Rechtbank Noord-Holland, 07-07-2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:5451, C/15/302022 / HA ZA 20-253
Rechtbank Noord-Holland, 07-07-2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:5451, C/15/302022 / HA ZA 20-253
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 7 juli 2021
- Datum publicatie
- 7 februari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2021:5451
- Zaaknummer
- C/15/302022 / HA ZA 20-253
Inhoudsindicatie
Bestuurder en aandeelhouder van failliete BV zijn aansprakelijk jegens die BV vanwege dividenduitkering die direct is verrekend met openstaande vordering van de BV op de aandeelhouder (art. 2:216 BW). Verwijzing schadestaatprocedure.
Uitspraak
vonnis
Handel, Kanton en Bewind
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer / rolnummer: C/15/302022 / HA ZA 20-253
Vonnis van 7 juli 2021
in de zaak van
MR. FREDERIK PETRUS KLAVER,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van De Slijterij van Alkmaar B.V.,
kantoorhoudende te Alkmaar,
eiser,
advocaat mr. K.M. Janssen te Alkmaar,
tegen
1 [gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BEHEERMAATSCHAPPIJ LIVINGSTONE ALKMAAR B.V.,
gevestigd te Langedijk,
gedaagden,
advocaat mr. M.C.M. van Ruitenbeek-Kossen te Haarlem.
Partijen zullen hierna de curator, [gedaagde] en Livingstone genoemd worden. Gedaagden zullen gezamenlijk [gedaagden] genoemd worden.
De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de vraag of een bestuurder en aandeelhouder van een (inmiddels failliete) BV aansprakelijk zijn jegens die BV vanwege een dividenduitkering die direct is verrekend met een openstaande vordering van de BV op de aandeelhouder. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is. De bestuurder en de aandeelhouder moeten aan de curator betalen het bedrag gelijk aan het tekort dat door de dividenduitkering is ontstaan, voor de aandeelhouder tot een maximum van € 485.234,00. De zaak wordt naar de schadestaatprocedure verwezen. De overige grondslagen van de vorderingen van de curator slagen niet.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 20 maart 2020;
- -
-
de akte overlegging producties met producties 1-18 en beslagstukken;
- -
-
de conclusie van antwoord met producties 1-23;
- -
-
het tussenvonnis van 29 juli 2020;
- -
-
het bericht van 6 april 2021 met producties 19-30 aan de zijde van de curator;
- -
-
het bericht van 8 april 2021 met productie 24 aan de zijde van [gedaagden] ;
- -
-
het bericht van 19 april 2021 met productie 25 aan de zijde van [gedaagden] ;
- -
-
de mondelinge behandeling op 21 april 2021, waar de curator, vergezeld van mr. Janssen, en [gedaagde] voor zichzelf en namens Livingstone, vergezeld van mr. Van Ruitenbeek-Kossen, zijn verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Mrs. Janssen en Van Ruitenbeek-Kossen hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zij ter zitting aan de rechtbank hebben overgelegd en die daarmee onderdeel zijn van de processtukken.
De rechtbank heeft op de zitting beslist dat de zaak wordt aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen een schikking te beproeven. Partijen hebben op 11 mei 2021 om een nadere aanhouding verzocht, waarna de zaak is aangehouden tot 26 mei 2021. Bij rolberichten van 21 en 25 mei 2021 hebben partijen de rechtbank verzocht vonnis te wijzen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Feiten
Vanaf 2014 exploiteerde de besloten vennootschap De Slijterij van Alkmaar B.V. (hierna: de Slijterij van Alkmaar) een slijterij met drie vestigingen in Alkmaar. [gedaagde] is enig bestuurder van deze vennootschap.
[gedaagde] is daarnaast enig bestuurder en aandeelhouder van Livingstone. Livingstone is enig aandeelhouder van de Slijterij van Alkmaar.
Een schematisch overzicht van de vennootschapsrechtelijke verhoudingen:

Eind 2016 had de Slijterij van Alkmaar een vordering in rekening-courant van € 485.234,00 op Livingstone.
Op 18 juli 2017 heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van de Slijterij van Alkmaar besloten (hierna: het dividendbesluit) om een bedrag van € 485.234,00 als dividend uit te keren aan Livingstone (hierna: de dividenduitkering). Als bestuurder van de Slijterij van Alkmaar heeft [gedaagde] daaraan zijn goedkeuring verleend. De dividenduitkering is verrekend met de vordering in rekening-courant op Livingstone.
In juli 2017 heeft [gedaagde] met de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) een mondelinge overeenkomst op hoofdlijnen gesloten over de overname van de slijterij [naam 1] *anno 1804* in Alkmaar. Op 5 april 2018 hebben [naam 1] en [gedaagde] (namens de Slijterij van Alkmaar) een koopovereenkomst getekend. De koop is per 1 mei 2018 geëffectueerd.
De Slijterij van Alkmaar is vervolgens tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst door de koopsom van € 200.000,00 grotendeels onbetaald te laten. Op verzoek van [naam 1] heeft deze rechtbank De Slijterij van Alkmaar op 4 december 2018 in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van mr. F.P. Klaver als curator.
Bij vonnis van 12 februari 2020 heeft deze rechtbank geoordeeld dat [gedaagde] als bestuurder van de Slijterij van Alkmaar persoonlijk aansprakelijk is voor de schade van [naam 1] als gevolg van de wanprestatie van de Slijterij van Alkmaar. De rechtbank heeft beslist dat [gedaagde] (onder meer) een bedrag van € 178.067,91 aan [naam 1] dient te betalen. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld.