Rechtbank Noord-Holland, 21-05-2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:4235, C/15/311101 / HA RK 20-227
Rechtbank Noord-Holland, 21-05-2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:4235, C/15/311101 / HA RK 20-227
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 21 mei 2021
- Datum publicatie
- 25 mei 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2021:4235
- Zaaknummer
- C/15/311101 / HA RK 20-227
Inhoudsindicatie
Verzoek tot vernietiging van persoonsgegevens op grond van artikel 17 lid 1 AVG juncto artikel 7.3.9 lid 1 Jeugdwet wordt toegewezen.
Uitspraak
beschikking
Handel, Kanton en Bewind
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer / rekestnummer: C/15/311101 / HA RK 20-227
Beschikking van 21 mei 2021
in de zaak van
1. [de moeder] tevens in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
verzoekers, hierna: [verzoekers] ,
advocaat mr. C.M. Sent te Amsterdam,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE LANGEDIJK,
zetelend te Noord-Scharwoude, gemeente Langedijk,
verweerster, hierna: de gemeente,
advocaat mr. E.C. Pietermaat-Smith te Zoetermeer.
1 De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de vraag of de gemeente de gegevens in het jeugdhulpdossier van [verzoekers] op grond van de artikelen 17 lid 1 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en 7.3.9 lid 1 Jeugdwet moet vernietigen. Volgens de gemeente moeten de gegevens in het jeugdhulpdossier van [verzoekers] op grond van artikel 7.3.8 lid 3 Jeugdwet minimaal 20 jaar worden bewaard, na de laatste wijziging. Pas na afloop van deze wettelijke termijn kan een verzoek tot vernietiging van de gegevens in het jeugdhulpdossier worden gedaan. De rechtbank oordeelt dat de gemeente artikel 7.3.8 lid 3 Jeugdwet onjuist uitlegt en de gegevens van [verzoekers] in het jeugdhulpdossier moet vernietigen.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift ingekomen op 15 december 2020 met producties,
- het verweerschrift ingekomen op 2 april 2021,
- de e-mail van 5 april 2021 van mr. Sent met producties,
- het faxbericht ingekomen op 8 april 2021 van mr. Pietermaat-Smith met producties,
- op 9 april 2021 heeft een skypezitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Mr. Sent heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.
3. Feiten
[de moeder] (hierna: de moeder) heeft een minderjarige zoon genaamd [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ) geboren op [geboortedatum] . In de afgelopen jaren zijn er zorgmeldingen gedaan over [minderjarige] .
Bij e-mail van 9 juli 2020 - gericht aan onder andere de heer [xx] (functionaris gegevensbescherming) van de gemeente - heeft de moeder een verzoek gedaan tot vernietiging van alle gegevens die binnen de gemeente aanwezig zijn van [minderjarige] en haar.
De heer [xx] heeft bij e-mail van 10 juli 2020 aan de moeder laten weten dat zij een formeel verzoek tot vernietiging van de persoonsgegevens in moet dienen. Diezelfde dag verzoekt de moeder per e-mail om per direct alle gegevens van [minderjarige] en haarzelf te vernietigen.
Bij e-mail van 3 september 2020 heeft de heer [xx] aan de moeder laten weten dat de reactietermijn op haar verzoek met twee maanden wordt verlengd op grond van artikel 12 lid 3 AVG, vanwege de complexiteit van het verzoek.
De gemeente heeft op 2 november 2020 op dat verzoek beslist. Daarin heeft zij kenbaar gemaakt dat zij niet kan voldoen aan het verzoek van [verzoekers] omdat zij een wettelijke verwerkingsverplichting heeft om deze gegevens te bewaren. Dit met uitzondering van een tweetal e-mailberichten.
[verzoekers] komt in deze procedure op grond van artikel 35 lid 1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: UAVG) op tegen die beslissing, voor zover deze ziet op de Jeugdwet.
4 Het verzoek en het verweer
[verzoekers] verzoekt de rechtbank – zoals uit de toelichting ter zitting blijkt – bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de gemeente te gebieden om alle informatie over [verzoekers] die ziet op de Jeugdwet te vernietigen en vernietigd te houden, ook voor zover die gegevens in het archiefsysteem (DMS) of in de vak applicatie van de gemeente staan opgeslagen.
[verzoekers] baseert haar verzoek op artikel 17 lid 1 AVG juncto artikel 35 lid 1 UAVG in samenhang met de artikelen 7.3.8 en 7.3.17 Jeugdwet.
De moeder voert aan dat de gegevens geen enkel doel dienen. Er is volgens de moeder nooit jeugdhulp verleend en de gedane zorgmeldingen zijn nooit opgevolgd. Het is van groot belang dat onjuiste informatie geen eigen leven blijft leiden en onnodig ingezet kan worden, aldus de moeder. Ook heeft de moeder aangevoerd dat het bewaren en volharden in de bewaarplicht een te vergaande inbreuk op haar grondwettelijke en verdragsrechtelijke gewaarborgde recht op de bescherming van haar persoonlijke levenssfeer ex artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) vormen. De moeder acht alle informatie die bekend is bij de gemeente over haar en [minderjarige] als een disproportionele inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer, omdat de gemeente niet terughoudend is wat betreft de dataminimalisatie.
De gemeente stelt zich op het standpunt dat artikel 17 lid 3 onder b AVG juncto artikel 7.3.8 lid 3 Jeugdwet zich tegen het verzoek van [verzoekers] tot vernietiging van haar gegevens verzet. Volgens de gemeente heeft [verzoekers] geen recht op vernietiging van haar persoonsgegevens, omdat verwerking plaatsvindt in het kader van nakomen van een wettelijke verplichting van de gemeente. Deze wettelijke verplichting blijkt volgens de gemeente uit artikel 7.3.8 lid 3 Jeugdwet. Daarin is bepaald dat de bewaartermijn van het jeugdhulpdossier 20 jaar is, te rekenen vanaf de laatste wijziging. De persoonsgegevens in het jeugdhulpdossier kunnen volgens de gemeente daarom pas vernietigd worden na afloop van deze wettelijke termijn. De uitzondering hierop in artikel 7.3.9 lid 2 Jeugdwet, wordt pas relevant na afloop van de wettelijke bewaartermijn, aldus de gemeente.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.