Rechtbank Noord-Holland, 15-04-2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:7860, C/15/295258 / HA ZA 19-686
Rechtbank Noord-Holland, 15-04-2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:7860, C/15/295258 / HA ZA 19-686
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 15 april 2020
- Datum publicatie
- 8 oktober 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2020:7860
- Zaaknummer
- C/15/295258 / HA ZA 19-686
Inhoudsindicatie
Renvooizaak. Vordering tot verificatie. Hypothecaire geldlening bestaat en wordt erkend. Geen buitengerechtelijke vernietiging hypotheekrecht. Hypotheekverstrekking betrof geen onverplichte rechtshandeling in de zin van artikel art. 3:45 lid 1 BW. Ook ontbreekt wetenschap van schuldeisersbenadeling. Rechtshandeling tot vestigen van het hypotheekrecht is niet vernietigbaar. Zuivering? Recht van voorrang wordt erkend.
Uitspraak
vonnis
Handel, Kanton en Bewind
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer / rolnummer: C/15/295258 / HA ZA 19-686
Vonnis van 15 april 2020
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WOLTERS VAN KAMPEN HOLDING B.V.,
gevestigd te Leiden,
eiseres tot verificatie in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. S. Baggen te Amsterdam,
tegen
1. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR EBI,
gevestigd te Amsterdam,
verweerster tot verificatie in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. E.M. Boter te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DE HAVEN VASTGOED B.V.,
gevestigd te Monster, gemeente Westland,
verweerster tot verificatie in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. J.P.G. Bouwman te Naaldwijk.
Partijen zullen hierna WVK, Stichting EBI en De Haven Vastgoed genoemd worden.
Stichting EBI en De Haven Vastgoed samen zullen hierna worden aangeduid als Stichting EBI c.s.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het proces-verbaal van behandeling van een verzoekschrift tot gerechtelijke rangregeling, gehouden op 30 september 2019, waarbij de zaak voor renvooi is verwezen naar de rol van de rechtbank van 30 oktober 2019 ter verificatie van de vordering van WVK;
- -
-
de conclusie van eis tot verificatie;
- -
-
de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, tevens houdende prejudiciële vragen van Stichting EBI;
- -
-
de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie van De Haven Vastgoed;
- -
-
het tussenvonnis van 8 januari 2020;
- -
-
de conclusie van antwoord in reconventie met producties 28 t/m 31;
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 19 februari 2020 en de daarin genoemde spreekaantekeningen van Stichting EBI en WVK.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
WVK is een besloten vennootschap waarvan mevrouw [XX] (hierna: [XX] ) enig bestuurder en aandeelhouder is. Het doel van de vennootschap is het beheren van vermogen.
De heer [YY] (hierna: [YY] ) is de zwager van [XX] .
[YY] is beherend vennoot van de commanditaire vennootschap CV All Account Adviesgroep (hierna: All Account).
Op 12 december 2018 heeft ING Bank N.V. (hierna: ING) een kredietfaciliteit ter beschikking gesteld aan All Account. [YY] is hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen onder de kredietovereenkomst. Tot zekerheid van terugbetaling is ten gunste van ING op 15 januari 2009 een recht van hypotheek, eerste rang, van € 246.000,00 in hoofdsom gevestigd op het volgende registergoed (hierna: de woning):
“de vrijstaande recreatiewoning met ondergrond erf en verder aan- en toebehoren, plaatselijk bekend [adres] , kadastraal bekend gemeente Texel sectie [nummer] , groot driehonderd vierennegentig vierkante meter (394 m2)”
Op 24 april 2013 is in het openbaar register van het Kadaster ingeschreven een notariële hypotheekakte van 23 april 2013, gewaarmerkt met een digitale handtekening van notaris mr. J.Z. Moree (hierna: de hypotheekakte).
In de hypotheekakte is vermeld dat [YY] en zijn echtgenote mevrouw [ZZ] op 23 april 2013 te leen ontvangen van WVK een geldsom van € 200.000,-. Overeengekomen is dat over de hoofdsom een rente verschuldigd is van 5% per jaar. In de hypotheekakte is ook vermeld dat het verschuldigde in een keer dient te worden terugbetaald uiterlijk op 23 april 2018. Verder staat in de hypotheekakte dat [YY] als hypotheekgever een recht van hypotheek (tweede in rang) op de woning verleent aan WVK tot zekerheid voor de terugbetaling van € 200.000,- in hoofdsom c.a.
