Rechtbank Noord-Holland, 16-01-2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:284, C/15/297095 / KG ZA 19-888
Rechtbank Noord-Holland, 16-01-2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:284, C/15/297095 / KG ZA 19-888
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 16 januari 2020
- Datum publicatie
- 27 februari 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2020:284
- Zaaknummer
- C/15/297095 / KG ZA 19-888
Inhoudsindicatie
Letselschadezaak. Toetsend aan GPO 2011 vordering staking persoonlijk onderzoek gedeeltelijk toegewezen. Vordering verstrekking voorschot ook gedeeltelijk toegewezen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat zwarte verdiensten niet behoren te worden meegenomen bij de berekening van schadevergoeding.
Uitspraak
vonnis
Handel, Kanton en Bewind
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer / rolnummer: C/15/297095 / KG ZA 19-888
Vonnis in kort geding van 16 januari 2020 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiser] ,
[woonplaats],
eiser,
advocaat mr. J.R. Wildeboer te Amersfoort,
tegen
société anonyme
AIG EUROPE S.A.,
gevestigd en kantoorhoudende te Capelle aan den IJssel,
gedaagde,
advocaat mr. H.A. Kragt te Arnhem.
Partijen zullen hierna “[eiser]” en “AIG” genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding (met producties 1 tot en met 23),
- -
-
de conclusie van antwoord in kort geding (met producties 1 tot en met 7), en
- -
-
de akte overlegging producties van [eiser] (met producties 24 en 28),
- -
-
de mondelinge behandeling op 7 januari 2020 waar zijn verschenen [eiser], bijgestaan door mr. Wildeboer voornoemd, [W] en [K] namens AIG, bijgestaan door mr. Kragt voornoemd. Tijdens de mondelinge behandeling hebben mr. Wildeboer en mr. Kragt spreekaantekeningen overgelegd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De uitgangspunten
Op 27 mei 2018 is [eiser] betrokken geraakt bij een verkeersongeval doordat een bij AIG verzekerde automobilist verzuimde zijn voertuig tijdig tot stilstand te brengen waardoor deze van achteren botste op de stilstaande driewielige motor van [eiser].
AIG heeft aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval erkend.
Voorafgaand aan het ongeval was [eiser] werkzaam als personal (kickboks)trainer. Hij voerde deze werkzaamheden uit als zelfstandig ondernemer ([naam bedrijf]) en had geen arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten. Daarnaast stond [eiser] bekend als professioneel wedstrijdvechter/kickbokser en heeft tot en met oktober 2013 meerdere wedstrijden gevochten.
AIG heeft [eiser] tot de datum van de dagvaarding een bedrag van € 55.000,- aan voorschotten betaald. Het laatste voorschot van € 2.500,- is op 7 oktober 2019 aan [eiser] betaald. AIG weigert meer voorschotten aan [eiser] te betalen.
Partijen hebben de arbeidsdeskundige en bedrijfseconoom [H] van Heling en Partners ingeschakeld om een onderzoek te doen naar de werkzaamheden van [eiser]. Hij heeft op 31 juli 2019 aan partijen gerapporteerd. Uit het rapport blijkt dat [eiser] in 2017 als personal trainer een netto inkomen heeft gehad van € 24.266,-. Voorts wordt in het rapport vermeld:
“4.1 Huidige situatie
De beperkingen die betrokkene ervaart lijken zijn volledige uitval voor zijn werkzaamheden als personal trainer te verklaren. Ook is het duidelijk dat hij met de door hem ervaren beperkingen niet in staat is tot het leveren van fysieke topprestatie bij de trainingen en wedstrijden ten aanzien van professioneel kickboksen.
Een revalidatietraject bij Heliomare is aanstaande. De resultaten hiervan bepalen in grote mate de mogelijkheden voor verdere arbeidsopbouw c.q. de scholingsmogelijkheden van betrokkene.
Toekomstmogelijkheden
De resultaten van het revalidatietraject bij Heliomare bepalen de toekomstmogelijkheden ten aanzien van betaalde arbeid voor betrokkene. Ook nadere vaststelling van de beperkingen door een medisch adviseur kan meer houvast geven in het kader van de arbeidsopbouw en/of zijn mogelijkheden op de arbeidsmarkt.
Gezien de werkervaring van betrokkene lijkt een verdere oriëntatie in de sportwereld het meest voor de hand te liggen.
(...)
