Home

Rechtbank Noord-Holland, 18-08-2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6946, C/15/307971 / HA ZA 20-617

Rechtbank Noord-Holland, 18-08-2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6946, C/15/307971 / HA ZA 20-617

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18 augustus 2021
Datum publicatie
3 september 2021
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:6946
Zaaknummer
C/15/307971 / HA ZA 20-617

Inhoudsindicatie

. Debiteuren hebben betaald aan pandgever in plaats van aan pandhouder. Vlak voor faillissement van pandgever hebben pandgever en pandhouder het bedrag van de betalingen in depot geplaatst. Curator roept terecht vernietiging depotovereenkomst in.

Uitspraak

vonnis

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/307971 / HA ZA 20-617

Vonnis van 18 augustus 2021

in de zaak van

[curator 1] q.q., in hoedanigheid van curator in het faillissement van Tumble ‘n Dry B.V.,

kantoorhoudende te Amsterdam,

eiser,

advocaat mr. M.A.M.J. Stücken te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TND HOLDING B.V.,

gevestigd te Velsen-Noord,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DELTA ONROEREND GOED B.V.,

gevestigd te Velsen-Noord,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DELTA INVESTERINGSMAATSCHAPPIJ B.V.,

gevestigd te Velsen-Noord,

gedaagden,

advocaat mr. R.A.M. Schram te Haarlem.

Eiser zal hierna de curator genoemd worden.

Gedaagden zullen hierna gezamenlijk TND Holding c.s. en ieder afzonderlijk TND Holding, Delta Onroerend Goed en Delta Investeringsmaatschappij genoemd worden.

1 De zaak in het kort

1.1.

TND Holding c.s. heeft een pandrecht op de vorderingen van Tumble ‘n Dry B.V (hierna: TND) op haar debiteuren. Nadat TND Holding c.s. mededeling hebben gedaan van dit pandrecht aan de debiteuren van TND heeft een aantal debiteuren per abuis toch nog aan TND betaald. TND Holding c.s. en TND hebben vervolgens, naar eigen zeggen in het belang van de debiteuren, een dag voor het faillissement van TND een depotovereenkomst gesloten, waarbij TND het totaalbedrag van deze onjuiste betalingen ad € 105.559,78 in depot heeft gestort bij de notaris in afwachting van antwoord op de vraag aan wie dit bedrag toekomt: de pandhouder (TND Holding c.s.), de debiteuren die het bedrag per vergissing aan TND hebben betaald of de pandgever (TND). De curator heeft de depotovereenkomst vernietigd op grond van pauliana en vordert in deze procedure in dit verband een verklaring voor recht. TND Holding c.s. betwist dat de depotovereenkomst paulianeus is en meent voorts dat de vernietiging van de depotovereenkomst door de curator in strijd is met de redelijkheid en billijkheid en dat hij misbruik van recht maakt. De rechtbank verwerpt deze verweren en wijst de vordering van de curator toe.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 7 april 2021

-

de mondelinge behandeling van 5 juli 2021 en de pleitaantekeningen van de curator.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten

3.1.

TND exploiteerde een groothandel in kinderkleding. Directeur van TND is F.J.M. Schram.

3.2.

De aandelen in TND worden gehouden door TND Holding. Directeur van TND Holding is W.J.M. Schram, de broer van F.J.M. Schram. W.J.M. Schram is ook (indirect) bestuurder van Delta Onroerend Goed en Delta Investeringsmaatschappij.

3.3.

In de periode november 2018 tot en met 2020 heeft TND Holding aan TND geldleningen verstrekt van in totaal € 2.244.555,22. Daarnaast hebben ook Delta Onroerend Goed en Delta Investeringsmaatschappij geldleningen verstrekt aan TND van in totaal respectievelijk € 1.135.195,00 en € 73.720,00.

3.4.

Tot zekerheid voor de terugbetaling van de hiervoor genoemde geldleningen heeft TND zekerheden afgegeven aan TND Holding c.s., in de vorm van een pandrecht verkregen op de roerende zaken en de vorderingen van TND op haar debiteuren. Een en ander is vastgelegd in een tweetal notariële aktes d.d. 20 juli 2019 en 10 januari 2019.

3.5.

