Home

Rechtbank Noord-Holland, 31-12-2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:12314, 322791 KG ZA 21-632

Rechtbank Noord-Holland, 31-12-2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:12314, 322791 KG ZA 21-632

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31 december 2021
Datum publicatie
12 januari 2022
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:12314
Zaaknummer
322791 KG ZA 21-632

Inhoudsindicatie

kort geding meewerken verkoop woning

Uitspraak

vonnis

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/15/322791 / KG ZA 21-632

Vonnis in kort geding van 31 december 2021

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ( [provincie] ),

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. M.W.P. Buers Bakker te Alkmaar,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ( [provincie] ),

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. M.L. Molenaar te Noord-Scharwoude.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 14 december 2021, met 9 producties;

-

de brief van 20 december 2021 met 13 producties en de eis in reconventie;

-

de mondelinge behandeling, die heeft plaatsgevonden op 22 december 2021;

-

de pleitnota van [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Uitgangspunten

2.1.

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Bij beschikking van 24 februari 2021 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. [gedaagde] heeft niet willen meewerken aan een spoedige inschrijving van de beschikking. De echtscheidingsbeschikking is na het verstrijken van de appeltermijn op 9 juni 2021 op verzoek van [eiser] door de gemeente [gemeente] ingeschreven in de registers.

2.2.

De rechtbank heeft in voormelde beschikking betreffende het gebruik van de woning het volgende opgenomen:

(...)

3.4.

bepaalt dat de vrouw tegenover de man het recht heeft om in de woning aan het adres [adres] , [plaats] ( [provincie] ) te blijven wonen en de tot de inboedel daarvan behorende zaken te blijven gebruiken tot zes maanden na de inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, als zij de woning ten tijde van die inschrijving bewoont;

2.3.

[eiser] heeft op 21 mei 2021 hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking op het onderdeel alimentatie en de termijn voor toedeling van de woning aan [eiser] .

[gedaagde] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. Eén van de grieven van [gedaagde] richt zich tegen de toedeling van de woning aan [eiser] .

2.4.

De rechtbank heeft in voormelde beschikking betreffende de verdeling het volgende opgenomen:

Echtelijke woning, leningen en spaarproducten

2.13.2

Partijen zijn het met elkaar eens dat de echtelijke woning aan de [adres] te [plaats] ( [provincie] ) zal worden toegedeeld aan de man. Dit onder de opschortende voorwaarde dat de man in staat is de vrouw te laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de aan de echtelijke woning verbonden schulden.(...)

2.13.3 (...)

De waardering van de woning moet hebben plaatsgevonden binnen twee maanden na de datum van deze beschikking. Vervolgens heeft de man tot zes maanden na de datum van de beschikking de gelegenheid om de overname van de woning te financieren en de vrouw te laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de leningen. Indien de verdeling van de woning niet uiterlijk zes maanden na de datum van deze beschikking heeft plaatsgevonden, zal de woning te koop worden gezet bij de makelaar die de waardering van de woning heeft gedaan.

(...)

3.7.

gelast de wijze van verdeling van de echtelijke woning (...) zoals overwogen onder 2.13.2, 2.13.3(...)

2.5.

Bij brief van 29 juli 2021 heeft notaris mr. N.W.B. Welkers het volgende, zover hier van belang, aan [eiser] en [gedaagde] geschreven:

Geachte heer [eiser] en mevrouw [gedaagde] ,

Conform het eerder overleg heb ik van het verzoek gekregen over te gaan tot het opstellen van een conceptakte van verdeling van de woning [adres] te [plaats] in verband met uw aanstaande echtscheiding. Dit betreft een zogenaamde partiële verdeling, immers alleen de woning wordt verdeeld, de rest blijft onverdeeld.

Hierbij zend ik u de aangevulde conceptakte, die ik heb opgesteld aan de hand van uitspraak van de rechter.

Door middel van de akte van verdeling wordt de woning en de beleggersrekening toegedeeld aan de heer [eiser] , onder de verplichting om een de hypotheek voor zijn rekening te nemen en om uit te keren aan mevrouw een bedrag van € 169.893,00.

Dit bedrag dient ter gelegenheid van de ondertekening van de akte van verdeling door mijnheer te worden overgemaakt op onze derdengeldrekening, waarvoor ik te zijner tijd een afrekening zal zenden.

De kosten van de akte van verdeling zijn volgende uitspraak van de rechter voor mijnheer.

Voor de ondertekening van de akte stel ik voor om dit op 20 augustus 2021 te laten plaatsvinden. Hiervoor heb ik het tijdstip van 16.00 uur gereserveerd. Het een en ander vanwege de uiterste datum die is gestel door de rechter (...)

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eiser] vordert samengevat – [gedaagde] te veroordelen om binnen twee weken na dagtekening van dit vonnis haar medewerking te verlenen aan de ondertekening van de door de notaris opgestelde (concept)akte van verdeling en medewerking te verlenen aan de eigendomsoverdracht en levering van haar aandeel in het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden staande en gelegen te [plaats] ( [provincie] ), [adres] . Indien [gedaagde] niet tijdig aan voormelde veroordeling voldoet dient dit vonnis in de plaats te komen van de voor de eigendomsoverdracht en levering van het aandeel van [gedaagde] in de woning aan [eiser] noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van [gedaagde] .

Daarnaast vordert [eiser] [gedaagde] te veroordelen om binnen twee weken na afgifte van het vonnis, dan wel uiterlijk op 1 maart 2022, voornoemde woning te verlaten en de woning ter vrije beschikking van [eiser] te stellen onder afgifte van de sleutel met betaling van een dwangsom indien [gedaagde] niet aan deze veroordeling voldoet.

3.2.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de rechtbank in haar beschikking van 24 februari 2021 heeft geoordeeld over het tijdelijk gebruik én over de toedeling van de echtelijke woning. De rechtbank heeft deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Daarmee is het mogelijk om de uitspraak onmiddellijk uit te voeren hoewel de hoofdzaak of het hoger beroep nog niet is afgedaan. De termijn die [gedaagde] voor het tijdelijk gebruik van de woning heeft gekregen verliep op 9 december 2021. Op deze datum eindigde dus het alleengebruik door [gedaagde] en [eiser] mag dan weer dan wel ook gebruikmaken van de woning. [eiser] heeft dit aan [gedaagde] kenbaar gemaakt. [gedaagde] heeft echter te kennen gegeven de woning niet te zullen verlaten. [gedaagde] weigert mee te werken aan de feitelijke toedeling van de woning aan [eiser] ondanks dat de notaris de concept akte heeft opgemaakt en [gedaagde] bewijs heeft ontvangen van het feit dat zij wordt ontslagen van haar aansprakelijkheden. [gedaagde] zal bovendien haar helft van de overwaarde ontvangen bij het passeren van de akte.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

5 De beoordeling in conventie en in reconventie

6 De beslissing