5. Beantwoording vraagstelling
Vraag 1
Acht u betrokkene in staat (spoedig) werkzaamheden als Personal Trainer op te bouwen naar (maximaal) 40 uur? Welke investering acht u daarvoor nodig en met welk resultaat? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Zonder een beperkingenprofiel opgesteld door een medisch adviseur moet ik mij voor de arbeidsmogelijkheden baseren op de beperkingen zoals betrokkene die ervaart. Op basis daarvan zie ik momenteel geen mogelijkheden voor betrokkene om de werkzaamheden als Personal Trainer op te bouwen.
Vraag 2
Wat zijn de kansen van betrokkene op de arbeidsmarkt (in loondienstverband) op dit moment als hij niet als Personal Trainer gere-integreerd kan worden?
Antwoord
Ik acht de kansen van betrokkene, bij aanhoudende fysieke beperkingen, op de arbeidsmarkt matig vanwege het ontbreken van opleiding en werkervaring in andere sectoren. Het zal dan met name gaan om ongeschoolde arbeid met matige fysieke belasting.
Vraag 3
Acht u aanvullende scholing c.q. ervaring nodig?
Antwoord
Ja, als betrokkene niet herstelt van zijn huidige ervaren beperkingen. Echter, in deze fase van de re-integratie is het wellicht te adviseren om de resultaten van het multidisciplinair traject bij Heliomare af te wachten. Daarna kan op basis van de dan ontstane arbeidsmogelijkheden een scholingstraject/ richting worden gekozen. (...)”
[eiser] heeft vanaf 5 augustus 2019 een vijftien weken durend behandelingstraject gevolgd bij Heliomare. Bij brief van 11 december 2019 schrijven de revalidatieartsen [A en B] onder meer het volgende:
“Patiënt heeft zeer gemotiveerd deelgenomen aan het traject en maakte geleidelijk aan stappen. (...) Het revalidatietraject is wel gehinderd door een letselschadeprocedure. Dat heeft een negatieve werking gehad op zijn welbevinden. Daarnaast heeft patiënt zich hierdoor niet volledig op de revalidatie kunnen richten ondanks zijn motivatie daartoe. (...)
Maatschappelijk werk: gaandeweg de behandeling heeft patiënt de regie over zijn eigen leven en herstel kunnen oppakken. Hij heeft weer voor ogen waar hij voor gaat en heeft meer vertrouwen in zijn lichaam. Hij zal nog tijd nodig hebben voor verder herstel en kan dat zelfstandig oppakken. Patiënt heeft zich ingezet en toonde zich gemotiveerd om te werken aan zijn herstel en toekomst waarin hij weer zijn eigen inkomen kan verdienen, het is belangrijk dat de letselschade hem hierin tegemoetkomt.
Conclusie
Samenvattend kan gesteld worden dat patiënt een vrij succesvol traject heeft gehad, dat er wel veel negatieve interventie was door de letselschadeprocedure Alhier is nooit het vermoeden gerezen dat er sprake is van malingering of agaveren [sic rb.]. Patiënt heeft stappen de goede richting in gezet, maar is nog niet zo belastbaar als voor het ongeval. We hebben er overigens wel vertrouwen in dat patiënt in de komende weken/ maanden al de geleerde vaardigheden en theorie in de praktijk zal weten te brengen en uiteindelijk weer volledig klachtenvrij wordt.”
AIG heeft medio 2019 een persoonlijk onderzoek naar [eiser] opgestart.
[eiser] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopig deskundigenbericht te bevelen, te weten een onderzoek door een neuroloog. De behandeling van dit verzoek heeft eveneens op 7 januari 2020 plaatsgevonden, voorafgaande aan de mondelinge behandeling van dit kort geding.
3 Het geschil
[eiser] vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
-
AIG te bevelen het in haar opdracht ingestelde persoonlijk onderzoek met onmiddellijke ingang te staken,
-
AIG te verbieden de reeds uit het persoonlijk onderzoek verkregen informatie aan te wenden ter onderbouwing van haar standpunten in het kader van de letstelschadezaak/ de schaderegeling,
-
het sub 1. en 2. gevorderde toe te wijzen op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat AIG niet voldoet aan de tegen haar uitgesproken veroordeling,
-
AIG te veroordelen, bij wege van een voorschot op een vast te stellen schadevergoeding, een bedrag van € 35.000,- aan [eiser] te voldoen dan wel een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag, en
-
AIG te veroordelen in de kosten van de procedure.
AIG voert verweer met als conclusie afwijzing van de vorderingen van [eiser].
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.