Home

Rechtbank Noord-Holland, 22-06-2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:10065, 9189478

Rechtbank Noord-Holland, 22-06-2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:10065, 9189478

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22 juni 2021
Datum publicatie
17 november 2021
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:10065
Zaaknummer
9189478

Inhoudsindicatie

Faillietverklaring werkgever op dag van mondelinge behandeling. Verifieerbare vorderingen geschorst ex art 29 Fw, niet-verifieerbare vordering behandeld. Ontslag op staande voet ongeldig.

Uitspraak

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9189478 \ AO VERZ 21-51

Uitspraakdatum: 22 juni 2021

Beschikking in de zaak van:

[werknemer] ,

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. L.N. Kuijer

tegen

XPO Unlimited Worldwide B.V.,

wonende/gevestigd te Hoofddorp

verwerende partij

verder te noemen: XPO

gemachtigde: mr. R.F. van Emden (DAS)

De zaak in het kort

Faillietverklaring en mondelinge behandeling van verzoekschrift op dezelfde dag. Door de faillietverklaring, die terugwerkt tot 00:00 uur van de dag waarop het faillissement is uitgesproken, worden de verifieerbare vorderingen van rechtswege geschorst. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag is een niet-verifieerbare vordering die (dus) niet van rechtswege wordt geschorst. Werknemer (verzoekende partij) heeft niet verzocht het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet te schorsen om de curator in het geding op te roepen. Werkgever heeft het verzoek van werknemer niet weersproken. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt daarom toegewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

[werknemer] heeft een verzoek gedaan, primair om een ontslag op staande voet te vernietigen, en subsidiair om toekenning van onder meer een billijke vergoeding. Gelijktijdig met dit verzoek heeft [werknemer] verzocht om op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

XPO heeft geen verweerschrift ingediend, ondanks dat zij hiertoe in de gelegenheid is gesteld.

1.3.

Bij brief van 3 juni 2021 heeft [werknemer] zijn verzoek verminderd vanwege een deelbetaling door XPO op 1 juni 2021.

1.4.

Bij e-mail van 4 juni 2021 heeft XPO verzocht de mondelinge behandeling op te schorten, omdat zij die dag een eigen aangifte faillissement bij deze rechtbank had ingediend.

1.5.

Bij e-mail van 7 juni 2021 heeft XPO laten weten dat zij vanwege de ingediende faillissementsaanvraag niet naar de mondelinge behandeling zou komen.

1.6.

Op 8 juni 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. XPO was daarbij niet aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat [werknemer] tijdens de zitting naar voren heeft gebracht.

2 Feiten

2.1.

[werknemer] is sinds 1 september 2015 in dienst bij XPO in de functie van Senior International project manager/Locatie manager. Zijn salaris bedraagt € 4.200 bruto per maand exclusief vakantiegeld en exclusief € 250,00 voor een pensioenvoorziening.

2.2.

In september 2018 is [werknemer] door leveranciers van XPO bedreigd omdat XPO weigerde hen te betalen. [werknemer] heeft zich kort daarna ziekgemeld met burn-out- en PTSS-klachten.

2.3.

In de periode januari tot en met maart 2019 heeft [werknemer] weer gewerkt. In die periode (maar ook in de jaren ervoor) heeft hij diverse zakelijke uitgaven met zijn privé-creditcard voorgeschoten voor XPO. In genoemde periode heeft [werknemer] XPO erop aangesproken dat nog niet alle voorgeschoten uitgaven aan hem waren terugbetaald en dat hij hierdoor in de problemen kwam (dreiging creditcardblokkade en BKR-registratie).

2.4.

In mei 2020 heeft XPO [werknemer] geen vakantiegeld uitbetaald.

2.5.

Op 17 augustus 2020 heeft [werknemer] zich opnieuw ziekgemeld met burn-out- en PTSS-klachten.

2.6.

Vanaf september 2020 heeft [werknemer] XPO meerdere brieven en e-mails gestuurd omdat hij zijn salaris, vakantiegeld en declaraties niet (volledig) uitbetaald had gekregen.

2.7.

Omdat XPO aan de herhaalde betalingsverzoeken van [werknemer] niet voldeed, heeft [werknemer] op 14 december 2020 het faillissement van XPO aangevraagd. [werknemer] heeft de aanvraag begin januari 2021 ingetrokken, nadat XPO een deelbetaling had gedaan.

2.8.

In januari en februari 2021 hebben partijen contact gehad over (het oppakken van) het re-integratie-traject. [werknemer] heeft in dat kader een concept Plan van Aanpak aan XPO gestuurd.

2.9.

Op 29 januari 2021 heeft de ingeschakelde Arbo-arts geoordeeld dat [werknemer] (om medische en niet-medische redenen) tijdelijk niet belastbaar is voor werk en partijen geadviseerd een onafhankelijke derde in te schakelen.

2.10.

In dezelfde periode heeft ook overleg plaatsgevonden over een (allesomvattende) beëindigingsregeling. Op 24 maart 2021 is hiertoe een laatste voorstel namens [werknemer] gedaan.

2.11.

Dezelfde dag, bij brief van 24 maart 2021, heeft XPO [werknemer] op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief zijn als ontslagredenen onder meer genoemd dat [werknemer] stelselmatig en bewust uit is op de ondergang van de onderneming voor eigen gewin, dat hij herhaaldelijk medewerking aan een plan van aanpak weigert, dat hij direct contact met XPO weigert en een normale omgang al geruime tijd ondermijnt. Daarnaast zijn door XPO nog 21 andere ontslagredenen genoemd.

2.12.

Bij vonnis van 8 juni 2021 heeft deze rechtbank XPO (op eigen aangifte) in staat van faillissement verklaard.

3 Het (verminderde) verzoek

3.1.

[werknemer] verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen en XPO te veroordelen tot doorbetaling van loon en salarisspecificaties te overleggen, alsmede betaling van (achterstallige) vakantietoeslag, beide vermeerderd met wettelijke verhoging en wettelijke rente. Verder verzoekt [werknemer] om XPO te veroordelen tot wedertewerkstelling althans tot het oppakken van het re-integratie-traject. Subsidiair verzoekt [werknemer] om XPO te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. [werknemer] heeft hieraan – samengevat – ten grondslag gelegd dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, omdat de aan het ontslag ten grondslag gelegde redenen geen ‘dringende reden’ voor een ontslag op staande voet opleveren en het ontslag niet onverwijld is gegeven.

3.2.

Daarnaast heeft [werknemer] een verzoek gedaan om XPO te veroordelen tot betaling van achterstallig vakantiegeld en € 3.659,84 netto aan openstaande declaraties. [werknemer] heeft daaraan ten grondslag gelegd dat XPO, ondanks herhaalde verzoeken van [werknemer] , in gebreke is gebleven met de betaling hiervan.

3.3.

[werknemer] verzoekt voor de duur van de procedure een voorlopige voorziening in de zin van artikel 223 Rv te treffen en XPO te veroordelen om [werknemer] in staat te stellen het re-integratietraject op te pakken en tot doorbetaling van loon onder overlegging van salarisspecificaties.

4 De beoordeling

6 De beslissing