De Haven Vastgoed en Stichting EBI hebben op 2 november 2018 respectievelijk 28 februari 2019 conservatoir beslag gelegd op de woning. Het door De Haven Vastgoed gelegde conservatoir beslag is op 9 mei 2019 executoriaal geworden, door betekening van een onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Den Haag van 1 mei 2019 in een geschil tussen De Haven Vastgoed en [YY] over de betaling van huurtermijnen.
Omdat [YY] in de loop van 2018 in gebreke was met de voldoening van datgene waarvoor het hypotheekrecht tot zekerheid strekte, heeft ING gebruik gemaakt van haar recht van parate executie ter zake van de woning.
Op 17 mei 2019 is de woning executoriaal verkocht voor een koopprijs van € 303.000,-. De opbrengst is gestort onder notaris mr. M.J.A. Laenen te Amsterdam. De vordering van de eerste hypotheekhouder (ING) is uit de opbrengst voldaan.
WVK, Stichting EBI en De Haven Vastgoed hebben vervolgens geen overeenstemming bereikt over de verdeling van de restopbrengst.
Op verzoek van WVK is bij beschikking van 1 augustus 2019 een rechter-commissaris benoemd, te wier overstaan verdeling van het restant van de executoriale netto-opbrengst van de woning zal plaatsvinden. WVK, Stichting EBI en De Haven Vastgoed zijn in de gelegenheid gesteld hun vorderingen bij de rechter-commissaris aan te melden.
WVK, Stichting EBI en De Haven Vastgoed hebben tijdig de navolgende vorderingen ten laste van [YY] ingediend:
WVK € 200.000,00
Stichting EBI € 2.185.000,00
De Haven Vastgoed € 76.889,42 + PM
Bij beschikking van 6 september 2019 heeft de rechter-commissaris een staat van verdeling opgemaakt. Deze luidt als volgt:
“te verdelen bedrag: € 164.894,49
de schuldeisers die in deze rangregeling meedelen zijn:
- -
-
Wolters van Kampen Holding B.V., voorwaardelijk,
- -
-
Stichting Administratiekantoor EBI, voorwaardelijk,
- -
-
De Haven Vastgoed B.V.
Wolters van Kampen Holding B.V. heeft voorwaardelijk als eerste in rang aanspraak op het te verdelen bedrag, waarna geen opbrengst meer resteert om toe te delen aan Stichting Administratiekantoor EBI en De Haven Vastgoed B.V., die in beginsel in gelijke rang naar rato van de hoogte van hun vorderingen aanspraak zouden hebben op het te verdelen bedrag.”
In de beschikking van 6 september 2019 is het volgende overwogen. De vordering van WVK en de daaraan eventueel verbonden rang is voorwaardelijk in de staat van verdeling opgenomen, omdat zowel Stichting EBI als De Haven Vastgoed de vordering alsmede de rechtsgeldigheid van het hypotheekrecht van WVK betwist.
De vordering van Stichting EBI is voorwaardelijk opgenomen, omdat voor die vordering (nog) geen executoriale titel bestaat.
Stichting EBI en De Haven Vastgoed hebben tegen de (voorlopige) staat van verdeling bezwaar gemaakt bij verweerschrift van 16 augustus 2019 respectievelijk akte van 30 augustus 2019 (beide ontvangen na de beschikking van 6 september 2019). WVK heeft bij brief van 13 september 2019 een drietal producties in het geding gebracht.
In het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 30 september 2019 staat dat de rechter-commissaris vaststelt dat zij partijen, gelet op de gedane tegenspraak en de daarbij geuite bezwaren, niet kan verenigen. Om die reden wordt de zaak voor renvooi verwezen naar de rol van de rechtbank van 30 oktober 2019 ter verificatie van de vordering van WVK. Verder staat in het proces-verbaal dat ter zake de vordering van Stichting EBI reeds een geschil aanhangig is bij de rechtbank Den Haag, in welke procedure tegenspreker(s) zich desgewenst kunnen voegen of tussenkomen.
3 Het geschil
WVK vordert in de conclusie van eis - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, I. voor recht verklaart dat WVK een vordering van € 207.178,08, vermeerderd met de contractuele rente van 5% vanaf 30 september 2019, op [YY] heeft;
II. voor recht verklaart dat aan de onder I. vermelde vordering voorrang toekomt ten opzichte van de vorderingen van Stichting EBI en De Haven Vastgoed;
III. Stichting EBI en De Haven Vastgoed veroordeelt in de kosten van deze procedure.
WVK legt aan haar vordering, samengevat, het volgende ten grondslag.
