “Conclusie: helder waar pijnpunten zitten. Volgende stap hoe ga je om met disbalans? Begrip voor elkaar en tijdig gesprek aangaan met elkaar. Vrijdag 2 november vervolg in coachingssessie.”
Bij brieven van 30 oktober 2018 zijn [verweerster] en [MT lid 1] op non-actief gesteld. Aan [MT lid 2] is rond die datum meegedeeld dat zijn contract voor bepaalde tijd niet werd verlengd. In de brief van 30 oktober 2018 gericht aan [verweerster] staat onder meer het volgende:“De reden voor dit besluit is gelegen in de verstoorde relatie die is ontstaan en die ik zeer hoog op neem. Dit is een opeenstapeling van onacceptabel gedrag als MT lid, de escalaties die zijn ontstaan in het MT van 11 en 18 oktober 2018, een telefonisch gesprek dat wij op 12 oktober jl. hebben gehad en het ondermijnen van mijn gezag als jouw leidinggevende. Dit heeft een destructief effect op het functioneren van het MT als groep en is onwenselijk en schadelijk voor de organisatie als geheel.Wij willen je in de gelegenheid stellen om jouw zienswijze op de ontstane situatie kenbaar te maken en daarom zal tijdens de non-actiefstelling door Zorgkoepel West-Friesland een mediation traject opgestart worden. Het doel hiervan is te trachten de ontstane verstoorde relatie te herstellen. Wij gaan ervan uit dat ook jij het belang ziet van het inschakelen van een mediator en je deelneemt aan deze mediation.”
Bij brief van 2 november 2018 heeft de gemachtigde van [verweerster] protest aangetekend tegen de non-actiefstelling. Op 16 november 2018 heeft tussen partijen een gesprek plaatsgevonden op het kantoor van de gemachtigde van [verweerster] .
In een bericht van 22 november 2018 op HAweb, een netwerksite voor huisartsen die toegankelijk is voor alle huisartsen uit de regio West-Friesland, en ook voor alle medewerkers van Zorgkoepel en de drie stichtingen die onder Zorgkoepel vallen, heeft [bestuurder Zorgkoepel] onder meer het volgende meegedeeld:
“ [verweerster] (...), [MT lid 2] (...) en [MT lid 1] (...) zijn voorlopig niet aan het werk in hun functie. Deze situatie duurt nu drie weken en zal nog voortduren. Ik kan helaas nog niets zeggen over de termijn. Daarom informeer ik u nu op deze wat onpersoonlijke wijze. Ik ben met de betrokkenen in gesprek over de situatie, op de inhoud hiervan kan ik niet ingaan. Het bestuur van de WFHO heb ik in een eerder stadium op de hoogte gebracht. (...)”
Er heeft een mediationtraject plaatsgevonden tot 28 februari 2019.
Op 14 februari 2019 is door [bestuurder Zorgkoepel] een bericht op HAweb geplaatst. In het bericht staat onder meer het volgende:“In het belang van de continuïteit van de organisatie heb ik afgelopen maandag, in nauw overleg met de Raad van Toezicht, besloten het takenpakket van het huidige management als volgt aan te passen:- [MT lid 3] manager HAPWF, DCWF en KZWF- [naam 3] manager HR, I&A en Financiën- [naam 4] , manager bestuursbureauHet managementteam bestaat momenteel verder uit [naam 5] (manager zorgprogramma’s) en [naam 6] (verbonden aan het Management Team als medisch adviseur).”
In een e-mail van 2 april 2019 aan alle medewerkers van Zorgkoepel en in een bericht van 5 april 2019 op HAweb heeft [bestuurder Zorgkoepel] onder meer het volgende meegedeeld:“Ik wil jullie informeren over de stand van zaken rondom [verweerster] , [MT lid 1] en [MT lid 2] . (...) Helaas hebben intensieve gesprekken niet tot een positieve uitkomst geleid. Gegeven de situatie dienen jullie er ernstig rekening mee te houden dat een terugkeer niet zal plaatsvinden. Dat vind ik erg jammer. De inzet is geweest om te kijken of er nog mogelijkheden zouden zijn om met elkaar door te kunnen en zo ja op welke manier. Ik heb deze week iets gezegd over in welke hoek de oorzaak gezocht moet worden, namelijk de samenwerking binnen de Zorgkoepel en de visie op wat er nodig is om als zorggroep te kunnen overleven, gegeven wat er allemaal van ons wordt gevraagd. Zoals ook al eerder kan en wil ik niet verder op oorzaken ingaan.”
3 Het verzoek
Ketenzorg verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden vanwege – kort gezegd – een verstoorde arbeidsverhouding.
Volgens Ketenzorg is de samenwerking van [verweerster] met collega’s en [bestuurder Zorgkoepel] in de loop van de tijd zodanig verslechterd dat sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Ketenzorg heeft erop gewezen dat de situatie in een MT-overleg van 11 oktober 2018 is geëscaleerd, doordat [verweerster] zich, gesteund door [MT lid 1] en [MT lid 2] , laatdunkend heeft uitgelaten over [MT lid 3] en op onbehoorlijke en onacceptabele wijze verwijten heeft gemaakt over het functioneren van [MT lid 3] . Bovendien heeft [verweerster] zich niet willen laten bijsturen door [bestuurder Zorgkoepel] en heeft zij in een telefoongesprek van 12 oktober 2018 geen schuldbesef getoond voor haar wangedrag. Ketenzorg is van mening dat [verweerster] in een daaropvolgend MT-overleg van 18 oktober 2018 opnieuw heeft geweigerd spijt te betuigen en er niet voor open stond om te reflecteren op het ontspoorde MT-overleg van 11 oktober 2018. Gelet daarop meent Ketenzorg dat van haar niet meer kan worden verlangd om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.