Home

Rechtbank Noord-Holland, 10-06-2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:4254, C/15/296581 / FA RK 19-6836

Rechtbank Noord-Holland, 10-06-2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:4254, C/15/296581 / FA RK 19-6836

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10 juni 2020
Datum publicatie
19 juni 2020
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2020:4254
Zaaknummer
C/15/296581 / FA RK 19-6836

Inhoudsindicatie

Nietigverklaring huwelijk uitgesproken. Het ES-convenant van partijen wordt vernietigd ogv art. 6:228 BW. De vrouw wordt veroordeeld tot terugbetaling pali + pensioen + bedrag uit afwikkeling huwelijkse voorwaarden ivm onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW).

Uitspraak

Familie en Jeugd

locatie Alkmaar

Nietigverklaring huwelijk

zaak-/rekestnr.: C/15/296581 / FA RK 19-6836

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 10 juni 2020

in de zaak van:

[de man] ,

wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,

hierna mede te noemen: de man,

advocaat mr. M. van der Weide, kantoorhoudende te Alkmaar,

--tegen--

[de vrouw]

wonende te [plaats] , Thailand,

hierna mede te noemen: de vrouw,

advocaat mr. H. Shawky, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het verzoekschrift, met bijlagen, van de man, ingekomen op 19 november 2019;

-

de brief met bijlagen van de vrouw van 27 april 2020;

-

het F9-formulier met bijlage van de man van 28 april 2020.

1.2.

Overeenkomstig het beleid van de Raad voor de Rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, heeft de fysieke mondelinge behandeling geen doorgang gevonden. De betrokkenen zijn in de gelegenheid gesteld om door de rechtbank telefonisch te worden gehoord.

1.3.

Op 28 april 2020 heeft de rechtbank partijen, de man bijgestaan door mr. M. van der Weide en de vrouw bijgestaan door mr. H. Shawky, via Skype gehoord.

2 Feiten en omstandigheden

2.1.

Op [datum] zijn partijen in de gemeente [gemeente] met elkaar gehuwd. Dit huwelijk is op [datum] ontbonden door de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Alkmaar van 25 april 2002.

2.2.

Partijen zijn in het door hen op 20 maart 2002 ondertekende echtscheidingsconvenant onder meer overeengekomen dat de man een bijdrage in de kosten van levensonderhoud aan de vrouw zal voldoen van € 1.200,- netto per maand. Daarnaast zijn zij overeengekomen dat de man – in tegenstelling tot hetgeen partijen in hun huwelijkse voorwaarden hebben afgesproken – een bedrag van € 45.378,02 aan de vrouw zal voldoen uit hoofde van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.

2.3.

Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.

3 Verzoek

3.1.

De man verzoekt het door partijen op 6 maart 1992 aangegane huwelijk nietig te verklaren.

3.2.

Daarnaast verzoekt hij:

-

voor recht te verklaren dat de man aan de vrouw onverschuldigd heeft betaald een bedrag van € 96.000,- bij wijze van op grond van de echtscheiding aanvankelijk verschuldigde partneralimentatie en een bedrag van € 429.621,55 (berekend tot 1 augustus 2019 en te vermeerderen met de daarna vrijgevallen termijnen) bij wijze van op grond van de echtscheiding aanvankelijk verschuldigde pensioenverevening, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag en subsidiair te bepalen dat de vrouw met deze bedragen ongerechtvaardigd is verrijkt;

-

voor recht te verklaren dat op grond van de wet of anderszins geen recht bestaat op pensioenverevening voor de vrouw ten aanzien van door de man bij Stichting pensioenfonds voor het vliegend personeel der [vliegtuigmaatschappij] bij [BV] . opgebouwde pensioenaanspraken (ouderdomspensioen en overbruggingspensioen) en dat de vrouw tevens geen recht heeft op aldaar door de man opgebouwd bijzonder nabestaandenpensioen/bijzonder partnerpensioen;

-

voor recht te verklaren dat de echtscheidingsovereenkomst van 20 maart 2002 nietig is, subsidiair gerechtelijk wordt vernietigd;

-

de vrouw te veroordelen tot betaling aan de man van hetgeen zij heeft ontvangen onder de titel van partneralimentatie ter hoogte van € 96.000,- en onder de titel van pensioenverevening ter hoogte van € 429.621,55 (berekend tot 1 augustus 2019 en te vermeerderen met de daarna vrijgevallen termijnen), althans een door de rechtbank te bepalen bedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de nietigverklaring van het huwelijk tot de dag der algehele voldoening;

-

de vrouw te veroordelen tot betaling aan de man van hetgeen zij onder de titel van afkoopsom op grond van het convenant heeft ontvangen ter hoogte van € 45.378,02, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de nietigverklaring van het huwelijk tot de dag der algehele voldoening.

3.3.

Ter onderbouwing van zijn verzoek stelt de man dat hij tot de ontdekking is gekomen dat de vrouw ten tijde van het sluiten van het huwelijk tussen partijen al was gehuwd met een andere man in het Verenigd Koninkrijk. Om die reden wenst de man nietigverklaring van het huwelijk van partijen.

4 Verweer

5 Beoordeling

6 Beslissing