In 2013 heeft WVK een lening van € 200.000,00 aan [YY] verstrekt. Aan deze lening is een zekerheid verbonden in de vorm van een hypotheek, die bij notariële akte van 23 april 2013 op de woning is gevestigd. Betaling van het uitgeleende bedrag heeft plaatsgevonden via de kwaliteitsrekening van notaris mr. J.Z. Moree.
[YY] heeft de overeengekomen rente tot en met december 2018 maandelijks voldaan. Daarna is hij gestopt met betalen. Hij heeft ook de hoofdsom niet terugbetaald.
De vordering van WVK is feitelijk hoger dan € 200.000,00, omdat daaraan moet worden toegevoegd een bedrag van € 7.178,08 aan contractuele rente sinds 1 januari 2019. Die vordering heeft op grond van de daaraan verbonden hypothecaire zekerheid voorrang op de vorderingen van Stichting EBI en De Haven Vastgoed.
Stichting EBI c.s. voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
Stichting EBI vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, 1. voor recht verklaart dat de vordering van Stichting EBI op [YY] bedraagt € 2.185.000, te vermeerderen met de toepasselijke wettelijke en contractuele rente, nader op te maken bij staat;
primair 2. voor recht verklaart dat WVK geen vordering heeft op [YY] , zodat de vorderingen van Stichting EBI en De Haven Vastgoed onderling een gelijk recht hebben op de netto-opbrengst naar evenredigheid van ieders vordering en althans, de rangregeling overeenkomstig vaststelt, althans een in goede justitie te treffen voorziening;
subsidiair en voorwaardelijk
3. het hypotheekrecht vernietigt en voor recht verklaart dat aan de vorderingen van WVK op [YY] , voor zover en tot het bedrag dat deze zouden bestaan geen voorrang toekomt of is verbonden, en dat de vorderingen van WVK, Stichting EBI en De Haven Vastgoed onderling een gelijk recht hebben op de netto-opbrengst naar evenredigheid van ieders vordering en althans, de rangregeling overeenkomstig vaststelt, althans een in goede justitie te treffen voorziening;
meer subsidiair
4. voor recht verklaart dat aan de vorderingen van WVK op [YY] , voor zover en tot het bedrag dat deze zouden bestaan geen voorrang toekomt of is verbonden, en dat de vorderingen van WVK, Stichting EBI en De Haven Vastgoed onderling een gelijk recht hebben op de netto-opbrengst naar evenredigheid van ieders vordering en althans, de rangregeling overeenkomstig vaststelt, althans een in goede justitie te treffen voorziening;
5. WVK en De Haven Vastgoed hoofdelijk veroordeelt in de kosten van de procedure.
De Haven Vastgoed vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primairI. voor recht verklaart dat WVK geen vordering heeft op [YY] en dat de vordering van De Haven Vastgoed recht geeft op de onderhavige resterende netto-opbrengst en de rangregeling overeenkomstig vaststelt, althans een in goede justitie te treffen voorziening;
subsidiair
II. voor recht verklaart dat WVK geen vordering heeft op [YY] en dat genoemde vorderingen van De Haven Vastgoed en Stichting EBI onderling een gelijk recht geven op de onderhavige resterende netto-opbrengst naar evenredigheid van ieders vordering en de rangregeling overeenkomstig vaststelt, althans een in goede justitie te treffen voorziening;
meer subsidiair
III. het hypotheekrecht van WVK vernietigt en voor recht verklaart dat aan de vorderingen van WVK op [YY] , voor zover en tot het bedrag dat deze zouden bestaan geen voorrang toekomt of is verbonden, en dat de vorderingen van WVK, Stichting EBI en De Haven Vastgoed onderling een gelijk recht geven op de netto-opbrengst naar evenredigheid van ieders vordering en de rangregeling overeenkomstig vaststelt, althans een in goede justitie te treffen voorziening;
uiterst subsidiair
IV. voor recht verklaart dat aan de vorderingen van WVK op [YY] , voor zover en tot het bedrag dat deze zouden bestaan geen voorrang toekomt of is verbonden, en dat de vorderingen van WVK, Stichting EBI en De Haven Vastgoed onderling een gelijk recht geven op de netto-opbrengst naar evenredigheid van ieders vordering en de rangregeling overeenkomstig vaststelt, althans een in goede justitie te treffen voorziening;V. WVK en/of Stichting EBI veroordeelt in alle kosten van dit geding, vermeerderd met rente en kosten.
WVK voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.