Rechtbank Noord-Holland, 09-08-2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6840, 9257964 \ AO VERZ 21-61
Rechtbank Noord-Holland, 09-08-2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6840, 9257964 \ AO VERZ 21-61
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 9 augustus 2021
- Datum publicatie
- 17 augustus 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2021:6840
- Zaaknummer
- 9257964 \ AO VERZ 21-61
Inhoudsindicatie
De arbeidsovereenkomst mocht niet eenzijdig worden opgezegd omdat sprake is van een payrollovereenkomst. Gelet op de ketenbepaling is sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Opzegging wordt vernietigd, werknemer heeft recht op loon.
Uitspraak
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9257964 \ AO VERZ 21-61
Uitspraakdatum: 9 augustus 2021
Beschikking in de zaak van:
[werkneemster] ,
wonende te [woonplaats]
verzoekende partij
verder te noemen: [werkneemster]
gemachtigde: mr. T. de Groot
tegen
[werkgever] , h.o.d.n. [naam]
gevestigd te [plaats]
verwerende partij
verder te noemen: [werkgever]
niet verschenen
1 Het procesverloop
[werkneemster] heeft een verzoek gedaan om een opzegging te vernietigen en om [werkgever] te veroordelen tot betaling van loon met emolumenten, wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.
Op 22 juli 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. [werkgever] is op die zitting niet verschenen. Daarna is zitting bepaald op 29 juli 2021. De griffier heeft [werkgever] voor die zitting per aangetekende post opgeroepen. Op 29 juli 2021 is [werkgever] ook niet verschenen.
2 De feiten
[werkneemster] , geboren [in 1982] (38 jaar), is op 24 september 2019 in dienst getreden bij [werkgever] . De laatstelijk overeengekomen arbeidsduur was 43 uur per vier weken, tegen een bruto uurloon van € 11,27 exclusief emolumenten. [werkgever] is bij de Kamer van koophandel ingeschreven als uitzendbureau.
Partijen hebben een eerste arbeidsovereenkomst gesloten met ingang van 24 september 2019, voor de duur van 4 weken, eindigend op 15 oktober 2019. Daarna hebben partijen een arbeidsovereenkomst gesloten met ingang van 4 december 2019, voor de duur van 13 weken, eindigend op 3 maart 2020.
In de arbeidsovereenkomsten staat dat deze ‘een uitzendovereenkomst, niet zijnde payrollovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW’ zijn. Verder staat in de arbeidsovereenkomsten dat [werkneemster] ter beschikking wordt gesteld aan [schoonmaakbedrijf] (hierna: ‘ [schoonmaakbedrijf] ’)
Op 8 februari 2021 heeft [werkneemster] zich ziekgemeld en aan [schoonmaakbedrijf] en [werkgever] verteld dat zij zwanger is.
[werkneemster] heeft vanaf 1 maart 2021 geen salaris meer ontvangen.
Bij brief van 1 april 2021 heeft [werkgever] aan [werkneemster] geschreven: ‘Jouw arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd loopt op 8 april 2021 af. Hierbij delen wij jou mede dat wij jouw dienstverband niet verlengen.’
Bij e-mail van 15 april 2021 heeft [werkneemster] aan [werkgever] geschreven dat zij het niet eens is met de opzegging en dat ze beschikbaar is voor werk dan wel re-integratieactiviteiten, voor zover ze daartoe in staat is.
Bij brief van 18 mei 2021 heeft de gemachtigde van [werkneemster] [werkgever] verzocht om intrekking van de opzegging en (door)betaling van het (achterstallige) salaris.
3 Het verzoek
[werkneemster] verzoekt de kantonrechter om de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen. Verder verzoekt [werkneemster] om [werkgever] te veroordelen tot doorbetaling van loon, vakantiegeld en emolumenten vanaf 1 maart 2021 tot aan de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd. Ook verzoekt [werkneemster] om [werkgever] te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Ten slotte verzoekt [werkneemster] om [werkgever] te veroordelen tot het overleggen van deugdelijke specificaties binnen tien dagen na betekening van de beschikking, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag voor iedere dag dat [werkgever] in gebreke blijft.
Aan de verzoeken legt [werkneemster] ten grondslag – kort weergegeven – dat geen sprake is van een rechtsgeldige opzegging. In dat kader heeft [werkneemster] het volgende aangevoerd. Volgens [werkneemster] is sprake van een payrollovereenkomst omdat [werkgever] niet heeft voldaan aan de allocatiefunctie en er sprake is van exclusiviteit. Er is niet voldaan aan de allocatiefunctie omdat [werkgever] geen rol heeft gespeeld in het werving- en selectieproces en omdat er geen sprake is van tijdelijke vraag naar arbeid. Verder is sprake van exclusiviteit omdat [werkneemster] ruim 1,5 jaar exclusief voor [schoonmaakbedrijf] heeft gewerkt en uitsluitend [schoonmaakbedrijf] in de arbeidsovereenkomst als opdrachtgever genoemd staat. [werkgever] vervulde slechts een administratieve rol in deze arbeidsrelatie. [schoonmaakbedrijf] heeft [werkgever] opdracht gegeven om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.
Omdat sprake is van een payrollovereenkomst en geen uitzendovereenkomst is de ketenregeling van 7:668a BW van toepassing. [werkgever] heeft de arbeidsovereenkomst beëindigd tijdens de achtste tijdelijke (stilzwijgend verlengde) arbeidsovereenkomst. Omdat sprake was van meer dan drie elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten is sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De opzegging door [werkgever] is daarom vernietigbaar, de opzegging was bovendien in strijd met de opzegverboden ziekte en zwangerschap.