In de periode van 26 tot en met 30 maart 2020 heeft TND Holding c.s. de debiteuren van TND een brief geschreven waarin het pandrecht werd medegedeeld en werd verzocht om uitsluitend aan TND Holding c.s. als pandhouder te betalen. Verscheidene debiteuren hebben ondanks deze brief vervolgens toch betaald op de bankrekening van TND.

3.6.

Nadat TND Holding c.s. de financiering aan TND had gestaakt, heeft het bestuur van TND besloten het faillissement van TND aan te vragen. Op 23 april 2020 heeft TND Holding als aandeelhouder het voor de faillissementsaanvraag vereiste aandeelhoudersbesluit getekend.

3.7.

Bij notariële akte d.d. 27 april 2020 heeft het bestuur van TND en het (indirecte) bestuur van TND Holding c.s., voor zover hier van belang, het volgende laten vast leggen:

OVERWEGINGEN VOORAF:

(...)

5. De Pandhouder heeft de Pandgever verzocht om genoemd bedrag aan haar over te maken, ter betaling namens de Schuldenaren. De Pandgever is op zich genegen de abusievelijk door de Schuldenaren verrichte betalingen aan de Pandhouder over te maken (in het belang is van de hiervoor genoemde schuldenaren), maar houdt er rekening mee dat haar faillissement binnen een aantal dagen wordt uitgesproken. De Pandgever casu quo haar bestuurder wenst wel rechtmatig te handelen en wenst niet achteraf een (gegrond) verwijt te krijgen van de te benoemen curator of andere schuldeisers van Pandgever, dat zij onrechtmatig of paulianeus zou hebben gehandeld door voornoemd bedrag ten behoeve van de Schuldenaren aan de Pandhouder te betalen. De Pandgever betaalt daarom aan Pandhouder middels overboeking op de derdengeldenrekening van de Notaris, waarbij Pandgever stipuleert dat indien en voor zover in rechte onherroepelijk komt vast te staan dat zij niet gerechtigd was om deze betaling te verrichten en dat als onrechtmatige daad of paulianeuze handeling kwalificeert van de Pandgever, die betaling niet kan worden aangemerkt als betaling aan de Pandhouder. Voor dat geval, dient de betaling te worden aangemerkt als een (terug)betaling aan de Schuldenaren, ter terugbetaling van hetgeen zij abusievelijk aan de Pandgever hebben betaald, doch uitsluitend indien en voor zover die terugbetaling door Pandgever verricht mag worden casu quo zich niet als onrechtmatige daad of pualianeuze handeling kwalificeert. Indien en voor zover in rechte onherroepelijk komt vast te staan dat die betaling wel als onrechtmatige of paulianeuze handeling van de Pandgever moet worden aangemerkt, wordt die terugbetaling niet geacht te hebben plaatsgevonden en moet het betaalde bedrag worden terugbetaald aan de Pandgever.

(...)

Depot

1. De Pandgever betaalt op de derdenrekening van de Notaris een bedrag van éénhonderdvijfduizend vijfhonderd negen en vijftig euro en achtenzeventig eurocent (€ 105.559,78), hierna aangeduid als: het depotbedrag .

2. De Pandgever, de Pandhouder en de Schuldenaren krijgen hierdoor een voorwaardelijke vordering op de notaris.

3. Deze vordering wordt op één van de hierna vermelde wijzen onvoorwaardelijk:

-

Na ondubbelzinnige gelijkluidende schriftelijke opdracht van de pandhouder en de Pandgever aan de Notaris tot uitbetaling van het depotbedrag of

-

Na een in kracht van gewijsde gegaan vonnis dat uitsluitsel geeft over de hiervoor in sub 5 vermelde vraag of de Pandgever rechtmatig mocht betalen aan de pandhouder, subsidiair aan de Schuldenaren, of dat de betaling als onrechtmatig of paulianeus kwalificeert(...)

3.8.

Op 28 april 2020 heeft de rechtbank Amsterdam TND in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. [curator 2] tot curator.

3.9.

Op 19 juni 2020 heeft de raadsman van de curator per e-mail aan de raadsman van TND Holding c.s.de nietigheid van de depotovereenkomst ingeroepen op grond van artikel 42 Faillissementswet (Fw) en artikel 47 Fw en verzocht het depotbedrag van € 105.559,78 te betalen op de faillissementsrekening. TND Holding c.s. hebben hier geen gevolg aan gegeven.

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing